Clarebout pauzeert productielijn in Nieuwkerke: wat betekent dit voor de toekomst?
nieuwsAardappelverwerker Clarebout legt de productie 12 dagen stil in de fabriek in Nieuwkerke. De export van verwerkte aardappelproducten loopt mank, en daar zijn diverse redenen voor. De duurdere export naar de Verenigde Staten en de groeiende concurrentie in India en China laten zich steeds harder voelen, sinds kort komen daar verhoogde energieprijzen bij en verstoord exportverkeer door de oorlog in Iran. Enkele honderden arbeiders zijn tijdelijk werkloos.
Clarebout bevestigt het nieuws maar weidt verder niet uit over de situatie. Volgens vakbond ABVV is ook een lijn in Warneton (Komen-Waasten) tijdelijk stilgelegd, al wordt dat ontkend door de woordvoerder van het bedrijf.
“Lijn zeven in Warneton draait de komende twee weken niet meer”, zegt Dario Gouwy, secretaris bij ABVV Horval West-Vlaanderen. “Dat wordt mij bevestigd door de afgevaardigden in de ondernemingsraad. Maar misschien gaat het bedrijf ervan uit dat het stilzetten van de lijn in Warneton in een andere context moet worden gezien dan die in Nieuwkerke. Hoe dan ook is het incorrect wanneer men zegt dat de bedrijven buiten Nieuwkerke niet zijn geïmpacteerd.”
Het is incorrect wanneer men zegt dat de bedrijven buiten Nieuwkerke niet zijn geïmpacteerd.
Op de site van Nieuwkerke zitten een tweehonderdtal arbeiders tijdelijk zonder werk. “Normaal van 11 tot 23 maart, maar wij houden uiteraard de vinger aan de pols”, zegt Gouwy. Er leeft immers de vrees dat de site in Nieuwkerke wel vaker geviseerd zal worden. “In Warneton heb je stockageruimtes, in Nieuwkerke niet. Dat maakt dat alle productie in Nieuwkerke met de navette naar Warneton vervoerd moet worden. Ik geloof dat men daarom qua kostenbeperking besloot om Nieuwkerke tijdelijk uit te doven.”
“Maar we mogen ons gelukkig prijzen dat er een systeem bestaat als tijdelijke werkloosheid", zegt Gouwy. "Al vallen de arbeiders nu terug op slechts 60 procent van hun loon. Gelukkig is er binnen de voedselnijverheid een extra vangnet gecreëerd waarbij de werkgever nog een extra vergoeding toekent, rond de tien tot 15 euro per dag.”
“De arbeiders zijn opgeleide mensen met ervaring. Ik denk dat bij de firma toch een beetje de vrees leeft dat ze tijdens hun tijdelijke werkloosheid in staat zijn om van job te veranderen zonder een lange opzegtermijn te respecteren. Als de stopzetting van tijdelijke aard is, zal men willen vermijden dat mensen het schip verlaten. Er is ook vraag naar hun profielen, al is de situatie in de Belgische aardappelsector niet echt rooskleurig. De situatie van Clarebout kan je transponeren naar de andere Belgische frietbedrijven, die ook worden geconfronteerd met overcapaciteit.”
Overproductie
Dat de verwerkers hun werking moeten terugdringen, leek enkele jaren geleden nog vrij onwaarschijnlijk. Aardappelverwerkers hebben jarenlang fors geïnvesteerd in uitbreiding. In 2022 stelde de sector 5.912 arbeiders en bedienden te werk. Dat is 41 procent meer dan in het coronajaar 2020 en 12 procent meer dan in 2019. De investeringen in de aardappelverwerking namen toen ook toe, met 300 miljoen euro.
De recentste jaren waren minder gunstig voor de aardappelsector. In 2024 behaalden de zetmeelrijke goudklompjes nog een piekprijs op de Belgapomnotering van 300 euro per ton (Fontane). Vandaag ligt de vrije aardappelprijs om en bij de 12 euro per ton. België is de grootste exporteur van verwerkte aardappelproductie ter wereld, maar te midden van geopolitieke strubbelingen stokt de vraag.
Export daalt
Christophe Vermeulen, CEO van de beroepsvereniging voor de Belgische aardappelhandel en –verwerking Belgapom, noemt een tijdelijke sluiting van de lijnen op zich niet zo uitzonderlijk. “Dat gebeurt wel vaker. Meestal heeft dat te maken met efficiënter personeelsinzet en capaciteitsbuffering. Dat laatste is zeker het geval bij Clarebout, men zit er met volle diepvriezers en de wereldwijde afname of vraag loopt trager. België verliest al enige tijd zijn wereldwijd marktaandeel.”
