nieuws

"Behoud dier- en plantensoorten geen goed uitgangspunt"

nieuws
Het veranderend klimaat in Nederland is op termijn ongeschikt voor 15 procent van alle daar voorkomende dier- en plantensoorten. Natuurbeleid moet zich daarom niet richten op het behoud van alle dier- en plantensoorten maar op het vergroten van het aanpassingsvermogen van de natuur, aldus het Planbureau voor de Leefomgeving.
24 augustus 2010  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:12
Lees meer over:

Het veranderend klimaat in Nederland is op termijn ongeschikt voor 15 procent van alle daar voorkomende dier- en plantensoorten. Natuurbeleid dat is gericht op het behoud van alle dier- en plantensoorten is daarom niet realistisch meer en kan zich beter bezighouden met het vergroten van het aanpassingsvermogen van de natuur, aldus het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft deze aanpassing van het Nederlands natuurbeleid voorgesteld in de studie 'Adaptatiestrategie voor een klimaatbestendige natuur', dat het bureau presenteerde in samenwerking met de universiteit van Wageningen.

Nederland zal in de toekomst vaker te maken krijgen met extreme weersomstandigheden. Als het natuurbeleid niet verandert, zal de natuur kwetsbaar blijven voor de gevolgen van de klimaatverandering. "Meer droogte, hitte en wateroverlast zullen er onvermijdelijk toe leiden dat bepaalde populaties achteruitgaan of zelfs uit Nederland verdwijnen", aldus het PBL.

Andere soorten krijgen door de opwarming van de aarde juist de kans om in  meer noordelijk gelegen regio’s een nieuw habitat te verwerven. Zij kunnen de functies van de verdwijnende soorten overnemen. "Bij een veranderend klimaat kan de biodiversiteit dus op peil blijven op voorwaarde dat de natuur voldoende in staat is zich aan te passen aan de verstoringen", oordeelt het PBL.

Het planbureau en de universiteit stellen voor om het natuurbeleid op een hele andere leest te schoeien. Niet het behoud van dier- en plantensoorten per gebied, maar het vergroten van het aanpassingsvermogen van de natuur zou het nieuwe uitgangspunt kunnen worden.

"In grotere, aaneengesloten gebieden kunnen dieren en planten zich beter aanpassen om zo de gevolgen van extreem weer op te vangen. Als daarnaast natuurgebieden internationaal met elkaar verbonden worden, kunnen dier- én plantensoorten voor wie het hier te warm wordt, koudere streken bereiken. Vanuit het zuiden kunnen nieuwe soorten zich in Nederland vestigen", argumenteren PBL en Wageningen.

Bron: Belga/eigen verslaggeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek