Weersextremen zorgen voor meer animo rond verzekering
nieuwsMet late lentenachtvorst gevolgd door droogte treft de landbouw het dit jaar niet met het weer. Ook in 2016 was de sector de grote dupe van weersextremen. Vier calamiteiten werden door het KMI erkend als ramp en komen dus in aanmerking voor een schadevergoeding uit het Rampenfonds. Vlaams minister-president Geert Bourgeois verduidelijkte aan Francesco Vanderjeugd (Open Vld) dat voor die vier rampen tot op heden 6.344 aanvragen ingediend werden, merendeels door landbouwers. Voorlopig werden slechts 36 schadevergoedingen, voor de wateroverlast in het voorjaar, uitbetaald. Vanwege de klimaatverandering verwacht Vanderjeugd nog meer extreem weer zodat hij het hoog tijd vindt voor een betaalbare weersverzekering. De landbouworganisaties zijn vragende partij.
In 2016 werden vier weerkundige tegenslagen voor land- en tuinbouwers door het KMI erkend als ramp, wat wil zeggen dat het uitzonderlijke weersfenomenen zijn die niet vaker dan eens om de 20 jaar voorkomen. Vooral in juni hebben de weergoden de boeren niet gespaard. Van 27 mei tot 26 juni regende het overvloedig in gans Vlaanderen, met overstromingen tot gevolg. Die periode van extreme regenval werd plaatselijk afgesloten met een windhoos, rukwinden en hagel. De fruitstreek bleef daarbij niet gespaard. Op 23 juli gingen de hemelsluizen opnieuw open.
De Vlaamse regering trof maatregelen voor het indienen van schadedossiers bij het algemeen Rampenfonds en voorzag in de modaliteiten voor schadevergoedingen. In een eerste schatting werd de schade eind augustus 2016 op zowat 250 miljoen euro geraamd. Midden april van dit jaar informeerde Vlaams volksvertegenwoordiger Francesco Vanderjeugd (Open Vld) naar de stand van zaken bij Vlaams minister-president Geert Bourgeois.
Sinds de erkenning van de verschillende calamiteiten als ramp werden in totaal 6.344 aanvragen ingediend voor een tussenkomst van het Rampenfonds. De dossiers worden één voor één behandeld, volgens het principe ‘first in – first out’, waardoor het niet mogelijk is om een bedrag te plakken op de aangegeven schade. “Van die 6.344 aanvragen zijn er momenteel 1.314 (20,7%) in behandeling voor een totaalbedrag van 32,66 miljoen euro aangegeven schade”, aldus Vanderjeugd. Het betreft allemaal dossiers van de overstromingen tussen 27 mei en 26 juni 2016, waarbij afgesproken is dat dossiers van fruittelers voorrang krijgen omdat de sector bijzonder moeilijke tijden beleeft. De late lentenachtvorst eind april was een nachtmerrie voor fruittelers die hoopten op een beter 2017.
Tot op vandaag werden nog maar 36 dossiers ter waarde van 682.500 euro goedgekeurd en uitbetaald, 61 andere dossiers werden afgekeurd. Volgens Vlaams parlementslid Francesco Vanderjeugd tonen die cijfers aan dat het controlesysteem wel werkt, maar toch heel wat tijd vraagt: “Dit zijn complexe dossiers waar verschillende instanties advies in moeten geven. Voor land- en tuinbouwers is de schade een zure appel. Hun inkomen is namelijk afhankelijk van wat buiten op het veld staat. Wanneer zij minder kunnen oogsten, raakt hen dat direct in de portemonnee.”
Het is moeilijk inschatten hoeveel procent van de geleden schade effectief bij land- en tuinbouwers te situeren valt, maar op basis van vroegere rampen kan wel gesteld worden dat het overgrote deel van de ingediende schadedossiers (naar schatting 97%) betrekking heeft op landbouwschade. Tijdens de meest recente begrotingscontrole heeft Vlaams minister van begroting Bart Tommelein extra budget vrijgemaakt voor het Rampenfonds. Daarmee is de uitbetaling van de afgewerkte en goedgekeurde dossiers voor dit jaar geregeld.
Voor Vanderjeugd is echter duidelijk dat het (landbouw)rampenfonds tegen zijn grenzen botst. “Momenteel wordt ook nagegaan of de vorstschade van 19-20 april en de aanhoudende droogte als rampen kunnen worden erkend. De klimaatverandering zorgt stilaan voor een weersbeeld met steeds meer extremen. Een betaalbare weersverzekering voor land- en tuinbouwers zou daarom tot de prioriteiten van de verzekeringssector moeten behoren.” Ondanks de beperkte doelgroep en de geringe commerciële perspectieven mag dat volgens de politicus geen onoverkomelijke opgave zijn voor verzekeringsmaatschappijen. “Europa voorziet middelen voor tussenkomst in de verzekeringspolis van landbouwers via het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Daarom roep ik de verzekeringssector op om zijn verantwoordelijkheid te nemen.”
