Boerenbond boos om afspringen compromis IHD
nieuwsBoerenbond is niet te spreken over het feit dat de Vlaamse regering geen compromis heeft kunnen bereiken over de Instandhoudingsdoelstellingen (IHD) en de programmatische aanpak stikstof (PAS). “Hiermee belandt het resultaat van vijf jaar lang intensief, participatief en constructief overleg in de prullenmand. Dat is een slechte zaak voor de biodiversiteit in Vlaanderen en voor duizenden landbouwbedrijven die nu in rechtsonzekerheid worden geduwd”, aldus voorzitter Piet Vanthemsche in Boer & Tuinder.
Volgens Vanthemsche was het IHD-verhaal lange tijd een zeer abstract verhaal met discussies over “de goede staat van instandhouding van Europees beschermde habitats en soorten”. Gaandeweg werd het voor de landbouworganisatie echter duidelijk dat de realisatie van de Instandhoudingsdoelstellingen een grote impact zal hebben op de landbouwsector. Twee aspecten zijn daarbij cruciaal: ruimtebeslag en vergunningenbeleid. “De IHD kunnen niet allemaal gerealiseerd worden in de bestaande natuurgebieden. Uitbreidingsdoelstellingen zullen ook in belangrijke mate gerealiseerd moeten worden op landbouwgronden”, zegt Vanthemsche.
Om de belangen van de landbouwsector zo veel mogelijk te vrijwaren, stelde Boerenbond daarom een aantal belangrijke eisen in de discussies rond IHD. “Eerst en vooral hebben we gepleit voor een focus op Europese natuur en vervolgens hebben we altijd gehamerd op het feit dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen, wat betekent dat de IHD in eerste instantie moeten gerealiseerd worden op terreinen van het Agentschap Natuur en Bos (ANB) of van natuurverenigingen”, legt de voorzitter uit.
Volgens hem had de Vlaamse overheid oor naar deze eisen, maar had de natuurbeweging het er moeilijk mee. “Zij willen liever zelf vrij blijven kiezen waar ze welke natuurdoelstellingen realiseren en opteren ze daarbij ook voor Vlaamse natuur die ze gemakkelijker kunnen realiseren”, beweert Vanthemsche. Het laatste half jaar was de discussie sterk gefocust op de gevolgen voor het vergunningenbeleid voor landbouwbedrijven.
Op basis van een analyse van de mogelijke impact op het vergunningenbeleid, uitgevoerd op vraag van de overheid, formuleerde Boerenbond drie eisen. Zo wil de landbouworganisatie dat er wordt vermeden dat landbouw in de stikstofproblematiek de rekening van andere sectoren betaalt en dat landbouwbedrijven worden geconfronteerd met een feitelijke vergunningenstop. Tot slot vraagt Boerenbond ook dat alle landbouwbedrijven waarvan de leefbaarheid in het gedrang komt door dit dossier, een beroep kunnen doen op een degelijk flankerend beleid.
“Wij hebben alles in het werk gesteld om op korte termijn te vermijden dat duizenden bedrijven in rechtsonzekerheid gestort worden, goed beseffend hoe moeilijk dit dossier is voor onze leden en goed wetende dat ook bij de verdere uitwerking van de programmatische aanpak stikstof (PAS) nog zware knopen doorgehakt zouden moeten worden. Maar met het zicht op de meet wil een aantal regeringspartijen dit blijkbaar niet. Zij willen niet meegaan in een redelijke overgangstermijn die onze bedrijven de kans moet bieden zich aan de nieuwe regels aan te passen”, reageert Piet Vanthemsche boos.
De Boerenbondvoorzitter zegt dat er een aantal landbouwbedrijven die vandaag rechtmatig worden uitgebaat, een belangrijke impact hebben op stikstofdepositie in speciale beschermingszones (SBZ). “Volgens een aantal regeringspartijen moet de activiteit van deze bedrijven gestopt worden op het einde van de vergunningstermijn, zonder vergoeding. Nochtans wordt een dergelijk bedrijf van de ene op de andere dag waardeloos.”
Vanthemsche vraagt zich af of het dan van zo’n onredelijkheid getuigt als een flankerend beleid wordt geëist dat inzetbaar is op het moment dat een vergunning niet wordt hernieuwd? “En getuigt het van onredelijkheid om te eisen dat deze vergunning automatisch, voor een beperkte duur wordt verlengd, als blijkt dat het flankerend beleid niet onmiddellijk operationeel is? Getuigt het dus van onredelijkheid wat tijd te creëren om te zoeken naar oplossingen voor een landbouwer en zijn gezinsleden? Volgens sp.a en N-VA wel.”
Boerenbond is er ook niet over te spreken dat deze partijen ook een bijkomende bescherming van de poldergraslanden eisten. “Voor deze eis bestaat geen enkele verantwoording vanuit het IHD-beleid. Zelfs in de recente studie van het INBO kan die niet gevonden worden. Voor sp.a en N-VA was een bijkomende bescherming van deze graslanden een absolute must om met de IHD en de PAS akkoord te kunnen gaan. Desondanks hebben we gepoogde om ook hier een redelijk compromis te formuleren, maar het heeft niet mogen baten”, stelt Vanthemsche.
De Boerenbondvoorzitter wijst diegenen die een compromis onmogelijk hebben gemaakt aan als de verantwoordelijken voor het feit dat duizenden bedrijven – en niet alleen landbouwbedrijven – in Vlaanderen in de rechtsonzekerheid verzeilen. “Maar nu er geen beslissing is genomen over IHD of PAS betekent dat niet dat het probleem is opgelost of is verdwenen. Zo zal er grote onduidelijkheid ontstaan met betrekking tot het vergunningenbeleid”, zegt Vanthemsche.
Toch wil de voorzitter nog één ding duidelijk stellen. “De onderhandelingen en besprekingen van de voorbije maanden hebben het vertrouwen van Boerenbond in het overlegproces ernstig geschaad. Als akkoorden en afspraken op het einde van de rit voor andere partners van geen tel blijken te zijn, als anderen aan de onderhandelingstafel in plaats van de natuurbelangen te verdedigen vooral onze land- en tuinbouwers willen doen bloeden, dan wordt het moeilijk samenwerken. Onze organisatie kan dan ook niet anders dan zich grondig te beraden over zijn positie in het overleg en de wijze waarop we de belangen van de landbouw het best verdedigen”, besluit Vanthemsche zijn voorwoord in het ledenblad.
Bron: Boer & Tuinder
Beeld: Boerenbond