Vermeulen verwijst hiervoor onder meer naar de terugvallende Aziatische exportmarkt. “Die wordt beconcurreerd door de Aziaten zelf”, zegt hij. “China en India zijn meer beginnen produceren, eerst voor henzelf, en nu in een zodanige mate dat ook zij exporteren. We zijn met hen in een prijzenoorlog beland die we voorlopig verliezen.”
De Belgapom-CEO wijst erop dat ook de exportmarkt in het Midden-Oosten steeds meer wordt overgenomen door India en China. “En in de VS beginnen we de gevolgen te ondervinden van Trumps importtarieven”, zegt Vermeulen. “Het gaat dus om een cumulatie aan oorzaken die ons nu in de verdediging hebben gedwongen.”
In de VS beginnen we de gevolgen te ondervinden van Trumps importtarieven
Wat niet heeft geholpen, is dat België in 2024 over het algemeen een lagere kwaliteit aardappelen heeft aangeboden. “Begin 2024 was een moeilijk pootseizoen. Er zijn veel aardappelen geteeld die niet echt frietgeschikt waren. Door de grote vraag zijn deze toch verwerkt geweest, en dat heeft wat parten gespeeld bij sommige klanten. De aardappelen van het huidige seizoen zijn van uitstekende kwaliteit, maar eens je het vertrouwen van een klant bent verloren, krijg je dat niet meteen terug. Dus de sector heeft wat tijd nodig om te heroriënteren - niet enkel Simplot-Clarebout – na de tien succesvolle jaren die we hebben gehad.”
Volgens Vermeulen heeft de overname van Simplot wel een rol gespeeld. “Die was wat disruptief, in de zin dat West-Europa plots een nieuwe speler kende met een markt die weinig voeling had met de Europese manier van werken. Dat is hun goed recht, maar de Amerikaanse aanpak is een nieuwe aanpak. En hoewel ze een fantastisch bedrijf hebben overgenomen voor een goede prijs, moet die prijs natuurlijk wel betaald worden. Ik denk dat het op orde zetten van de kostenstructuur nu prioriteit nummer één is.”
Nieuw conflict betekent nog meer instabiliteit
Die kosten zijn er niet alleen in de aankoop van de grondstof, maar ook in de verwerking en bewaring. “En daar speelt energie een grote rol”, zegt Vermeulen. “Inpakken en invriezen is heel energie-intensief, en dat voelt heel de sector. De stijgende prijzen door de problemen in het Midden-Oosten dragen daartoe bij.”
Vermeulen hoopt dat de agrovoedingssector beroep zal kunnen doen op ondersteuning van de federale overheid voor energie-intensieve bedrijven. “Die is eind vorig jaar aangekondigd”, herinnert Vermeulen. “Maar of we ervoor in aanmerking komen is niet helemaal zeker, omdat onze manier van energie verbruiken verschilt met bijvoorbeeld de chemische sector. Dus daar moet het gesprek nog over worden aangegaan.”
Het conflict in het Midden-Oosten betekent overigens meer dan dure energie. “Saoedi-Arabië en de golfstaten zijn onze vierde grootste exportmarkt. Bovendien is er een disruptie in het internationaal vaartverkeer, waardoor de containeraanvoer verstoord is en veel duurder is geworden. Ook de verzekeringen zijn duurder geworden. En voor een exportmarkt par excellence als de Belgische aardappelindustrie, die naar 120 landen uitvoert en veelal over zee, is dat een kost die moet doorgerekend worden.”
Saoedi-Arabië en de golfstaten zijn onze vierde grootste exportmarkt. Bovendien is er een disruptie in het internationaal vaartverkeer
"Sector zal heropleven"
Vermeulen gelooft dat ook deze storm ooit zal klaren. “Never waste a good crisis, luidt de boutade: ik denk dat onze sector flexibel genoeg is om zich aan te passen aan de nieuwe realiteit. Dat zal tijd vergen, maar ik geloof in beterschap. De wereldwijde vraag naar aardappelverwerkte producten stijgt elk jaar met gemiddeld zes procent. Dat zijn een hoop frieten. Ten tweede sluit de EU preferentiële handelscontracten en zet daarop in, in tegenstelling tot de States die heel protectionistisch zijn. Maar Europe is still in business.”
