Beleidsnota vermeldt economische dynamiek op platteland
nieuwsPlatteland en stad zijn in Vlaanderen sterk verweven, zowel geografisch, functioneel als cultureel gezien is er steeds minder onderscheid tussen de twee. Steeds meer maatschappelijke actoren geven een functie aan het platteland. De veelheid aan functies die het platteland vervult, kan tot conflicten leiden maar betekent ook een verrijking. Minister Joke Schauvliege heeft met het Vlaams plattelandsbeleid een duidelijk doel voor ogen. Het streeft naar een kwaliteitsvolle en concurrentiele plattelandseconomie, een leefbaar platteland, een platteland met een eigen identiteit en belevingswaarde en een duurzame omgevingskwaliteit.
De voorbije legislatuur kreeg het eerste Plattelandsbeleidsplan in Vlaanderen vorm. Het reikt een referentiekader en doelstellingen aan voor de geïntegreerde en gebiedsgerichte duurzame ontwikkeling van het platteland en de randstedelijke gebieden. Het verhoogt bovendien de omgevingskwaliteit in deze gebieden en brengt ook economische en sociale aspecten mee in rekening. Joke Schauvliege wil als Vlaams minister die bevoegd is voor het plattelandsbeleid het actieprogramma van haar voorganger Kris Peeters – dat nog loopt tot en met 2015 – uitvoeren, evalueren en bijsturen waar nodig.
De instrumenten die minister Schauvliege ter beschikking heeft, zijn het interbestuurlijk plattelandsoverleg, het PDPO dat in uitvoering van het Europese landbouw- en plattelandsontwikkelingsbeleid lokale plattelandsinitiatieven subsidieert, Vlaamse initiatieven ter ondersteuning van nieuwe ontwikkelingen zoals volkstuinen en zorgnetwerken en tot slot nog korte termijnprojecten die lokale actoren betrekken, bijvoorbeeld rond een thema als armoedebestrijding op het platteland. Met het programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling (PDPO III) wil Schauvliege naar eigen zeggen werken aan een fraai platteland met een leefbare landbouw die natuur ontwikkelt, een mooi landschap verzorgt, gezonde voeding aanbiedt, mensen verbindt en mee bouwt aan een streekeigen gezicht.
Omdat dorpen de ziel zijn van het Vlaamse platteland staat een ‘effectief dorpenbeleid’ hoog op het verlanglijstje van de minister. Een effectief dorpenbeleid biedt maatwerk bij het inspelen op die specifieke, lokale noden en bezit hierdoor verschillende dimensies (stedenbouwkundig, economisch, sociaal, enz.). De economische dynamiek in het landelijk gebied zal deze legislatuur zeker kansen krijgen. Schauvliege geeft hoeve- en plattelandstoerisme als voorbeelden van ruraal ondernemerschap. Dat brengt de minister naadloos bij het thema ondernemende vrouwen op het platteland. Schauvliege wil hen blijven stimuleren om engagementen aan te gaan die het platteland doen groeien in al zijn facetten.
Tot slot verwijst Schauvliege naar het plattelandsfonds dat vorige legislatuur ontwikkeld werd omdat plattelandsgemeenten het financieel moeilijk hebben. Het Vlaams regeerakkoord 2014-2019 stelt een bundeling voorop van de middelen van het plattelandsfonds, het federaal grootstedenbeleid en de stadsvernieuwingsprojecten in een investeringsfonds. “Bij deze bundeling zorgen we ervoor dat de beperkte administratieve last, de bijdrage aan plattelandsdoelstellingen, de specificiteit van de afbakening van de doelgroep en de verdeling van de middelen die het huidige plattelandsfonds kenmerken, maximaal gerespecteerd worden”, belooft Schauvliege.
Meer info: Beleidsnota Landbouw en Visserij 2014-2019