Bemesten op graanstoppel moet oordeelkundig gebeuren
nieuwsMet het vijfde mestactieprogramma wil de Vlaamse overheid de waterkwaliteit verder verbeteren en de vooropgestelde doelstelling voor 2018 halen. Het is dan ook belangrijk dat de land- en tuinbouwers oordeelkundig en efficiënt omspringen met hun bemesting zodat de nutriënten niet uitspoelen. De Mestbank zet de regels voor bemesten in de maand augustus op een rij. “Vooral op percelen waar de oogst wat minder was door de droogte van de afgelopen maanden is grote voorzichtigheid geboden”, klinkt het.
Nieuw in MAP5 is dat meststoffen opgedeeld worden in drie types, afhankelijk van hun werking. Type 1 zijn stalmest, champost en traagwerkende meststoffen. Type 3 omvat kunstmest, spuistroom en effluent. Type 2 is de restcategorie waar drijfmest in valt. Landbouwers mogen hun na de graanoogst vrijgekomen akkers maar met meststoffen van type 2 of 3 bemesten als ze een nateelt of vanggewas inzaaien. Dat hoeven ze niet te doen als ze meststoffen van type 1 gebruiken.
Als de oogst van het gewas plaatsvond in juli, moet er ten laatste op 31 juli een nateelt of ten laatste op 31 augustus een vanggewas zoals gele mosterd, snijrogge of gras ingezaaid worden. Als de oogst plaatsvond in augustus, moet er ten laatste op 31 augustus een vanggewas ingezaaid worden. Ook als jaarlijks de teelten wintergerst of wintertarwe worden ingezaaid, moet ten laatste op 31 juli een nateelt of ten laatste op 31 augustus een vanggewas ingezaaid worden. “Als dat niet gebeurt, blijft de grond te lang onbedekt en kunnen nutriënten afspoelen en uitspoelen”, legt VLM uit.
Ook als ten laatste op 31 augustus een specifieke teelt wordt ingezaaid kan de landbouwer nog bemesten na de oogst van de voorgaande teelt. Onder specifieke teelten verstaat de overheid fruit, het leeuwendeel van de groenten (groepen I, II en III) en verder aardbeien, sierplanten, boomweek, spruitkool en graszoden. De bemesting van groenten van groep I of II, sierteelt, boomkweek en aardbeien moet onderbouwd worden met een bemestingsadvies en eventueel een bodemstaalname.
Nieuw dit jaar is dat de zogenaamde focusbedrijven overal waar de hoofdteelt en de bodem het toelaat een vanggewas moeten inzaaien, ook al is er na de oogst geen bemesting voorzien. “De inzaai gebeurt het best zo snel mogelijk en ten laatste een maand na de oogst van de hoofdteelt”, aldus VLM.
Voor alle landbouwers die na een hoofdteelt van bijvoorbeeld granen willen bemesten, geldt dat ze naast de regels rond nateelt en vanggewas ook rekening moeten houden met de dosisbeperking na 31 juli. Een nauwkeurige dosering is aangewezen want van drijfmest mag niet meer dan 36 kilo werkzame stikstof per hectare opgebracht worden. Landbouwers die met forfaitaire waarden rekenen, kunnen maximaal 12,5 ton rundermengmest per hectare of 7,4 ton varkensmengmest per hectare toepassen.
Beeld: Loonwerk Defour