“En Mercosur: wij zijn één van de weinige sectoren die daar niet over hebben geklaagd”, voegt Vermeulen toe. “Omdat Latijns-Amerika een groeimarkt is voor ons. 300 miljoen consumenten die ook hun frietjes moeten hebben. En oorlog blijft niet altijd duren: zo vlug als de markt gedraaid is in negatieve zin, kan ze ook weer heropleven. We hebben een robuuste industrie, en nergens ter wereld is meer geïnvesteerd in innovatie dan bij ons. Dus ik zou nog niet onmiddellijk spreken van het einde van de Belgische frietindustrie, zoals sommigen propageren.”
Van kilocontracten naar hectarecontracten?
De Belgische frietindustrie blijft dus overeind, maar aardappelboeren zonder buffer hebben het dit jaar moeilijker. Guy Depraetere van landbouworganisatie ABS pleit voor een hervorming van de afnamecontracten. “Ik ben al langer voorstander van afnamecontracten per hectare, en niet per gewicht”, zegt hij. “De fabrieken leveren meestal het pootgoed, en ze weten hoeveel hectare een landbouwer heeft. En toch kan je maar pakweg 35 ton per hectare vastleggen aan een vaste prijs. De overschot, of dat nu 15 ton is, zijn dan vrije aardappelen.”
Dit systeem kan voor sommige telers echter heel gunstig uitpakken. Zo waren vrije aardappelen in 2024 meer waard dan contractaardappelen. Maar die vrije markt werkt in twee richtingen: vandaag zijn ze bijna niets meer waard.
Bovendien kan de oogst ook tegenvallen, en wordt het beloofde tonnage niet behaald. “Heeft een landbouwer minder opbrengst, dan is het ‘gedeelde schade’ en schuiven ze alles af op de schouders van de boer.”
“Daarom ben ik dus altijd tegen dit type contracten geweest”, zegt Depraetere. “In Nederland is dit nochtans de standaard, en in Frankrijk meestal ook. Al zijn de typisch Belgische kilocontracten nu ook in Noord-Frankrijk aan het doorbreken.”
Veel landbouwers zijn het overigens niet eens met Depraetere, dat een hectare-systeem gunstiger is. “Men is altijd in de waan dat men het grote lot kan winnen”, zegt Depraetere, verwijzend naar de goede prijzen van 2024. “En je kan inderdaad een keer heel goed zitten. Er zijn landbouwers die daarop speculeren. Maar dan moet je een goede buffer hebben als het misloopt.”
Wie kan minder aardappelen planten?
Depraetere pleit bij landbouwers om hun aardappelareaal te minderen. “Bij overaanbod sta je zwak. Nu zijn de verwerkers in een machtspositie omdat er zo weinig contracten zijn. De boeren smeken om een contract. Als het aardappelareaal mindert, verschuiven de verhoudingen weer ten voordele van de boer”, zegt Depraetere.
Bij overaanbod sta je zwak
Landbouwers overtuigen tot een areaalvermindering, is makkelijker gezegd dan gedaan. Depraetere herinnert zich een campagne in 2008 waarnaar amper werd geluisterd. “Na 11 vergaderingen in Vlaanderen en vier in Wallonië voor een aanbodbeheersing, heb ik moeten besluiten dat Belgische boeren er niet klaar voor zijn. Het is ieder voor zich.”
Natuurlijk is zo’n switch makkelijker gezegd dan gedaan: aardappelboeren die zoeken naar een alternatief, hebben weinig opties. “Dat is inderdaad een probleem”, zegt Depraetere. “Maar het is toch interessant als je jouw areaal tijdelijk mindert, al is het maar met 20 procent. Als de zaken normaliseren, kan je altijd weer uitbreiden. Maar nu zijn we de pedalen kwijt, en we moeten ze terugvinden.”
Ook Christophe Vermeulen van Belgapom pleit voor een areaalvermindering. “Al twee maanden roep ik daarvoor”, zegt hij. Het is de verstandigste manier om opnieuw een overproductie te vermijden. Nu is 75 procent van de aardappelen door contracten afgedekt en goed betaald geweest, maar we zitten inderdaad met een overschot van 800.000 ton vrije aardappelen, voornamelijk industrieaardappelen. Verwerkers contracteren immers enkel wat ze nodig hebben. Ik zou landbouwers aanraden om zich aan die hoeveelheden te houden, en minder te speculeren op een plotse groei van de vrije markt. Al weten we natuurlijk nog niet of we in 2026-2027 met even lage prijzen zullen zitten.”
Bron: Eigen berichtgeving