Consument verantwoordelijk voor ontbossing regenwoud
nieuwsEr is een rechtstreekse link tussen de ontbossing van het Amazonewoud in Brazilië en de productie en handel van vlees en sojabonen voor menselijke consumptie wereldwijd. Door het volgen van de weg die de Braziliaanse landbouwproducten afleggen, komen Noorse onderzoekers terecht bij de eindverantwoordelijke van de CO2-uitstoot: de consument.
Terwijl verschillende studies pijlen naar de CO2-uitstoot die wordt veroorzaakt door ontbossing, kwantificeren slechts weinige onderzoeksprojecten de nationale en internationale dynamieken die de motor vormen van deze ontbossing. Daarom geeft het Center for International Climate and Environmental Research, CICERO, in een nieuw onderzoek een aanzet om de voedsel- en consumptiesystemen die aan de basis liggen van de ontbossing te analyseren.
Een eerste belangrijke vaststelling leert dat sinds 1970 bijna 20 procent van het Amazonewoud is verdwenen. Vleesproductie en de teelt van soja zijn hiervoor de grootste verantwoordelijken. Tot 1990 was bijna 90 procent van de Braziliaanse rundvleesproductie bestemd voor de lokale markt, tegenwoordig schommelt dat percentage rond de 80 procent. Wat soja betreft was tijdens dezelfde periode gemiddeld 50 procent van de Braziliaanse productie bestemd voor eigen consumptie.
De cijfers vertonen een duidelijke tendens: steeds meer Braziliaanse landbouwproducten worden uitgevoerd. De studie berekende dat Brazilië tijdens de periode 1990-2010 gemiddeld 25 procent van haar CO2-uitstoot door ontbossing uitvoerde, met een minimum van 18 procent in 1990 en een uitschieter van 37 procent in 2004. Voor rundvlees is dat gemiddeld 15 procent, voor soja 50 procent. Azië is veruit de meest uitgesproken groeiregio: de Aziatische consument is verantwoordelijk voor meer CO2-emissies uit de import van soja en rundvlees dan Europa.
De onderzoekers merken wel op dat het gezien de grote demografische verschillen tussen de twee continenten zo is dat de gemiddelde CO2-uitstoot door ontbossing van de Europeaan nog steeds veel hoger ligt dan de gemiddelde uitstoot van de Aziaat.
De stijgende exportcijfers hangen nauw samen met de toenemende eiwitconsumptie in groeilanden en de grotere importvolumes in de geïndustrialiseerde landen. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn globaal gezien verantwoordelijk voor het grootste aandeel uitgevoerde CO2-uitstoot, maar wat betreft Braziliaans rundvlees is Rusland sinds 2010 de grootste importeur van CO2-emissies, goed voor 15 procent van het totale volume geëxporteerd Braziliaans rundvlees. China manifesteerde zich het laatste decennium zeer sterk op de sojamarkt, met een verdriedubbeling van de import van CO2-uitstoot via sojabonen.
De cijfers bewijzen volgens het onderzoek dat er een positief verband is tussen de hoge emissies door ontbossing en de stijgende exportvolumes. De internationale handel is met andere woorden steeds nadrukkelijker verantwoordelijk voor de ontbossing van het Amazonewoud. Bovendien zorgt de wereldwijde bevolkingstoename en de groeiende middenklasse in groeilanden voor een toenemende vraag naar Braziliaanse landbouwproducten.
Aangezien er sinds 1960 een enorme productiviteitssprong plaatsvond in de Braziliaanse landbouw en er volgens verschillende studies op dat vlak niet enorm veel progressiemarge meer is, zullen de Braziliaanse boeren meer grond nodig hebben en zal het Amazonewoud nog meer onder druk komen te staan. Daarbij komt nog dat er steeds dieper in het woud hout wordt gekapt, waar grotere hoeveelheden koolstof zijn opgeslagen. Daardoor zal de CO2-uitstoot verder toenemen.
De onderzoekers concluderen dat de ontbossing in Brazilië niet los kan gezien worden van de internationale toeleveringsketen en de snelle toename van CO2-emissies in groeilanden. Maar aangezien de hele wereld daar via de internationale handel mee verantwoordelijk voor is, is ook heel de wereld deel van de oplossing, besluit het onderzoek.
Meer informatie: 'Attribution of CO2 emissions from Brazilian deforestation to consumers between 1990 and 2010'
Bron: eigen verslaggeving