EU-parlementsleden verfijnen vergroening landbouwbeleid
nieuwsWoensdag namen bijna 700 parlementsleden een gezamenlijk standpunt in voor hun onderhandelingen met de lidstaten over het Europees landbouwbeleid. Zij maken enkele duidelijke keuzes. Zo dient de inkomenssteun aan landbouw volgens hen te ‘vergroenen’ via de drie maatregelen die de Commissie voorstelde, weliswaar flexibeler toegepast. Een keuzepakket van gelijkwaardige milieumaatregelen kon hen niet overtuigen.
Voor het eerst in de geschiedenis is het Europees Parlement een volwaardige partner bij de hervorming van het landbouwbeleid. “Vandaag hebben we de juiste balans gevonden tussen voedselzekerheid enerzijds en milieubescherming anderzijds. Het Europees landbouwbeleid moet ook minder bureaucratisch en eerlijker worden gemaakt voor de boeren, en hen in staat stellen om te gaan met crises. Dit is de positie van het Parlement bij de onderhandelingen over het uiteindelijke beleid met de lidstaten”, zei de voorzitter van de landbouwcommissie, Paolo De Castro, bij de stemming.
Verschillen tussen de lidstaten in inkomenssteun aan landbouwers moeten iets sneller worden afgevlakt dan de Europese Commissie had voorgesteld. Geen enkele landbouwer mag minder dan 65 procent van het EU-gemiddelde ontvangen, vinden de europarlementariërs. Jonge landbouwers verdienen volgens het Parlement een toeslag van 25 procent bovenop de gebruikelijke inkomenssteun.
De lidstaten kunnen ook meer geld uittrekken om ‘kleine boeren’ bij te staan. Tegelijk mag er niet onevenredig veel steun gaan naar erg grote bedrijven zodat, net zoals in het voorstel van de Commissie, de subsidies geplafonneerd worden op maximum 300.000 euro voor één bedrijf. Bedragen tussen 150.000 en 300.000 euro mogen van het Parlement flink ‘afgeroomd’ worden.
Nog inzake inkomenssteun werd een motie goedgekeurd om maximaal 15 procent van de nationale enveloppe te reserveren voor gekoppelde steun. Dit kan van belang zijn voor de zoogkoeienhouders in ons land. In Vlaanderen wordt 12 procent van de steun gereserveerd voor zoogkoeienpremies en in Wallonië maar liefst 30 procent. De Europese Commissie stelde oorspronkelijk voor om de gekoppelde steun te verlagen tot maximaal tien procent.
Het Parlement wil dat de namen van landbouwers die subsidies ontvangen openbaar worden gemaakt. Bovendien sluit het zich aan bij het voorstel van de Europese Commissie om inkomenssteun te reserveren voor “actieve boeren”, een begrip dat nog verder verfijnd kan worden door de lidstaten. Tegelijk werd een niet-exhaustieve lijst opgesteld van wie uitgesloten moet worden van landbouwsteun: luchthavens, sportclubs en een resem andere grondeigenaars. Zij zullen moeten aantonen dat landbouw een aanzienlijk deel van hun inkomen uitmaakt om nog aanspraak te kunnen maken op EU-geld. De lidstaten kunnen deze lijst uitbreiden.
De europarlementariërs zijn het erover eens dat een schijf van 30 procent van de inkomenssteun alleen uitgekeerd wordt als de landbouwer voldoet aan verplichte vergroeningsmaatregelen. Het gaat om deze drie voorwaarden: diversificatie van gewassen, het behoud van permanent grasland en de inrichting van ecologisch focusgebied. Wie er niet aan voldoet, verliest de vergroeningspremie maar mag volgens het Parlement financieel niet nog zwaarder gestraft worden. Anders dan in de commissie Landbouw is in de plenaire zitting besloten om niet tweemaal steun toe te staan voor eenzelfde milieumaatregel, die bijvoorbeeld al vergoed wordt via de vergroeningspremie uit de eerste pijler en daarom niet in aanmerking mag komen voor steun uit pijler twee.
Voor de concrete invulling van de drie maatregelen, stelt het Parlement zich flexibeler op dan de Commissie. Er zijn enkele uitzonderingen gemaakt om het kleinere bedrijven niet te moeilijk te maken. En het door alle (gangbare) landbouworganisaties vervloekte ecologisch focusgebied wordt geleidelijk ingevoerd: eerst drie procent van het akkerland, dan vijf procent en pas na een (gunstige) evaluatie de oorspronkelijk voorziene zeven procent. Braaklegging is niet het juiste woord om de voorgestelde invulling ervan te beschrijven. Ook agroforestry behoort bijvoorbeeld tot de mogelijkheden, of bufferstroken die niet bemest of bespoten mogen worden maar wel een teelt kunnen voortbrengen.
Volgens EU-commissaris voor Landbouw Dacian Ciolos heeft het Parlement de grote krachtlijnen van zijn voorstel overeind gelaten. Hij stelt tevreden vast dat over bepaalde thema’s, zoals de transparantie inzake begunstigden van landbouwsubsidies en de dubbele betalingen voor milieu-inspanningen, de stemming in plenaire zitting dichter aanleunt bij zijn voorstel dan het standpunt van de commissie Landbouw in het Europees Parlement.
Voor het behoud van de suikerquota tot 2020 werd voldoende steun gevonden in het Europees halfrond. De amendementen waarin wordt opgeroepen tot een verlenging van de melkquota, die in 2015 aflopen, zijn verworpen.