nieuws

BEMEFA maakt sterktes van onze veehouderij wereldkundig

nieuws
Men is nooit gelukkig ten koste van het geluk van anderen. Luc Seurynck, voorzitter van de beroepsvereniging van mengvoederfabrikanten, gebruikte tijdens de algemene vergadering van BEMEFA een Chinees gezegde om duidelijk te maken dat er zonder landbouwers geen plaats is voor veevoeder- en verwerkende industrie. Hij breekt dan ook een lans voor een betere en faire prijs van de eindproducten want, zo verklaart Seurynck meermaals, ze blinken uit in voedselveiligheid en kwaliteit. Gelet op de leidersrol die we op dat vlak spelen en de Europese productie van vlees, melk en eieren die de behoefte van de interne markt overstijgt, trekt de veevoederindustrie de kaart van export, “zie maar wat voor kansen zich voor zuivel aanboden met het melamineschandaal in China”.
4 mei 2015  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:21
Lees meer over:

Men is nooit gelukkig ten koste van het geluk van anderen. Luc Seurynck, voorzitter van de beroepsvereniging van mengvoederfabrikanten, gebruikte tijdens de algemene vergadering van BEMEFA een Chinees gezegde om duidelijk te maken dat er zonder landbouwers geen plaats is voor veevoeder- en verwerkende industrie. Hij breekt dan ook een lans voor een betere en faire prijs van de eindproducten want, zo verklaart Seurynck meermaals, ze blinken uit in voedselveiligheid en kwaliteit. Gelet op de leidersrol die we op dat vlak spelen en de Europese productie van vlees, melk en eieren die de behoefte van de interne markt overstijgt, trekt de veevoederindustrie de kaart van export, “zie maar wat voor kansen zich voor zuivel aanboden met het melamineschandaal in China”.

Wereldleiders op vlak voedselveiligheid en de beste leerlingen van de klas als het over milieuvriendelijk en duurzaam produceren gaat. In die termen spreekt BEMEFA-voorzitter Luc Seurynck over de Belgische voedselketen maar bij uitbreiding ook over andere exporterende EU-lidstaten zoals Denemarken en Nederland. De veevoederindustrie ziet met andere woorden een rol weggelegd voor Europa om de wereld te voeden. Een delegatie directeurs van veevoederfabrieken en slachthuizen ging zich daar samen met BEMEFA met eigen ogen van vergewissen in China.

Er zijn niet minder dan 1,3 miljard Chinezen, bijna allen vleesconsumenten die vandaag produceren op de manier zoals wij dat 50 jaar geleden deden. Alle grondstoffen worden nog geleverd in zakgoed en ook de veevoeders worden bijna uitsluitend in zakken verhandeld. Het productiegetal bij zeugen wordt op 15 biggen per jaar geschat. Dat lijkt dramatisch maar is ook een indicatie van het geweldige potentieel van China. “Stel je voor dat de 40 miljoen zeugen in China allemaal drie of vier biggen meer werpen”, zegt Jacques Van Outryve, die als landbouwjournalist meereisde zodat hij de nabeschouwing op de reis kon verzorgen.

Niet alleen de productie blijft achter in het onmetelijk grote land, ook de voedselveiligheid loopt er mank. Door voedselschandalen (o.a. melamine in melk) en corruptie vertrouwen heel wat Chinezen het voedsel van eigen bodem niet. In de wetenschap dat er nu al 100 miljoen rijke Chinezen zijn die zich duurder voedsel kunnen permitteren, liggen de kansen hier voor het grijpen. Deze zomer bezoekt koning Filip China. De Belgische ambassadeur in China verzekerde BEMEFA dat de import van Belgisch varkensvlees zeker ter sprake zal komen tijdens dat bezoek. Een koninklijk bezoek opent deuren in China. Federaal landbouwminister Willy Borsus reist in de herfst van dit jaar naar China om de druk op de ketel te houden.

Volgens Herman Diricks, directeur-generaal van het Voedselagentschap, is varkensvlees maar één van de 13 Belgische exportdossiers waarin met China naar een doorbraak gezocht wordt. Ook onze zuivelindustrie heeft de blik op China gericht. Diricks meent dat de dierlijke sectoren die op zoek zijn naar nieuwe verre afzetmarkten een voorbeeld kunnen nemen aan de fruitsector. Door coöperatief te handelen, zijn de fruitveilingen erin geslaagd om peren naar China te exporteren.

Het advies om samen te werken aan nieuwe exportsuccessen klinkt BEMEFA-voorzitter Luc Seurynck als muziek in de oren. “Samenwerken met behoud van ieders eigenheid moet kunnen. Zo is BEMEFA sterk geworden. Op de baan mag er al eens ‘oorlog’ gevoerd worden, het belangrijkste is dat we op algemene punten eenzelfde einddoel nastreven.” Als export naar China zo’n gezamenlijke doelstelling kan zijn, dan is voedselveiligheid dat zeker. Voor de veiligheid van de diervoederketen opteerde BEMEFA bij de creatie van het autocontrolesysteem voor de verticale aanpak. “Een uitstekend spoor want 95 procent van de contaminaties is toe te schrijven aan inputs (grondstoffen en additieven)”, aldus Seurynck. De enige lacune in het toezicht zijn reststromen van de voedingsindustrie die zonder verdere verwerking benut worden als veevoeder, voornamelijk rundveevoeder. Het spreekt vanzelf dat BEMEFA autocontrole hiervoor nuttig en nodig acht.

