Werken natuurinrichtingsproject Zwarte Beek van start
nieuwsIn het Limburgse Beringen starten de eerste werken van het natuurinrichtingsproject Zwarte Beek. Het project heeft als doel het open en nat landschap van de vallei te herstellen om zeldzame planten en dieren, zoals de watersnip, te beschermen. De Vlaamse Landmaatschappij heeft de leiding over de werken, de financiering gebeurt door het Agentschap voor Natuur en Bos.
In de vallei van de Zwarte Beek komen verschillende vegetatietypen en soorten voor die voor Vlaanderen en zelfs voor Europa heel belangrijk en dus beschermd zijn. De vallei van de Zwarte Beek maakt dan ook deel uit van het Europese Natura 2000-netwerk, de zogenaamde habitat- en vogelrichtlijngebieden.
Via het natuurinrichtingsproject willen de initiatiefnemers vooral het open en nat karakter van het valleilandschap herstellen, met bijbehorende karakteristieke vegetaties zoals kleine zeggevegetaties op natte hooilanden en soorten zoals de adoptiesoort de watersnip. “Met deze eerste werken in de vallei proberen we enkele verruigde en verboste hooilanden terug open te maken”, klinkt het bij VLM.
Concreet zullen alle bomen en houtopslag over een totale oppervlakte van ongeveer 23 hectare verwijderd worden. “De opengemaakte zones zullen spontaan ontwikkelen naar kleine zeggevegetatie. Dit is een nat, voedselarm hooilandtype dat perfect thuishoort op het dikke veenpakket dat in de vallei van de Zwarte Beek aanwezig is. Het is het grootste (ongeveer 200 hectare) en dikste (tot zes meter diep) veenpakket in Vlaanderen. Het laagveenpakket is duizenden jaren oud en wordt gevormd door het afsterven van planten in combinatie met een continu hoge grondwaterstand”, legt VLM uit.
Door de inrichtingswerken wordt ook het leefgebied van de watersnip, de adoptiesoort van de stad Beringen, vergroot. De watersnip is een schuwe weidevogel die een erg afwisselend landschap met open natte graslanden, ruigtes en stukken met jonge opslag (maar geen bomen) verkiest. De watersnip is in Vlaanderen met uitsterven bedreigd en is sterk afhankelijk van de vallei van de Zwarte Beek omdat hier de helft van de Vlaamse populaties voorkomt.
De uitvoeringstermijn van de werken bedraagt 300 werkdagen. De werken worden onderbroken tijdens het broedseizoen (van 15 maart tot en met 30 juni) en tijdens het bouwverlof, waardoor de werken in praktijk gespreid zullen zijn over een drietal jaren. De kosten worden gedragen door het Agentschap voor Natuur en Bos en bedragen 431.751 euro.