40 procent minder vleesbedrijven in België sinds 2000
nieuwsSinds 2000 is 40 procent van alle Belgische vleesbedrijven verdwenen. Van de overige 60 procent werkt zo’n 23 procent sedert 2010 met gecumuleerd verlies. Dat blijkt uit cijfers van de Hoge Raad voor de Statistiek. “Dit maakt dat slechts 36 procent van de bedrijven gezond is in de Belgische vleesindustrie. Dat is een verontrustende situatie”, zegt Koenraad Vangoidsenhoven van Fenavian, de nationale federatie van de fabrikanten van vleeswaren.
Van de 922 bedrijven die de vleesindustrie in 2000 telde, zijn momenteel 376 bedrijven failliet of gestopt. Van de overblijvende 546 actieve bedrijven werken er 205 met gecumuleerd verlies en zijn er tien bedrijven met onbekende financiële informatie. Dat betekent dat men nog kan spreken van 331 gezonde bedrijven of slechts 36 procent .
Volgens Fenavian kan men stilaan spreken van een “geruisloze doch totale ineenstorting” van de Belgische vleessector. De tewerkstelling in de vleesindustrie en de toeleveringssectoren is de jongste jaren dan ook sterk achteruitgegaan. “In de pers hoor je alleen over de ontslagen bij Bekaert of Crown, maar ook in de vleesindustrie vallen vele gezinnen zonder werk”, stelt Vangoidsenhoven. Volgens hem dreigt op korte termijn een belangrijke klant van de Vlaamse landbouwer volledig te verdwijnen.
Als oorzaken van deze achteruitgang duidt hij zowel de daling van de concurrentiekracht als de toename van de concurrentie aan. “Belgische bedrijven worden met zeer hoge kosten geconfronteerd in vergelijking met andere Europese landen waardoor de grootdistributie zich daar goedkoper kan bevoorraden”, klinkt het. Vangoidsenhoven heeft ook problemen met de overdreven betutteling en regelgeving in de sector.
De normen en regels in de vleessector zijn volgens Fenavian geworden tot “een opbod van dogmatische kwaliteitspredicaten”. “De vele kwaliteitsconsulenten, auditoren en analyselabo’s verdienen hieraan een aardige stuiver, maar de fabrikanten bloeden”, aldus Vangoidsenhoven. Hij wijst er ook op dat de vleesindustrie in België nog te maken heeft met een te betalen autocontrole- en inspectiesysteem van het Voedselagentschap. “Maar een autocontrolecertificaat heeft geen enkele commerciële meerwaarde. De groot distributie hecht enkel belang aan een BRC of IFS-certificaat. Je krijgt in het beste geval wel een bonus van het Voedselagentschap, maar die is niet hoger dat we je als fabrikant kwijt bent aan auditkosten.”
Tegelijkertijd wijst Vangoidsenhoven erop dat de vleesindustrie de best presterende sector is op vlak van voedselveiligheid. Uit het jaarverslag van het Voedselagentschap van 2011 blijkt dat er maar 12 procent tekortkomingen werden vastgesteld in de vleessector. “We mogen fier zijn op dit cijfer, want onze sector is de meest gecontroleerde. Ter vergelijking: een landbouwer wordt één keer om de vier jaar gecontroleerd, een bedrijf in de vleesindustrie vier tot 16 keer per jaar.” De kans om bij een hoge controlefrequentie tekortkomingen te vinden is dus exponentieel.