"Nood aan Europese verankering van kunstmestproductie"
nieuws“De prijsvolatiliteit van minerale meststoffen is blijvend. De landbouw zal zich moeten aanpassen aan dat gegeven.” Dat zegt Jean-Paul Beens, topman bij Yara en voorzitter van Belfertil, de federatie van de producenten van minerale meststoffen. Hij wijst er ook op dat de Belgische landbouw gediend is met de aanwezigheid van een lokale, kwalitatief hoogstaande meststoffenproductie in eigen land.
“Het feit dat we tegen 2050 negen miljard mensen moeten voeden, plaatst de landbouw en dus ook de meststoffensector voor grote uitdagingen. Wereldwijd is er nog heel wat potentieel om de efficiëntie van meststoffen te verbeteren en de productiviteit te verhogen. Zo kan de helft van het extra voedsel dat we tegen 2050 nodig zullen hebben, geproduceerd worden door beter gebruik te maken van meststoffen op eenzelfde oppervlakte”, aldus Beens.
Hoewel de grootste winsten te behalen zijn in Afrika en Oceanië, is er volgens hem ook in Europa groeipotentieel. “Dat kan zeker op een duurzame manier, door bijvoorbeeld de juiste keuze te maken van meststoffen, de manier waarop ze worden toegediend, enz.”. Beens stelt dat er momenteel maar een 65 procent van de toegediende meststoffen effectief wordt gebruikt voor de groei van gewassen. “Dit percentage kan zeker nog omhoog.”
De vraag die zich vervolgens stelt, is of er wel voldoende reserves van kunstmest zijn. Vaak worden er doemscenario’s verspreid over fosfaat- of kalivoorraden die over enkele tientallen jaren al uitgeput zouden zijn. “Een rapport van United Nations Environment Programme (UNEP) stelt echter dat er nog voor 257 jaar reserves zijn aan kali en voor 372 jaar reserves aan fosfaat. Voor stikstof zou nog voor 800.000 jaar voorraad zijn”, zegt Jean-Paul Beens.
Het is dus niet zozeer de hoeveelheid van minerale meststoffen die een probleem is, maar wel de beschikbaarheid ervan in Europa en de mate waarin ze nog rendabel kan ontgonnen worden. Zo bevinden de fosfaatreserves zich voor 85 procent in drie landen: Marokko, Rusland en Jordanië. Ook de almaar strenger wordende milieumaatregelen zorgen voor druk op de beschikbaarheid. Voor kali of potassium ligt twee derde van de wereldproductie in Canada, Rusland en Wit-Rusland.
Voor stikstof situeert het probleem zich vooral bij de toelevering en reserves van gas. De andere component van stikstof bevindt zich immers gewoon in de atmosfeer. Veertig procent van de gasvoorraden liggen in Rusland. “Dit leidt vaak tot ‘dual pricing’”, meent Beens. “Zo betalen Russische kunstmestproducenten vaak maar een vijfde van de prijs voor gas die hun niet-Russische concurrenten betalen. Als je weet dat 80 procent van de stikstofprijs bepaald wordt door de prijs van aardgas, dan wordt het probleem meteen duidelijk.”
De Belfertil-voorzitter wijst er ook op dat hoewel de voorraden minerale meststoffen niet meteen uitgeput zullen geraken, de beschikbaarheid ervan wel steeds afneemt. “Er zullen nieuwe technologieën ontwikkeld moeten worden om de minder beschikbare kunstmestbronnen te kunnen aanboren. Zo’n ontwikkeling kost geld, dus het is zeker niet ondenkbaar dat de prijs van minerale mest op termijn nog zal stijgen.”
Bovendien heeft de kunstmestindustrie enorm veel moeite om snel te reageren op een forse toe- of afname van de vraag. “Nieuwe ontginningen gaan gepaard met zware investeringen, vaak in landen die niet altijd politiek stabiel zijn. Dus daar wordt twee keer over nagedacht”, klinkt het. Door oneerlijke concurrentie van Rusland in de jaren 1999-2000 is zowat een derde van de Europese productiecapaciteit verdwenen. Capaciteit die weg is en niet meer terugkomt”, zegt Beens.
“Dit maakt duidelijk dat het voor de Belgische landbouw heel belangrijk is dat de productie van minerale meststoffen in ons land en in Europa behouden moet blijven. Lokale productie is de beste garantie voor beschikbaarheid van eindproducten omdat de transportkosten ervan laag zijn en omdat er kapitaalsbinding is”, besluit Beens.