Vanderjeugd richt zich ook tot minister-president Geert Bourgeois en minister van Landbouw Joke Schauvliege met de vraag om hier dringend werk van te maken. Achter de schermen wordt daar volop aan gesleuteld want VILT belichtte in mei vorig jaar reeds de plannen van de Vlaamse overheid om een brede weersverzekering ingang te doen vinden zodat het Landbouwrampenfonds kan terugtreden. Uit het VILT-artikel valt echter ook op te maken dat de verzekeringssector zich toen niet geroepen voelde om snel met een brede weersverzekering op de markt te komen. Een aantal bezwaren werden geopperd: Vlaamse boeren en tuinders zijn weinig verzekeringsgezind, ze gaan de verzekeringspremie te hoog vinden, ze zullen enkel de meest risicovolle percelen verzekeren wat de premie nog omhoog doet gaan, het risico voor de verzekeraar is groot omdat een storm makkelijk heel Vlaanderen kan doorkruisen, enz.
In het Vlaams Parlement werd naar aanleiding van de erkenning van de late lentenachtvorst als ramp geïnformeerd naar de stand van zaken wat betreft de weersverzekering. De minister wees erop dat ze daarvoor een subsidie zal voorzien, maar dat de verzekeringsmaatschappijen die op onze markt actief zijn slechts beperkte interesse hebben om zo’n verzekering aan te bieden. “Wij kunnen verzekeringsmaatschappijen niet verplichten om dat te doen. In het buitenland bestaat een weersverzekering wel, zoals in Nederland. Onze markt is redelijk klein en ik heb begrepen dat men niet geneigd is om een algemene weersverzekering enkel voor de Belgische markt aan te bieden”, aldus Schauvliege.
“Ondertussen is er meer animo”, verzekert François Huyghe, economisch adviseur bij Boerenbond. “In het najaar gaan de betrokken partijen opnieuw samenzitten. Ik geloof dat we er zullen uitkomen want je merkt dat ook Europa in zijn landbouwbeleid kiest voor het verzekeren van risico’s.” In het Vlaamse plattelandsbeleid (PDPO III) wordt in de mogelijkheid voorzien om 65 procent van de verzekeringspremie te subsidiëren. Huyghe: “Wij zijn vragende partij voor zo’n beleid dat private verzekeringen voor het weersrisico stimuleert. Tegelijk vragen we dat het Landbouwrampenfonds blijft bestaan en een dubbele functie krijgt: enerzijds de niet-verzekerbare risico’s op de private markt blijven vergoeden en anderzijds optreden als herverzekeraar zodat verzekeringsmaatschappijen weten dat de overheid bijspringt als de schade hen boven het hoofd groeit. Zo kan de premie bescheiden blijven en is de verzekering betaalbaar voor landbouwers.”
De Boerenbond-adviseur laat verstaan dat er op termijn haast geen andere optie is omdat Europa op basis van de staatssteunregels steeds strenger gaat toekijken op de vergoedingen vanwege de overheid voor rampen. Dus kan de overheid beter de ontwikkeling van een private verzekeringsmarkt ondersteunen. Een piste die ook het Algemeen Boerensyndicaat genegen is. Voorzitter Hendrik Vandamme: “Wij kijken naar de verzekeringssector om met een weersverzekering op de markt te komen, maar voorlopig blijven zij in gebreke. Voorbeelden uit het buitenland tonen dat het kan, ik denk aan Frankrijk waar private verzekeringen en het rampenfonds naast elkaar bestaan. Herinner je het droge voorjaar van 2011 in eigen land, die voor de teelten zomergranen, spinazie en vlas in een beperkte regio (de Oostkustpolder) als ramp werd erkend. De integrale uitbetaling van de vergoeding werd toen afhankelijk gemaakt van de aansluiting bij een verzekering.”
Nu zijn we zes jaar later, is het opnieuw gortdroog en moet de zomer nog beginnen. Op vraag van het Algemeen Boerensyndicaat laat minister Joke Schauvliege door het KMI onderzoeken of de droogte een uitzonderlijk weersfenomeen is. Dit is de eerste stap richting een erkenning als landbouwramp. “Onze vraag zal terecht blijken”, denkt en vreest Vandamme, “want de weersvooruitzichten geven geen regen van betekenis in de komende twee weken.” Zo kort na de late lentenachtvorst eind april zou dit de tweede weerkundige ramp zijn voor de landbouw op korte tijd. Hendrik Vandamme: “Het één staat los van het ander. Als landbouwer hebben we het weer niet in de hand en vragen we een behoorlijke dekking van opbrengstverliezen in geval van calamiteiten, via een rampenfonds of een private verzekering.”
Beeld: Loonwerk Defour