Belg blijft onverminderd bereide maaltijden kopen
nieuwsIn tegenstelling tot het grote wantrouwen dat heerst bij de Europese consument blijven de Belgen sinds het uitbreken van het paardenvleesschandaal evenveel bereide maaltijden kopen. De exportgerichte voedselbedrijven incasseren dan weer rake klappen. "Net die landen waarnaar onze Vlaamse bedrijven exporteren, reageren het felst", zegt FEVIA-topman Chris Moris.
In tegenstelling tot de spectaculaire daling van de verkoopcijfers van bereide maaltijden in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk, ziet de Belgische consument geen graten in opwarmmaaltijden. Daar waar bij de Britten tot 80 procent van de bereide schotels in de rekken blijft liggen en de verkoop in Duitsland met de helft terugvalt, blijft het consumentengedrag in België ongewijzigd.
“De huidige voedselcrisis heeft geen enkele impact op onze verkoopcijfers”, zegt Delhaize-woordvoerder Roel Dekelver. “We merken nergens een terugval, in geen enkel segment.” Ook supermarktketens Lidl en Makro bevestigen de continuïteit in het aankooppatroon van de Belg. Vergeleken met de commotie die de etiketteringsfraude bij bereide maaltijden de afgelopen weken in onze buurlanden teweegbracht, is die vaststelling opmerkelijk.
Voedselexpert Christiane Beerlandt is niet verbaasd over het Belgische consumentenvertrouwen: “Belgen zijn helaas al te veel gewoon. Alleen als het erger wordt dan de dioxinecrisis uit 1999 en de overheid zelf de rekken leeghaalt, zullen we echt opschrikken. Bovendien zijn we hier ook opgegroeid met het idee dat er niets mis is met het eten van paardenvlees.”
Het vertrouwen van de Belgische consument staat in schril contrast met de verkoopcijfers van bereide maaltijden in de rest van Europa. “In Groot-Brittannië is de terugval compleet", zegt Chris Moris, directeur-generaal FEVIA. "De verkoop is er met 75 tot 80 procent gedaald. Maar ook in Duitsland en Oostenrijk is de verkoop met meer dan 50 procent afgenomen. En dat zijn dramatische cijfers als je weet dat heel wat Belgische voedselbedrijven het moeten hebben van export naar die landen.”
De gevolgen blijven niet uit. Voedselbedrijf Ter Beke uit Waarschoot, producent van onder meer het Come a Casa-gamma, zette gisteren 104 van de 185 personeelsleden gedwongen op non-actief. Niet alleen het tanende exportvolume, maar ook het politiek-economisch beleid van de landen in kwestie speelt de Belgische voedselsector parten: "We merken een sterke protectionistische reflex in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk. Om een herhaling van deze voedselcrisis te voorkomen, willen ze in hun maaltijden enkel nog vlees dat in eigen land gekweekt werd”, zegt Moris.
Ook de DNA-testen die de producenten van bereide maaltijden laten uitvoeren op de afgewerkte producten wegen op de winstmarges van de voedselbedrijven, zegt Michel Tops van Tops Foods. “Een DNA-analyse kost al snel 250 à 500 euro, maar de kosten van die controles kunnen we niet doorrekenen. De retailers aanvaarden dat gewoonweg niet.”
Na overleg met de FOD Economie stuurt sectorfederatie FEVIA aan op het invoeren van systematische DNA-controles op zowel de grondstoffen als de eindproducten, een voorstel dat ook al in het Europees Parlement ter sprake is gekomen. “Onmogelijk”, reageert directielid Bart Serras van Culinor, dat wekelijks 100 ton verse bereide maaltijden produceert voor diverse Europese landen. “Hier worden meerdere keren per week grondstoffen geleverd. Daar elke keer DNA-tests op uitvoeren, kost te veel geld.”
Bron: De Tijd / Het Laatste Nieuws