nieuws

Nederlandse veestapel met kwart gekrompen sinds 1990

nieuws
In opdracht van het Nederlands landbouwministerie heeft het Landbouweconomisch Instituut (LEI) een rapport gemaakt dat de duurzaamheid van de land- en tuinbouw bij onze noorderburen in kaart brengt. Daarin staat onder meer te lezen dat meer dan een derde van de agrarische bedrijven er de afgelopen 15 jaar de brui aan gegeven heeft. Opvallend is dat in tegenstelling tot voorgaande jaren sinds 1990 ook de veestapel met ongeveer een kwart is afgenomen, aldus het LEI.
5 juni 2007  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 14:38
In opdracht van het Nederlands landbouwministerie heeft het Landbouweconomisch Instituut (LEI) een rapport gemaakt dat de duurzaamheid van de land- en tuinbouw bij onze noorderburen in kaart brengt. Daarin staat onder meer te lezen dat meer dan een derde van de agrarische bedrijven er de afgelopen 15 jaar de brui aan gegeven heeft. Opvallend is dat in tegenstelling tot voorgaande jaren sinds 1990 ook de veestapel met ongeveer een kwart is afgenomen, aldus het LEI.

Na 2000 daalde het aantal land- en tuinbouwbedrijven nog sneller dan voorheen. Logischerwijze is ook het aantal familiale arbeidskrachten afgenomen. Het onderzoek van het LEI bevestigt dat de meeste agrarische ondernemers veel uren en fysiek zwaar werk presteren. Het aantal ongevallen is ook groter dan in andere sectoren. Desondanks ligt het ziekteverzuim onder Nederlandse boeren en tuinders ver onder het landelijk gemiddelde. De agrariërs zijn lager opgeleid dan de gemiddelde beroepsbevolking in Nederland, maar scoren wel goed in vergelijking met hun collega's elders in Europa.

Het gemiddelde inkomen van de land- en tuinbouwers bleeft de afgelopen vijftien jaar ongeveer constant, zij het met sterke schommelingen van jaar tot jaar. Het Nederlandse agrocomplex heeft nog een aandeel van bijna tien procent in de nationale economie, maar dit aandeel daalt. Een aantal verbrede activiteiten, zoals groene zorg, neemt toe. Voor een klein deel van de bedrijven leveren ze belangrijke aanvullende opbrengsten, maar nationaal gezien is hun bijdrage in vergelijking met de opbrengst van agrarische producten heel bescheiden, aldus het LEI.

In de jaren negentig heeft de Nederlandse land- en tuinbouw de emissie van ammoniak en het verbruik van meststoffen en pesticiden sterk teruggedrongen. De milieubelasting is nog veel sterker gedaald dan het verbruik, door het verbod op de meest belastende stoffen en door emissiebeperkende maatregelen. Ook het energieverbruik is in dalende lijn gegaan, ondanks de groei van de glastuinbouw die als sector verantwoordelijk is voor 85 procent van het totale agrarische energieverbruik in Nederland. Sinds een paar jaar is in de meeste sectoren echter sprake van een stabilisatie van de milieu-impact in plaats van een verdere teruggang.

Sinds 2000 is de populariteit van het agrarisch natuurbeheer sterk gestegen. Deze activiteit spreidt zich uit over een landbouwareaal van 75.000 hectare. Wel staat in Nederland de effectiviteit van het weidevogelbeheer ter discussie. Het aantal weidevogels blijft immers dalen. Het LEI merkt tot slot op dat de agrarische sector de voorbije jaren veel initiatieven genomen heeft om het contact met de burger te herstellen. Er werden tientallen grote en kleine initiatieven georganiseerd om de sector transparanter te maken.(KS)

Meer informatie: Duurzame landbouw in beeld

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek