Webtool brengt antibioticagebruik bij melkvee in kaart
nieuwsMet de ‘Meetlat Antibioticum’ heeft het M-team van de faculteit Diergeneeskunde van de UGent samen met een aantal partnerorganisaties een handige webtool ontworpen om het antibioticagebruik op melkveebedrijven in kaart te brengen. Wanneer een melkveehouder via die tool ingeeft hoeveel en voor welke toepassing hij antibiotica heeft gebruikt, dan krijgt hij een beeld van het antibioticagebruik op zijn bedrijf in vergelijking met dat van andere bedrijven. “Bedoeling is om op termijn de hoeveelheid antibiotica en dus ook de kosten te doen dalen zonder aan rendement in te boeten”, zegt professor Sarne De Vliegher.
Het overmatig en soms onoordeelkundig gebruik van antibiotica in de humane en dierlijke geneeskunde heeft ervoor gezorgd dat steeds vaker resistentie van bacteriën tegen antibiotica optreedt. Om een verdere toename van die resistentie tegen te gaan, worden er op verschillende vlakken stappen ondernomen. Ook de veehouderijsector beseft dat ze hier een rol te spelen heeft. “Om preventief te kunnen werken, is het belangrijk dat we eerst weten hoeveel antimicrobiële middelen er gebruikt worden en waarom ze gebruikt worden. Maar voor de melkveehouderij in Vlaanderen waren er op dat vlak tot voor kort geen cijfers beschikbaar”, legt De Vliegher uit.
Vandaar dat in 2011 het project ‘Duurzame melkveehouderij door verantwoord gebruik van diergeneesmiddelen’ werd opgericht. Partners van het M-team in dit project zijn Boerenbond, Integrale Kwaliteitszorg Melk (IKM), de Belgische Confederatie Zuivel (BCZ), en het Melkcontrole Centrum (MCC) Vlaanderen. De focus van het project lag op de optimalisatie van de uiergezondheid. “De meerderheid van de antimicrobiële middelen die op een melkveebedrijf gebruikt worden, worden immers ingezet ter preventie of behandeling van uierontstekingen. Bovendien zorgen uiergezondheidsproblemen ook voor heel wat stress bij de boer en zetten ze de rendabiliteit van een bedrijf onder druk”, aldus de professor.
De eerste twee jaar van het project werd ingezet op het verzamelen van gegevens over antibioticagebruik op melkveebedrijven. Daarvoor werden 60 melkveebedrijven van nabij gevolgd. Gegevens over uiergezondheid, melkkwaliteit en diergeneesmiddelengebruik werden door de onderzoekers op alle bedrijven verzameld. De 60 bedrijven werden opgesplitst in twee groepen: bij de ene groep werden naast de registratie van de gegevens ook tal van adviezen verstrekt door een dierenarts van het M-team. De tweede groep, de controlegroep, moest het stellen zonder actieve begeleiding van het M-team.
Uit de eerste resultaten blijkt dat het totale gebruik van antimicrobiële middelen sterk varieert tussen de verschillende bedrijven. In de periode 2012-2013 stond op het bedrijf met het laagste verbruik gemiddeld elke koe 3,2 dagen per jaar onder behandeling. Het bedrijf met het hoogste verbruik heeft ongeveer een vijfvoud aan dagdoseringen: gemiddeld stond elke koe er 15,2 dagen onder behandeling. Over de bedrijven heen was elke koe gemiddeld 7,7 dagen per jaar blootgesteld aan antibiotica. In het vervolg van de studie willen de onderzoekers nagaan in welke mate de bedrijven met het hoogste verbruik verschillen van de bedrijven met het laagste verbruik. Parameters als uiergezondheid en management (melktechniek, droogstandsmanagement, huisvesting, enz.) worden daarbij gecontroleerd.
Tegelijk werden de gebruikte antimicrobiële middelen ook opgedeeld in drie categorieën, al naargelang ze een invloed hebben op het ontstaan van resistentie tegen antibiotica. Gele producten hebben weinig invloed, oranje een beetje en rode producten oefenen een prominente invloed uit of ze zijn van cruciaal belang in de humane geneeskunde. Om die reden moeten de rode producten zoveel mogelijk vermeden worden in de veehouderij. Ruim 55 procent van de gebruikte antibiotica behoren tot de oranje groep. Het gebruik van gele producten bedroeg 30 procent en 16 procent van de antibiotica maakt onderdeel uit van de rode groep. “Op termijn moeten we voor deze laatste groep streven naar één procent”, legt projectverantwoordelijke Marina Stevens uit.
“Hoewel het aantal dierdagdoseringen per jaar in de melkveehouderij aanzienlijk lager ligt dan in andere sectoren zoals de varkens- en pluimveehouderij, mag dit geen reden zijn om geen actie te ondernemen”, meent De Vliegher. Volgens hem kan de gebruikte hoeveelheid antimicrobiële middelen op een melkveebedrijf verder teruggedrongen worden mits een optimalisatie van het (uier)gezondheidsmanagement. Ook moet het antibioticagebruik verder gerationaliseerd worden. Om de melkveehouders verder bewust te maken van de problematiek heeft het M-team een Meetlat Antibioticum ontworpen.
Dit is een online tool waarbij de melkveehouder samen met zijn bedrijfsdierenarts op basis van facturen kan ingeven welke en hoeveel antibiotica er tijdens een bepaalde periode werden gebruikt op het bedrijf. Op basis daarvan wordt berekend hoeveel dagen per jaar een dier op het bedrijf gemiddeld onder de behandeling van een antibioticum staat. Het verbruik wordt ook uitgezet tegenover enkele uiergezondheidsparameters zoals het tankmelkcelgetal. Bovendien zal de melkveehouderij zijn verbruik ook kunnen vergelijken met dat van de pilootbedrijven die in het onderzoek werden meegenomen. Op die manier kan de boer samen met zijn dierenarts nagaan hoe het antibioticagebruik en dus ook de kosten op zijn bedrijf kunnen verminderd worden zonder in te boeten op vlak van diergezondheid en melkkwaliteit.
Meer informatie: Meetlat Antibioticum