Groei Vlaamse melkproductie botst op beperkingen
nieuwsDe Vlaamse melkveehouders willen na de afschaffing van de quota 30 procent meer melk produceren, zo blijkt uit een enquête van de landbouwadministratie. Of die groei er effectief komt, is afhankelijk van beperkt beschikbare productiefactoren, het (mest-)beleid en de afzetmogelijkheden voor de melk. Melkveehouders denken dat grond en kapitaal de groei zullen limiteren. Experts wijzen op de beperkende factor arbeid.
Sinds 2000 is de melkproductie in de wereld met een kwart toegenomen, wat goed is voor een jaarlijkse stijging van gemiddeld 2,2 procent. Europa heeft een belangrijk aandeel binnen de totale wereldproductie, al is het belang dalende. Sinds 2005 is de Europese melkproductie toegenomen met 3,1 procent. Vlaanderen is één van de koplopers in de EU wat uitbreidingen en investeringen in de melkveehouderij betreft.
Of de Vlaamse melkveehouders de groeisprong die zij beogen na de afschaffing van de melkquota in 2015 kunnen waarmaken, is onder meer afhankelijk van de beschikbare productiefactoren (land, kapitaal en arbeid), beleidsaspecten zoals mestbeleid en vergunningenbeleid en de afzetmogelijkheden van melk.
De impact van de productiefactoren wordt door de melkveehouders anders ingeschat dan door de bevraagde zuivelexperts. Zo geven melkveehouders aan dat kapitaal en grond het meest beperkend zullen zijn in de toekomst, terwijl experts arbeid naar voor schuiven als meest bepalende factor naast grond. Arbeid, en dan vooral het managementaspect, zullen volgens hen een belangrijke rem betekenen op de toename van de melkproductie per bedrijf.
Op sectorniveau vormt grond de belangrijkste factor: een stijging van de melkproductie zal, naast een beperkte toename in het aantal liter melk per hectare, vooral moeten opgevangen worden door een stijging van het aantal hectare ruwvoeders. Berekeningen tonen aan dat meer dan de helft van het areaal, nodig om de geplande groei te realiseren, van buiten het eigen bedrijf zal moeten komen. De geplande groei zal bijgevolg deels afhangen van de mate waarin deze extra grond zal kunnen gevonden worden.
Wat de beleidsmaatregelen betreft, is vooral de mestwetgeving bepalend. De hoge prijzen voor grond en mestafzet, zijn belangrijke factoren voor de melkveehouders. Een derde beperking voor de groei is de hoeveelheid melk die de zuivelindustrie maximaal wil of kan ophalen.
Uit de enquête komt de bezorgdheid van de melkveehouder naar voor over de toekomstige relatie met hun afnemers. De meningen over contracten met de zuivelindustrie voor melklevering zijn sterk verdeeld. Hoe flexibeler het systeem van contracten, hoe meer het de voorkeur wegdraagt van de melkveehouders. Zo zien de meeste melkveehouders het verplicht gebruik van contracten niet zitten.
Als toch contracten worden gebruikt, gaat de voorkeur uit naar een pakket van mogelijke contractvormen zodat melkveehouders de keuze hebben naargelang de bedrijfssituatie. Als tweede keuze komen contracten van bepaalde duur met een vaste prijs naar voor. De minst populaire vorm zijn contracten van onbepaalde duur.
Melkveehouders zijn het er ook over eens dat producentenorganisaties kunnen zorgen voor betere leveringsvoorwaarden. Bijna de helft van de melkveehouders wil daarom onderhandelen via producentenorganisaties, maar een kwart wil dat niet. Melkveehouders die leveren aan private melkerijen zijn meer gewonnen om de relatie te regelen via contracten, en te onderhandelen via producentenorganisaties.
”Met deze studie wil ik binnen de melksector en de volledige zuivelketen een debat op gang brengen over de toekomst van de melkveehouderij in Vlaanderen na het verdwijnen van de melkquotaregeling. Het einde van deze regeling op Europees niveau moet grondig en doordacht voorbereid worden door alle schakels in de keten, willen we de toekomst van deze voor de Vlaamse land- en tuinbouw cruciale sector veiligstellen”, zegt minister-president Kris Peeters.
Hij leest in de resultaten van de enquête een sterke wil bij de Vlaamse melkveehouders om de melkproductie uit te breiden. “Tegelijk toont de studie aan dat de groeiplannen niet noodzakelijk allemaal uitgevoerd kunnen worden. De beschikbaarheid van de productiefactoren op het bedrijf, en de melkafzetmogelijkheden zullen hierbij bepalend worden”, zegt Peeters, die rekent op constructief overleg tussen alle spelers uit de zuivelketen.
Meer info: AMS-studie ‘De melkproductie in Vlaanderen na 2015’