Bananendeal vergde 400 uur onderhandelen op topniveau
nieuwsNa een marathonreeks van honderd vergaderingen en meer dan vierhonderd uur onderhandelen op topniveau werd een week geleden na 16 jaar getouwtrek de moeder aller handelsconflicten opgelost. De Europese Unie stemde immers toe in een forse reductie van de invoertaksen op dollarbananen. Duidelijk is dat een banaan niet zomaar een stuk fruit is.
De bananenhandel symboliseert economisch imperialisme, manipulatie en machtsmisbruik, sociale uitbuiting en een problematische globalisering. De geschiedenis ervan is vaak donker en erg complex. In goed twee eeuwen tijd is de banaan uitgegroeid tot een van de belangrijkste handelswaren ter wereld. Geen enkele fruitsoort heeft een hogere economische waarde.
Jaarlijks importeert de Europese Unie voor zeker vijf miljard euro aan bananen. Europese supermarkten halen vlot één procent van hun totale omzet uit de verkoop ervan - een astronomisch cijfer. En niet alleen voor de retailers zijn bananen een lucratieve bezigheid. Grote bananenconcerns hebben jarenlang gouden deals gedaan met hun topproduct. Met voorop het vijftal Chiquita, Dole, Fresh Del Monte, Fyffes en Noboa. Samen controleren ze zowat negentig procent van de internationale handel in bananen.
In 1993 besliste de EU een uniforme marktordening voor de invoer van bananen op te leggen. Tot dan had elke Europese lidstaat zijn eigen regeling. Na zwaar gelobby van Frankrijk, Groot-Brittannië en enkele Zuid-Europese landen werd bepaald dat Europa de invoer van bananen uit de ACP-landen zou bevoordelen. Een complexe reeks importvergunningen, importquota en importtaksen werd ingevoerd. Die speelden in het nadeel van de goedkopere dollarbananen uit Latijns-Amerika.
De nieuwe regeling betekende meteen het begin van een uitputtende handelsoorlog. Meermaals werd Europa teruggefloten door de Wereldhandelsorganisatie, maar nooit tot tevredenheid van het andere kamp. Gaandeweg ontstonden in beide kampen overigens barsten, wat de hele discussie nog ingewikkelder maakte.
Het Amerikaanse concern Dole speelde het bijvoorbeeld handig en omzeilde de nadelige effecten van de Europese regeling door zelf te investeren in ACP-landen en Europese importeurs over te nemen. Europa van zijn kant speelde het Latijns-Amerikaanse blok gedeeltelijk uit verband door Venezuela, Nicaragua, Costa Rica en Colombia een gunstregeling te bieden. Om hen 'af te kopen' had Europa beloofd dat zeker 49 procent van de import van dollarbananen uit die landen moest komen.
Maar niet alleen in het kamp van de dollarbananen leek de eensgezindheid soms ver te zoeken. Ook in Europa zat niet iedereen op dezelfde lijn. Landen als Nederland en Duitsland waren bijvoorbeeld niet gelukkig met het systeem van importtarieven. Tot 1993 was hun markt vrij, wat de consumenten toegang gaf tot goedkope dollarbananen. Door de nieuwe regeling was alles plots duurder geworden, zeer tot hun ongenoegen.
De wirwar van belangen leidde de voorbije jaren tot een bijzonder ingewikkelde strijd om een bijsturing van het Europese systeem. Bij elke nieuwe onderhandeling werd uit alle hoeken druk gelobbyd. Een poging om vorig jaar tot een compromis te komen, mislukte schielijk. Het was dan ook met de moed der wanhoop dat de onderhandelaars dit jaar opnieuw plaatsnamen rond de tafel. Maar toch is het gelukt.
Het douanetarief voor dollarbananen zakt de komende jaren naar 114 euro per ton. In ruil hiervoor zouden alle klachten tegen de Europese Unie bij de Wereldhandelsorganisatie ingetrokken worden. Als compensatie schenkt Europa 200 miljoen euro aan de ACP-landen, die niettemin de grote verliezer dreigen te worden van de deal. Ze schatten immers dat hun bananenuitvoer naar Europa met 14 procent zal dalen. Ze maken zich zorgen over desastreuze sociale en economische gevolgen.
De oplossing lijkt vooral de Amerikaanse en Europese handelaars, importeurs en retailers direct voordeel op te leveren. En de Europese consument mag zich misschien verheugen op een iets goedkopere banaan.
Bron: Reuters/De Tijd