BCZ kant zich tegen het koppelen van melkprijs aan productiekosten
nieuwsDe Europese Commissie wil melkprijzen in contracten sterker koppelen aan de productiekosten. Dit moet melkveehouders beschermen, maar volgens zuivelfederatie BCZ zal dit net leiden tot minder flexibiliteit en een verlies aan concurrentiekracht voor de sector als geheel. “Initiatieven die één schakel willen beschermen zonder de gevolgen voor de andere schakels mee te nemen, dreigen hun doel voorbij te schieten”, aldus BCZ.
Deze zomer publiceerde de Europese Commissie de herziening van de Gemeenschappelijke Marktordening (Verordening 1308/2013). Daarin staat dat de melkprijs vooraf als vaste prijs in het contract moet worden vastgelegd, of berekend op basis van “objectieve kostprijsindicatoren” die onder meer rekening houden met de productiekosten. Zuivelfederatie BCZ vindt dit geen goed idee en verzet zich via de Europese zuivelfederatie EDA tegen deze “doorgedreven regulering van prijsafspraken”, aldus BCZ.
Stabielere, maar lagere inkomsten
BCZ motiveert dit standpunt met een onafhankelijk onderzoek van Ife, het Institute of Food and Food Economics. Daarin staat dat deze beschermingsmaatregel net het omgekeerde effect zou kunnen hebben. “Hoewel deze aanpak de melkprijzen binnen de EU zou stabiliseren, gaat dit ten koste van aanzienlijke verwachte inkomensverliezen voor de boeren”, concluderen de onderzoekers.
Bovendien merkt Ife op dat de productiekosten sterk verschillen tussen melkveehouderijen, en dus kan geen enkele uniforme kostprijsindicator de economische realiteit van alle bedrijven correct weerspiegelen. “Hierdoor dreigt het systeem zijn beschermende doel voorbij te schieten, zonder een garantie te bieden dat individuele kosten voldoende worden gedekt”, meldt BCZ.
Volgens Ife zullen de minst kostenefficiënte bedrijven snel merken dat volledige kostendekking niet langer haalbaar is, zelfs niet in periodes met hoge marktprijzen zoals in 2022, 2024 en 2025. Ook voor coöperatieve zuivelbedrijven zou dit problemen kunnen geven, aangezien lagere marges op verwerkingsniveau discussies over interne herverdeling zouden kunnen uitlokken.
Concurrentievermogen slinkt, administratie neemt toe
Bovendien voorspelt Ife dat Europese zuivel onder dit systeem minder goed internationaal zou kunnen concurreren. Het wereldwijde marktaandeel van Europese zuivel zou dus waarschijnlijk slinken, met alle gevolgen van dien voor de sector.
“Verder is de verwachting dat de verminderde flexibiliteit en beperkte mogelijkheid om te reageren op internationale marktsignalen zullen leiden tot een voorzichtiger prijsbeleid van zuivelbedrijven en inkomensverliezen voor alle melkveehouders”, duidt BCZ nog.
Het zuivelbeleid in landen als Frankrijk (Egalim) en Spanje toont volgens BCZ aan waarom het koppelen van de productiekosten aan contractprijzen een misstap is. Frankrijk en Spanje voerden in 2018 en 2019 regelgeving in die het gebruik van objectieve, verifieerbare prijsindicatoren verplicht maakte. “In beide landen is sindsdien geenszins een verbetering van de nationale melkprijs tegenover het Europese gemiddelde merkbaar”, argumenteert BCZ. “Wel worden zuivelbedrijven en administraties er belast met bijkomende administratie en controles.”
Mandaat voorziet uitzonderingen
Alle bezwaren ten spijt hebben BCZ en EDA voorlopig Europa nog niet kunnen overtuigen. “Gelukkig is het nog niet te laat, en zijn er nog uitzonderingen mogelijk”, meldt BCZ. “Voor leveringen van melkveehouders aan de coöperatie waar ze lid van zijn bijvoorbeeld, wordt onder voorwaarden geen contractplicht opgelegd. Daarnaast voorziet de Verordening voor Lidstaten de mogelijkheid om af te wijken van de verplichte prijsvormingsregels, mits raadpleging van de erkende brancheorganisatie. In Duitsland bijvoorbeeld lijkt de voorkeur uit te gaan naar deze zogenaamde ‘opt-out’. Als die keuze bevestigd wordt, is dezelfde beslissing van de Belgische overheid essentieel voor het bewaken van het gelijk speelveld, en om geen concurrentieel nadeel te creëren t.o.v. de Duitse conculega’s.”
BCZ drong alvast bij de FOD Economie aan om zuivelverwerkers dus niet te verplichten hun melkprijs te baseren op de productiekosten. “Anders riskeert ze de Belgische melkveehouders die ze wenst te beschermen, net te ondermijnen”, aldus nog BCZ.
Ook landbouworganisatie Boerenbond is geen fan van de verordening. “We zijn geen vragende partij om verplichte contracten in te voeren met prijsbepalende elementen”, zegt woordvoerder Tessa De Prins. “Als zo'n contract wordt aangeboden, moet het de vrije keuze van de landbouwer zijn om hier al dan niet op in te tekenen.”