Illegaal opgepompt grondwater kost Cargill boete
nieuwsCargill had slechts tot 11 februari 2004 een vergunning om water uit het Krijt op te pompen. Pas op 10 augustus 2005 werd een nieuwe aangevraagd, maar deze werd geweigerd omdat er geen onderzoek naar de impact van waterwinning in dit gebied plaatsvond. Pas op 30 november 2006 was alles in orde, maar ondertussen zette Cargill haar activiteiten gewoon verder.
De advocaat van de firma schreef de inbreuk toe aan een positiewissel bij de bedrijfstop. "Er was ook geen hydreologische studie nodig, omdat dit slechts verplicht is vanaf 500.000 kubieke meter water per jaar, terwijl de hoeveelheid in het Krijt maximum 410.000 kubieke meter bedraagt", luidde het. Het stopzetten van de waterwinning zou bovendien tot sociaal-economische moeilijkheden hebben geleid.
De rechter verwierp die argumenten. Cargill beschikte nog over andere putten, zoals het Landeniaan, waaruit het water kon winnen. "Beklaagde moest weten dat zij over een vergunning diende te beschikken, temeer omdat grondwater voor haar activiteit een essentiële grondstof is", klonk het verder. Er was tevens een hydreologische studie nodig omdat er ook water wordt gehaald uit het Landeniaan, wat het totaal op 680.000 kubieke meter brengt.
De rechter hield er wel rekening mee dat Cargill zich ondertussen in regel stelde, de opgepompte hoeveelheid aangaf bij de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), en initiatieven nam om haar verbruik te beperken. Er wordt dus geen beslag gelegd op 490.452 euro, de opbrengst tijdens deze periode.(KS)