Het alternatief voor samen aan één zeel trekken, is een Nederlands ‘elk voor zich’-scenario. De zuivelindustrie probeert er, na de slechte ervaring van de met aflatoxines besmette maïs uit Oost-Europa die verwerkt werd in veevoeder, zelf meer greep te krijgen op de veiligheid van de voedergrondstoffen. Dat Nederland ook de collectieve aanpak in de aankoop van gecertificeerde duurzame soja verlaat, baart BEMEFA zo mogelijk nog meer zorgen. Terwijl BEMEFA in ons land gecertificeerde soja aankoopt voor haar leden – 400.000 ton op een totaal sojaverbruik van 750.000 ton – wil men dat in Nederland overlaten aan de individuele fabrikanten. “Dat gaat kostprijsverhogend werken, door de audits die nodig zijn en het verlies aan onderhandelingsmacht bij kleinere volumes”, waarschuwt Yvan Dejaegher, directeur-generaal van BEMEFA.

Terwijl duurzaamheid sinds de oprichting van het platform maatschappelijk verantwoorde diervoederstromen (2006) een zaak van collectief belang is voor de Belgische veevoederindustrie, lijkt het erop dat Nederland duurzaamheid als een competitief wapen ziet. Bedrijven zouden het kunnen gebruiken om zich te onderscheiden van de concurrentie. BEMEFA ligt daar wakker van omdat het voor Belgische fabrikanten nodeloos moeilijk zal worden om veevoeder uit te voeren naar Nederland. Het overleg met onze noorderburen loopt, maar heeft voorlopig niets opgeleverd.

Het opbod op vlak van duurzaamheid is geen exclusief Nederlands fenomeen. In eigen land worden sommige supermarkten, die onder druk staan van ngo’s, afkerig van soja. Onterecht, aldus BEMEFA, gelet op de inspanningen die de veevoederindustrie al een decennium doet om enerzijds duurzame soja aan te kopen en anderzijds meer lokale eiwitbronnen te verwerken. “Vijftien jaar geleden was soja een onvervangbare veevoedergrondstof, maar op vandaag is het verbruik sterk teruggedrongen”, luidt het.

Yvan Dejaegher staaft dat met cijfers: “Van 1,2 miljoen ton soja is het jaarverbruik teruggevallen tot 700.000 ton soja(schroot), op een totale veevoederproductie in ons land van 5,6 miljoen ton. Koolzaadschroot won aan belang, het volume steeg van 300.000 naar 600.000 ton. Koolzaad maakt ons minder afhankelijk van soja-import want het is een lokale grondstof die voornamelijk in Duitsland aangekocht wordt.” Boeren zouden in Europa ook zelf soja kunnen telen. Om rendabel te zijn, moet de opbrengst wel verder stijgen richting vijf ton per hectare. De directeur-generaal van BEMEFA gelooft graag in lokale sojateelt, niet in het minst omdat import steeds problematischer wordt. “In de wetenschap dat China iedere maand vier miljoen ton soja invoert, wordt het een enorme opdracht om de Braziliaanse soja hier te krijgen.”

De veevoederindustrie zit niet verlegen om de soja die vandaag nog ingevoerd wordt. “De Round Table for Responsible Soy (RTRS) toetst de duurzaamheid van soja aan 98 indicatoren. Met het platform maatschappelijk verantwoorde diervoederstromen zijn we geleidelijk gegroeid naar 64 indicatoren. We zijn dus goed op weg om de meest optimale sojastandaard te bereiken”, zegt Dejaegher. Hij legt uit dat er bewust voor gekozen is om dat stap voor stap te doen. “We willen de Braziliaanse boeren aan boord van het certificeringsprogramma houden. Ga je te snel, dan loop je het risico dat vooral kleine boeren afhaken.”

Ons land speelt al een kleine decennium een voortrekkersrol inzake duurzame soja, met dank aan BEMEFA dat koos voor een push-strategie. In een idealer scenario toont de retail bereidheid om een extra vergoeding te betalen voor dierlijke producten op basis van duurzame soja. Elders groeit het bewustzijn zodat het toch een voordeel lijkt dat de certificatie van soja-import in ons land al zo ver gevorderd is. Yvan Dejaegher: “Binnen de Europese sectorvereniging FEFAC wordt gewerkt aan een 40-tal minimumcriteria rond duurzaamheid. Dat zijn er minder dan dat wij hanteren, maar het komt er nu vooral op aan om de andere EU-lidstaten mee te krijgen. De ambitie op langere termijn is om alleen nog duurzame soja Europa in te voeren. We spreken dan over een volume van 30 miljoen ton soja per jaar.”

Het Belgische pionierswerk op vlak van soja doet Luc Seurynck verzuchten: “Stel je voor hoe sterk we zouden staan in de export van onze eindproducten als alle Europese landen dezelfde hoge standaard zouden uitdragen.” De voorzitter van BEMEFA neemt zich voor om meer de nadruk te leggen op de lage milieudruk van dierlijke productie in onze regio. Een lage (dus goede) voederconversie is één van de sterkste punten van de hier aanwezige intensieve veehouderij. “In de kritiek op vlees wordt met voederconversiecijfers gegoocheld die totaal niet kloppen. Met alle data waarover we beschikken, hebben we het zelf becijferd en wat blijkt, met één kilo graan produceren we in onze regio minstens één kilo vlees. Dat is onder meer te danken aan het efficiënt gebruik van de nevenstromen van de voedings- en biobrandstofindustrie.”

Meer info: Jaarverslag BEMEFA

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek