Vande Lanotte over de Belgische loonkosthandicap
nieuwsOp de algemene vergadering van FEBEV, de federatie van de Belgisch slachthuizen en uitsnijderijen, gaf minister van Economie Johan Vande Lanotte uitleg bij de loonkosthandicap waarmee België geconfronteerd wordt en de maatregelen die hij daartegen wil nemen. Nog pleitte hij voor het aantrekkelijker maken van het technisch onderwijs bij jongeren, om het tekort aan bekwame werkkrachten aan te pakken.
Door de beslissing van Duitsland om de minimumlonen af te schaffen en goedkope arbeidskrachten uit onder meer Bulgarije, Roemenië en Oekraïne te importeren, heeft de Belgische vleesindustrie een groot verlies geleden. Toch wil België niet meedoen aan dergelijke ‘sociale dumping’, die volgens Vande Lanotte alleen maar verliezers oplevert.
“Daarmee wil ik echter niet zeggen dat er in België niets moet veranderen”, voegt hij toe. Ons land blijkt immers gekenmerkt door een hoge graad van werkloosheid bij laaggeschoolden, terwijl de laaggeschoolde jobs ook nog eens bedreigd worden door de concurrentie vanuit Duitsland. “De loonkost voor dit type jobs is dan ook te hoog”, geeft hij toe.
Om dit probleem aan te pakken, lanceerde de federale regering dit jaar het activaplan, dat voor jonge werklozen zonder diploma hoger middelbaar een bijdragevermindering betekent van 500 euro per maand, en dit maximaal drie jaar lang. De eerste ervaringen met die maatregel zijn positief, maar de regering zoekt nog naar andere manieren om de competitiviteit van de Belgische sector te verhogen. “Zo luidt ons voorstel nu om de RSZ-bijdrage voor werknemers zonder diploma hoger middelbaar te verlagen van 33 procent naar 5 procent”, stelt Vande Lanotte. Al durft hij geen invoeringstermijn op dat voorstel te plakken, gezien de moeilijke begrotingsgesprekken die nog gevoerd moeten worden.
Ten slotte pleitte hij nog voor het aantrekkelijker maken van het technisch onderwijs voor jongeren, om het gebrek aan bekwame werkkrachten in de voedingsindustrie op te vangen. Andere sprekers op de algemene vergadering waren Claire Bosch (FEVIA) over het project Food.be, professor Wim Verbeke (UGent) over de impact van informatie over vlees op het consumentengedrag en Piet Vanthemsche (Boerenbond) over de noodzaak van ‘een nieuwe coalitie’ voor duurzame vleesproductie, handel, prijsvorming en -consumptie.
De vleessector had aan 2012 een druk jaar. Zo was er de oprichting van AMCRA, een kenniscentrum rond antibioticagebruik en -resistentie bij dieren, de discussies rond alternatieven voor de chemische castratie bij biggen en de opening van markten in Australië, China, Vietnam en Maleisië.
Ook 2013 belooft een bewogen jaar te worden. “We zijn nog maar halfweg, en we hebben al een paardenvlees- en antibioticaschandaal over ons heen gekregen”, stelt gedelegeerd bestuurder Thierry Smagghe. Hij sprak daarom de wens uit dat in 2014, het jaar dat FEBEV zijn tiende verjaardag viert, enkele actuele zware dossiers van de baan zijn. Daarmee verwees hij onder meer naar de hervorming van een aantal lastenboeken en de exportdienst van het Voedselagentschap.