nieuws

Beter 'meststatuut' voor digestaat is in onderzoek

nieuws
In het vijfde Mestactieplan (2015-2018) wordt er bijkomend onderzoek aangekondigd dat, niet onbelangrijk, voor een aanpassing aan MAP 5 kan zorgen indien de resultaten daarom vragen en de Europese Commissie haar fiat geeft. In onderzoek zijn de opslag van stalmest op de kopakker tijdens de winterperiode en een beperkte bemestingsvrije zone langs een waterloop (1 meter) bij toepassing van precisiebemestingstechnieken. Het Vlaams Coördinatiecentrum voor Mestverwerking (VCM) vestigt de aandacht op een pilootproject waarin ze samen met UGent en Inagro een ‘pro rato’-systeem voor digestaat uittest. Pro rato wil zeggen dat enkel de nutriënten uit dierlijke mest die in de vergister gaan er met hetzelfde statuut weer uitkomen en het overige deel van de digestaat erkend wordt als ‘andere meststof’.
21 april 2015  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:30
Lees meer over:

In het vijfde Mestactieplan (2015-2018) wordt er bijkomend onderzoek aangekondigd dat, niet onbelangrijk, voor een aanpassing aan MAP 5 kan zorgen indien de resultaten daarom vragen en de Europese Commissie haar fiat geeft. In onderzoek zijn de opslag van stalmest op de kopakker tijdens de winterperiode en een beperkte bemestingsvrije zone langs een waterloop (1 meter) bij toepassing van precisiebemestingstechnieken. Het Vlaams Coördinatiecentrum voor Mestverwerking (VCM) vestigt de aandacht op een pilootproject waarin ze samen met UGent en Inagro een ‘pro rato’-systeem voor digestaat uittest. Pro rato wil zeggen dat enkel de nutriënten uit dierlijke mest die in de vergister gaan er met hetzelfde statuut weer uitkomen en het overige deel van de digestaat erkend wordt als ‘andere meststof’.

In het vijfde mestactieprogramma spreekt de Vlaamse regering als goede voornemen voor de mestverwerking een omslag van nutriëntverwijdering naar nutriëntrecuperatie uit. De overheid ziet graag een gesloten nutriëntenkringloop in de Vlaamse landbouw en wil daartoe onder meer het gebruik van digestaat promoten. Alleen werkt de wetgeving dat momenteel tegen, in de zin dat maïs en organische reststromen die samen met mest een vergister voeden er allemaal als digestaat met het statuut ‘dierlijke mest’ uitkomen. Het maakt niet uit hoe klein de fractie dierlijke mest in de totale input is.

In andere lidstaten worden die fracties op papier uit elkaar gehouden zodat er niet meer dierlijke mest uit een vergister komt dan er ingaat. De restfractie van het digestaat zou dan als 'andere organische meststoffen' worden beschouwd. Dat zou het voor de Vlaamse landbouw een interessantere grondstof maken om de bodem met nutriënten te voeden. In MAP5 wordt deze ‘pro rato’-aanpak aan twee voorwaarden gekoppeld: de kwantificeerbaarheid van alle in- en outputs en een hogere werkingscoëfficiënt (dan ruwe dierlijke mest) voor digestaat die uitgereden wordt op het veld. Het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking gaat nu samen met UGent en Inagro dit systeem op een aantal ‘pilootbedrijven’ testen op zijn werkbaarheid en invloed op het nitraatresidu.

Bron: eigen verslaggeving / VCM-nieuwsbrief

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek