Alle types groente- en fruittelers waarderen werk PO's
nieuwsIn Vlaanderen zijn er 13 erkende producentenorganisaties actief in de groente- en fruitsector. In het voorjaar van 2014 werden telers door de overheid ondervraagd over hun houding ten opzichte van PO’s. In een nieuwe studie gaat het Departement Landbouw en Visserij na hoe de perceptie beïnvloed wordt door de teeltspecialisatie van de respondenten. Blijkt dat telers van divers pluimage goed in hun vel zitten bij de PO van hun keuze. De groenteveilingen hebben heel trouwe leden terwijl fruittelers zich minder afhankelijk voelen van hun PO en minder trouw zijn. Telers van zachtfruit voelen zich het best bij de krachtenbundeling. Een kwart van hen denkt dat ze 30 procent of meer van hun omzet zouden moeten investeren om het werk van hun PO zelf te doen.
De nieuwe analyse op basis van de enquête uit 2014 vertrekt van de veronderstelling dat verschillen tussen groenten en fruit als het gaat om de productie, de bewaring en de afzet ervan kunnen leiden tot een andere houding van de telers en andere noden ten opzichte van de gemeenschappelijke marktordening en de producentenorganisaties. Blijkt dat er ondanks de grote verscheidenheid aan producenten in de groente- en fruitsector algemene tevredenheid is over het werk van producentenorganisaties.
De telers die in 2014 meewerkten aan de enquête vinden dat ze voldoende informatie krijgen van de PO’s. Ze beschouwen de PO’s als hun collectieve eigendom en zijn tevreden over de logistieke dienstverlening en de prijs-kwaliteitsverhouding van de geleverde diensten. Significante verschillen in de antwoorden naargelang het bedrijfstype waren er niet. Negatieve meningen kwamen eigenlijk niet voor. De groente- en fruittelers konden ook aangeven hoe ze bepaalde acties en maatregelen van de PO’s beoordelen. Het zoeken van nieuwe afzetmarkten is voor alle telers het belangrijkste thema waarrond PO’s zouden moeten samenwerken. Alle telers geven aan dat inspraak van de leden een thema is waar de PO op moet blijven inzetten.
Naargelang het bedrijfstype detecteert het Departement Landbouw en Visserij een aantal opmerkelijke verschillen in de antwoorden. Zo voelen glasgroentetelers zich zeer betrokken bij hun PO en waarderen zij de betaalgarantie, de korte betalingstermijn, de ondersteuning bij lastenboeken, de afzetzekerheid voor al hun producten en de telerssamenwerking rond afzet. Ze vinden wel dat de PO’s er maar matig in slagen om de effecten van een crisis te milderen.
Groentetelers in de openlucht die produceren voor meerdere afzetmarkten zijn het positiefst over de inhoud van het eigen GMO-programma, maar hebben het meest van al twijfels over het belang van een PO als het aankomt op solidariteit tussen telers. Slechts één op de acht neemt deel aan de inspraakmogelijkheden van hun PO. Industriegroentetelers vinden dat hun PO crisissen goed aanpakt en zijn tevreden over de teelttechnische begeleiding. Opvallend is dat 13 procent van de industriegroentetelers gelooft dat ze zelf de PO-taken zou kunnen uitvoeren zonder extra kosten.
Versmarktgroentetelers zijn heel trouw aan hun PO. Ze schatten het werk van hun PO zeer hoog in. Ruim één op de vijf denkt dat ze 30 procent of meer van hun omzet zouden moeten investeren als ze de PO-taken zelf moeten vervullen. Ze twijfelen wel of hun PO bijdraagt aan de prijs- en inkomensstabiliteit en of PO-bestuurders voldoende rekening houden met hun bezorgdheden.
Telers van hardfruit (appels, peren) zijn iets kritischer maar hun waardering voor de PO blijft positief. Ze lijken zich minder afhankelijk te voelen van hun PO. Velen onder hen hebben alternatieven voor hun afzet, telersbegeleiding en toegang tot nieuwe technieken. In de onderzochte periode waren ze het minst van al trouw aan hun PO. De vijf procent van de respondenten die naar eigen zeggen overweegt om niet langer PO-lid te blijven, heeft het gevoel dat de eigen keuzevrijheid te veel wordt ingeperkt. En de kosten van hun lidmaatschap schatten ze hoger in dan de financiële voordelen.
Hun collega’s die zachtfruit (aardbeien, kersen, enz.) telen, evalueren de PO’s daarentegen zeer positief. Van alle leden-telers voelen zij zich het best bij hun PO. Ze waarderen hun PO voor de gerealiseerde prijs- en inkomensstabiliteit en voor de crisisaanpak. Ze verwachten dat hun PO bijdraagt aan de verbetering of het behoud van de productkwaliteit en begeleiding aanbiedt rond kwaliteit en regelgeving.
In lijn met het eerste, meer algemene rapport blijkt dat alle geanalyseerde bedrijfstypes zich goed tot zeer goed voelen bij hun PO en het werk van de PO waarderen. Hoewel er soms een verschil in waardering bestaat voor specifieke thema’s komen negatieve meningen eigenlijk niet voor. Ondanks de positieve beoordeling van de acties uit operationele programma’s geven telers hun PO geen vrijgeleide. Allemaal geven ze aan dat inspraak van telers een thema is waar de PO op moet inzetten tijdens het nieuwe programma. Het zoeken van nieuwe afzetmarkten is voor alle types het belangrijkste thema waarrond PO’s zouden moeten samenwerken.
Meer weten? Consulteer de website van het Departement Landbouw en Visserij.