Voedingssector koopt twee derde van grondstoffen lokaal
nieuwsDe groei van de Belgische voedingsindustrie is voornamelijk te danken aan export. Met het concept ‘Food.be – Small Country. Great Food’ zet de sector zwaar in op het buitenland om de omzet verder te doen toenemen. Het aandeel van export in de omzet steeg de voorbije acht jaar van 46 naar meer dan 50 procent. Het succes van de sector op internationaal niveau is te danken aan grondstoffen die grotendeels afkomstig zijn uit eigen land. Het tweede duurzaamheidsverslag van FEVIA refereert naar het Federaal Planbureau, dat becijferde dat 60 procent van de landbouwgrondstoffen (in waarde) van Belgische oorsprong zijn.
Voor de Belgische voedingsindustrie is een gegarandeerde bevoorrading van kwalitatieve landbouwgrondstoffen van groot belang. Voedingsbedrijven vertrouwen daarvoor vooral op de land- en tuinbouw in eigen land. In waarde uitgedrukt is 60 procent van de landbouwgrondstoffen afkomstig uit België. Volgens het Federaal Planbureau bedroeg dit cijfer in 2000 nog 70 procent maar in diezelfde tijdspanne is de exportwaarde van voeding op de handelsbalans met 41 procent gestegen. “Om meer te produceren voor de export gebruikt de voedingsindustrie proportioneel gezien dus niet meer ingevoerde producten”, benadrukt sectorvereniging FEVIA in zijn jongste duurzaamheidsverslag.
Het gebruik van grondstoffen binnen een optimale bevoorradingscirkel rond het bedrijf is van cruciaal belang voor grote delen van de Belgische voedingsindustrie, in het bijzonder voor de suikerfabrieken, de aardappel- en groenteverwerkers, de zuivel- en vleesindustrie. De drankenindustrie, en in het bijzonder die van het mineraalwater, hangt rechtstreeks af van het lokaal beschikbare water. Ook voor deze bedrijven is het behoud van een Belgisch landbouwsysteem essentieel, al was het maar om het grondwater te beschermen.
De recente dreiging van black-outs confronteert de voedingssector opnieuw met de toenemende schaarste aan energie, landbouwgrondstoffen en water. Op ecologisch vlak heeft de voedingsindustrie dan ook het doel vooropgesteld om te evolueren naar een milieuneutrale sector. Met onder andere Energieconvenanten en een Vademecum rond Rationeel Waterverbruik zet de sector daarnaast ook in op energie- en waterreductie.
De voedingssector wil ook voedselverlies elimineren. Ze doet dat onder meer door nevenstromen uit het productieproces te valoriseren in het kader van de circulaire economie. Zo adviseert FEVIA haar leden om met concrete maatregelen voedselverlies te reduceren. Vandaag beperkt de sector haar afval tijdens het productieproces tot 270 gram per Belg per jaar. De sector werkt ook samen met de ketenpartners en de verschillende overheden aan een concreet actieplan tegen voedselverspilling in 2015.
Een enquête bij Vlaamse voedingsbedrijven schatte dat 2,4 procent van de grondstoffen die binnenkomen in de voedingsbedrijven en die perfect eetbaar zijn, uiteindelijk niet op de markt terechtkomen voor menselijke consumptie. Deze stromen worden gebruikt als veevoeder, compost, verwerkt tot biomethaan of verbrand met recuperatie van energie. De meer hoogwaardige toepassingen krijgen daarbij voorrang.
Beeld: Loonwerk Defour