Britse reclamewaakhond zet biomelkadvertentie stop
nieuwsIn Groot-Brittannië is een kleine mediarel ontstaan over een beslissing van reclamewaakhond ASA. Zuivelverwerker Arla maakte in een lokale krant reclame voor biomelk met de vaag geformuleerde claim ‘beter voor het land, ondersteun een meer duurzame toekomst’. Iemand die het niet begrepen heeft op melkveehouderij diende daar klacht tegen in. De reclamewaakhond spreekt zich niet uit over wat nu beter is voor het milieu, biologische of gangbare melkveehouderij, maar wijst Arla er enkel op dat de consument niet mag denken dat biomelk een positieve milieu-impact heeft gelet op de ganse levenscyclus van het product. Het inspireerde De Morgen om de discussie over bio versus gangbaar opnieuw aan te wakkeren.
Reclamewaakhond ASA heeft op de tenen getrapt van de Britse (bio)boeren door zuivelverwerker Arla terecht te wijzen voor een krantenadvertentie waarin biomelk gepromoot werd. De advertentie wil de Britse consument naar de supermarkt lokken om biomelk aan te kopen met de belofte dat deze melk beter is voor iedereen: voor de koe, het land en degene die ze drinkt. Over de claim ‘Good for the land – helping support a more sustainable future’ is een kritisch persoon gestruikeld. Hij of zij vond het verkeerd om te doen alsof melkveehouderij een positieve milieu-impact kan hebben. ASA volgt die redenering.
Ter verdediging voerde Arla onder meer aan dat een bioboer zorgzaam omspringt met de grond die hij bewerkt, maar dat kon ASA niet overtuigen. De reclamewaakhond meent dat consumenten de claim ‘good for the land’ kunnen interpreteren als een algemeen positieve milieu-impact, terwijl de productie van melk milieubelastend is. Dat geldt ook voor de biologische productiewijze als je de ganse levenscyclus van een fles biomelk in acht neemt. Arla betoogde dat biologische melkveehouderij milieuvriendelijker is dan gangbare melkveehouderij, maar dat deed hier eigenlijk niet ter zake. Het bedrijf kreeg te horen dat de advertentie in zijn huidige vorm niet opnieuw mag verschijnen. In de toekomst zullen milieuclaims beter onderbouwd moeten zijn.
Britse melkveehouders zijn behoorlijk boos om de anti-reclame. Het oordeel van ASA doet naar verluidt afbreuk aan de voordelen die biolandbouw biedt. Door een artikel in De Morgen waait heel de discussie over naar Vlaanderen, wat nog meer boze bioboeren oplevert. De krant focust namelijk op het verschil in milieu-impact tussen biologische en gangbare koeien en laat daarbij Boerenbond aan het woord. Woordvoerder Anne-Marie Vangeenberghe verduidelijkt dat bio een resem positieve milieu-aspecten heeft maar in het nadeel van biokoeien speelt dat ze meer broeikasgassen uitstoten. De melkproductie van een biokoe ligt lager zodat er meer koeien nodig zijn om eenzelfde volume melk te produceren. Dat verhoogt de methaanuitstoot per liter melk.
Het predikaat 'milieuvriendelijk' is ruimer dan klimaatimpact alleen zodat Vangeenberghe aanvoert dat biologische melkveehouders inzetten op eigen eiwitproductie door meer grasklaver te telen. Verder is de plantendiversiteit in hun weiden groter en scoort biolandbouw beter op vlak van bodem- en waterkwaliteit. Frank Van Den Steen, de voorzitter van de coöperatie Biomelk Vlaanderen-BioLait Wallonie die pas is omgedoopt tot Biomilk.be, zet het totaalplaatje in de verf. “Biolandbouw focust op een lokale productie, waardoor de uitstoot bij transport beperkt wordt”, zegt hij.
Laten uitschijnen dat een biokoe slechter is voor het milieu dan een gangbare koe is de biologische veehouderij tekortdoen, vindt BioForum Vlaanderen. De belangenverdediger van de biolandbouwers werpt net als Boerenbond op dat de broeikasgasuitstoot slechts één indicator van milieuvriendelijkheid is. “Op veel andere indicatoren en in het totaal scoort bio net beter. Bovendien is er geen enkel bewijs dat een biologische koe meer methaan uitstoot dan een ander koe. Biokoeien zijn in onze regio over het algemeen wel minder productief, waardoor de methaanuitstoot per liter melk hoger ligt. Daaruit concluderen dat biologische melk niet duurzaam is, klopt niet. Een biologische melkveehouder houdt namelijk minder dieren per hectare waardoor het milieu minder belast wordt.”
In de ogen van BioForum houdt het geen steek om de milieu-impact van een productiesysteem te verdelen over het aantal geproduceerde liters. “Als de draagkracht van het milieu overschreden wordt, treedt er schade op, ongeacht het aantal liters dat men produceert. Het aantal dieren in de biologische veehouderij is in verhouding tot de milieudraagkracht.” Het onderzoek dat ASA aanhaalt, toont overigens aan dat bio beter scoort op 18 milieuparameters zodat BioForum het vreemd vindt dat de krant focust op die ene waar bio niet overtuigend beter scoort. “Koeien die buiten grazen, weinig medische behandelingen ondergaan en biologisch voeder krijgen dat geteeld wordt zonder kunstmest of pesticiden: dat is de stevige basis van de biologische veehouderij.”
Wie zich wil verdiepen in de regelmatig weerkerende discussie biologische versus gangbare veehouderij grasduint best een keer in een recente literatuurstudie van de universiteit van Wageningen. Zelfs voor geoefende onderzoekers is het moeilijk om de vergelijking te maken want voor veel indicatoren zijn er onvoldoende data beschikbaar in de wetenschappelijke literatuur om harde conclusies te trekken. Nu eens scoort bio beter, dan weer trekt gangbaar aan het langste eind. Alleen op productiviteit scoort de conventionele veehouderij over de ganse lijn beter. In plaats van één productiewijze uit te roepen tot de beste hebben de Nederlandse onderzoekers de sterke punten van zowel biologische als gangbare productiesystemen gebruikt om lessen te trekken omtrent een duurzame veehouderij.
Bron: eigen verslaggeving / De Morgen