Bedrijven erkennen nut van controles in de voedselketen
nieuwsBij de voorstelling van het jaarverslag 2009 van het Voedselagentschap ging de nodige aandacht uit naar de tevredenheidsenquête die werd opgezet bij 29.000 operatoren in de voedselketen. Niemand wordt graag gecontroleerd, niettemin blijkt dat bedrijven controles niet noodzakelijk als negatief ervaren. Zij erkennen de maatschappelijke relevantie van het Voedselagentschap en het nut van dergelijke controles.
Het Voedselagentschap streeft naar erkenning door de brede samenleving en aanvaarding door de gecontroleerden. Om die reden voorziet het businessplan dat om de drie jaar, te beginnen in 2009, een tevredenheidsenquête wordt uitgevoerd. Na de operatoren, krijgen ook consumenten de kans om mee te doen aan een tevredenheidsenquête op de website van het Voedselagentschap.
De enquête werd verzonden naar ongeveer 29.000 operatoren die het afgelopen jaar werden gecontroleerd. Een zeer representatieve 22 procent van de bevraagden gaf gehoor aan die oproep, onder hen vooral landbouwers (36%) en horeca-uitbaters (29%). Goed 8 op de 10 respondenten gaf aan het Voedselagentschap goed of zeer goed te kennen. Daarentegen is 19 procent van de operatoren in de voedselketen weinig vertrouwd met het Voedselagentschap en haar opdrachten. Het meest gekend waren de controles in de voedselketen. Dat het Voedselagentschap ook de bestrijding van plantziekten voor haar rekening neemt, wist maar 26 procent van de ondervraagden.
Globaal werd het Voedselagentschap erg positief geëvalueerd als een organisatie die nuttig is voor de maatschappij (93%), getuigt van professionalisme (87%) en bijdraagt tot de verbetering van de activiteiten van de gecontroleerde operator in de voedselketen (73%). Een opdeling per sector brengt aan het licht dat de landbouwsector en de sector toelevering aan landbouwbedrijven iets minder 'enthousiast' zijn over de waarde van het Voedselagentschap. Paradoxaal genoeg is de horecasector over de ganse lijn meer positief in haar perceptie terwijl in deze sector de meeste verwittigingen en proces verbalen worden opgesteld. Ook de vraag naar de tevredenheid over de dienstverlening laat dezelfde trend optekenen.
Omtrent de inspecties en het optreden van de controleurs is nog onvoldoende geweten dat gewerkt wordt volgens een gedragscode. Volgens 60 procent van de gecontroleerde operatoren vergat de controleur zijn legitimatiekaart te tonen. Anderzijds was de controleur in ruim een kwart van de gevallen wel 'zo vriendelijk' om op voorhand een seintje te geven terwijl de algemene regel is dat controles niet worden aangekondigd, tenzij in specifieke situaties zoals veeteelt. Vooral ten zuiden van de taalgrens, in de provincies Namen (55%) en Luik (38%), heeft men daar profijt van.
De enquête geeft een erg postief beeld weer over het concreet verloop van controles en het optreden van controleurs. Meer dan 90 procent van de operatoren is tevreden over het verloop van controles en ruim 80 procent is akkoord met de frequentie van controles. 60 procent of meer van alle operatoren erkent dat een sectorgids voor autocontrole een interessant instrument is om hen te helpen autocontrole op het bedrijf toe te passen. Bijna 30 procent van de toeleveranciers in de landbouw merkt wel op dat de controleur onvoldoende uitlegt hoe een controlechecklist wordt gebruikt.
Een controle wordt in de helft van de gevallen gevolgd door een brief met opmerkingen. Indien na een controle een waarschuwing of PV volgt, dan wordt dit in 90 procent van de gevallen ook meegedeeld door de controleur. In evenveel gevallen maakt de controleur duidelijk hoe men zich in regel kan stellen en binnen welke termijn dit moet gebeuren. De aanvaarding van de genomen maatregel of de perceptie dat die in verhouding staat tot de vastgestelde inbreuk, ligt een stuk lager. Slechts 28 procent gaat hiermee volledig akkoord, terwijl 31 procent hierover ontevreden is.
Bron: eigen verslaggeving