"30 pct van de Nederlandse varkensbedrijven stopt"
nieuwsDe komende jaren zal zo’n 30 tot 35 procent van de Nederlandse varkensbedrijven stoppen. Dat zeggen verschillende bronnen uit de varkenssector die de afgelopen weken betrokken waren bij het opstellen van bedrijfsontwikkelingsplannen. Vooral de strenge huisvestingseisen spelen veel Nederlandse varkenshouders parten. "Ook bij ons haken een aantal zeugenbedrijven af of schakelen over op integratie", zegt Bert Bohnen van de Boerenbond.
In Nederland moesten intensieve veehouderijbedrijven voor 1 april in een bedrijfsplan aangeven hoe ze denken te voldoen aan de regels voor ammoniakuitstoot. Uit deze bevragingen blijkt dat naar schatting 30 tot 35 procent van de Nederlandse varkensbedrijven aangeeft te willen stoppen de komende jaren.
Het landbouwadviesbureau DLV heeft voor die plannen vooral te maken gehad met de grotere, blijvende bedrijven en wat minder met de bedrijven die van plan zijn te stoppen. Toch durft directeur Paul Bens gewag te maken van het feit dat ongeveer 30 procent van de bedrijven zal stoppen met de varkenshouderij.
Woordvoerders van de ontwikkel- en adviesafdeling van de voeder- en meststoffenfabrikant ForFarmers in Lochem en Wageningen verwachten dat het percentage stoppende varkenshouders nog wel eens hoger kan uitvallen. "Veel hangt af van wat er nu uiteindelijk gaat gebeuren op het gebied van de spleetbreedtes van de roosters".
De verlenging van de termijn voor uitloop voor stoppende bedrijven tot 2020 biedt wel wat soelaas. Frank Steenbreker van accountancykantoor ABAB zit wat lager met zijn schatting van 20 tot 25 procent. "Wij zijn vooral betrokken bij de financiële uitwerking van de plannen bij toekomstgerichte bedrijven. Zo’n 60 procent van die bedrijven hoeven geen plan in te dienen. Van de overige bedrijven schat ik dat de helft wel eens zou kunnen stoppen".
De grootste landbouworgansatie, LTO Nederland, heeft geen landelijk beeld, maar Annechien ten Have wijst op de emoties die achter een beslissing schuil kunnen gaan. "We moeten het in de varkenshouderij hebben van voortrekkers, van ondernemers die durven te veranderen. Als varkenshouders bij collega’s veranderingen zien die goed werken, dan gaan ze het overnemen".
De welzijnseisen zijn bij onze noorderburen een pak strenger dan de Europese reglementering voorschrijft, terwijl Vlaanderen meer de EU-lijn volgt. "Toch merken wij dat ook bij ons een aantal kleinere zeugenbedrijven afhaakt", zegt Bert Bohnen, adviseur varkenshouderij van de Boerenbond.
"Door de crisis slinkt de draagkracht van sommige varkenshouders om de nodige investeringen te doen met het oog op de verplichte groepshuisvesting voor drachtige zeugen vanaf 2013. Bovendien hebben de varkensboeren de laatste drie jaar hooguit kostendekkend kunnen werken en zat er niet eens een vergoeding voor hun arbeid in. Zoiets drukt uiteraard op het animo van de sector".
Bohnen ziet nog een tweede fenomeen. "Nogal wat boeren met een gesloten varkensbedrijf zijn gestopt met zeugen houden en hebben nog louter mestvarkens, sommigen zelfs enkel op contractteelt. Dit gebeurt niet omdat contractteelt zoveel beter betaalt, maar uit pure noodzaak. Ook dat is een vorm van verdoken stopzetting en zoiets vind je niet meteen terug in stopzettingsstatistieken".
Op de vraag waarom andere varkenshouders wel nog het hoofd boven water kunnen houden, is Bohnen duidelijk. "Heel veel heeft te maken met goed management. De marges zijn momenteel flinterdun. Maar sommige boeren slagen erin hun zeugen tot 27 biggen te laten werpen, terwijl anderen er geen 20 halen. Bij vleesvarkens speelt dan weer de commerciële reflex, waardoor de vleesvarkensprijs erg kan verschillen".
Ook in Frankrijk zijn het woelige tijden. Daar denkt bijna één op de zeven boeren erover nog dit jaar te stoppen. Zij vinden vooral de financiële problemen te zwaar om nog langer door te gaan, zo bleek uit een recente enquête door de boerenkoepel FNSEA. Bijna twee derde van alle ondervraagde boeren in Frankrijk meldt financiële moeilijkheden te ondervinden. Dat is bijna twee keer zo veel als tijdens een soortgelijk onderzoek een jaar geleden.
Bron: Agrarisch Dagblad/eigen berichtgeving