nieuws

Wat met de zoogkoeienpremie na 2013?

nieuws
Volgens de voorstellen van de Europese Commissie voor hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) blijft het mogelijk om na 2013 gekoppelde steun aan zoogkoeien toe te kennen. Hoe een deel van de inkomenssteun precies gekoppeld wordt aan zoogkoeien is nog onzeker. Daarom berekende de Afdeling Monitoring en Studie van de Vlaamse landbouwadministratie de consequenties van enkele scenario's.
5 november 2012  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:20
Lees meer over:

Volgens de voorstellen van de Europese Commissie voor hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) blijft het mogelijk om na 2013 gekoppelde steun aan zoogkoeien toe te kennen. Hoe een deel van de inkomenssteun precies gekoppeld wordt aan zoogkoeien is nog onzeker. Daarom berekende de Afdeling Monitoring en Studie van de Vlaamse landbouwadministratie de consequenties van enkele scenario's.

Voor Vlaanderen bedraagt het totale budget inkomenssteun aan landbouwers - rekening houdend met een (verwachte) budgetdaling van 7,8 procent - in 2013 262,5 miljoen euro. Daarvan kan vijf procent gebruikt worden voor gekoppelde steun. Voor de sectoren die nu al genieten van gekoppelde steun, kan dat oplopen tot tien procent. Daarnaast voorziet de Commissie in de optie van een eenmalige transfer van tien procent van de enveloppe rechtstreekse steun naar plattelandsontwikkeling (pijler II).

In een nieuw rapport bestudeert het Departement Landbouw en Visserij verschillende scenario’s voor de toekenning van gekoppelde steun aan zoogkoeien. Op basis van het percentage gekoppelde steun en de manier van koppeling zijn 14 verschillende scenario’s geanalyseerd. Voor elk scenario is de totale gekoppelde steun, het aantal begunstigden en de gemiddelde steun per begunstigde berekend. Tevens is per scenario nagegaan hoeveel landbouwers aan gekoppelde steun verliezen of winnen in vergelijking met de referentiesituatie in 2013.

Het verlies voor de landbouwers die momenteel gekoppelde steun krijgen, is het kleinst als de gekoppelde steun na 2013 opnieuw via het huidige zoogkoeienquotum toegekend wordt. Er vindt dan geen herverdeling van de steun plaats. Wel is er voor iedereen een verlies aan gekoppelde steun als gevolg van de (verwachte) algemene daling van de rechtstreekse inkomenssteun met 7,8 procent.

Het opleggen van een ondergrens vermindert het totale zoogkoeienquotum waardoor de steun per premierecht verhoogt. Er vindt dan een herverdeling plaats van de landbouwers die onder de ondergrens zitten, naar diegenen die erboven zitten. Een ondergrens vermindert het totaal aantal landbouwers dat nog steun ontvangt in belangrijke mate. Een groot aantal bedrijven heeft immers een klein aantal zoogkoeien. Het gaat hier vaak om oudere bedrijfsleiders.
Als de gekoppelde steun verdeeld wordt over alle zoogkoeien van landbouwers met een zoogkoeienquotum, is er een herverdeling van de steun tussen de landbouwers. De landbouwers die verhoudingsgewijs een groot zoogkoeienquotum hebben ten opzichte van het aantal zoogkoeien of die veel vaarzen aangeven om hun zoogkoeienquotum te benutten, krijgen dan minder steun.

Dat scenario is vooral nadelig voor jongere landbouwers en grotere bedrijven. Door het opleggen van een ondergrens wordt het nadelige effect voor jongere en grotere bedrijven deels tenietgedaan. In een scenario waarbij een eerste, nader te bepalen aantal zoogkoeien geen steun krijgt, stijgt de premie per zoogkoe nog sterker. Slechts vanaf een bepaald aantal dieren compenseert dat hogere bedrag het verlies van steun op de eerste dieren. Het zijn dan vooral de vleesveebedrijven met veel zoogkoeien die er voordeel uit halen.

Als de gekoppelde steun verdeeld wordt over alle landbouwers met zoogkoeien, zijn er veel meer landbouwers die steun zullen ontvangen. Omdat veel zoogkoeien gehouden worden op bedrijven met een  beperkt aantal dieren, blijft het grootste deel van de steun gaan naar de landbouwers met een zoogkoeienquotum. Door een ondergrens in te stellen, valt het grootste deel van die nieuwe landbouwers opnieuw af. Het gaat vooral om oudere bedrijfsleiders.

Het herverdelingseffect is het grootst wanneer de gekoppelde steun verdeeld wordt over het areaal grasland. Het verschil in gekoppelde steun tussen zoogkoeienhouders met quotum en zonder quotum is dan niet zo groot. Als men het verlies voor bedrijven met melkvee wenst te beperken, is een verdeling over het areaal grasland een optie: voor een aantal landbouwers met melkvee zal de winst aan gekoppelde steun, het verlies aan rechtstreekse steun ten gevolge van een regionale flat rate compenseren.

Meer info: AMS-studie 'Wat met de zoogkoeienpremie na 2013?'

Bron: AMS-nieuwsflash

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek