VN-rapport niet mals voor aanpak opiumteelt
nieuwsDe productiestijging van opium in Afghanistan houdt al zes jaar aan, sinds het begin van de Amerikaanse invasie eind 2001. Ter vergelijking: in 1980 was het land goed voor een derde van de totale productie. "Afghanistan zit vast in een vicieuze cirkel waarbij drugsgelden de overheidsfunctionarissen corrumperen en de talibanrevolte financieren. Zo verzwakt de staatscontrole over grote delen van het land, wat zorgt voor grotere drugsproductie en meer onveiligheid", aldus Oguz.
De enige positieve noot is dat het aantal papavervrije provincies tussen 2006 en nu met vier is toegenomen tot tien. Die liggen allemaal in het noorden, waar de veiligheid ook het best is. Dat is niet toevallig, want de terroristen en drugshandelaren gedijen het best in onstabiele regio's. "Bovendien", zo legt één van de rapportschrijvers uit, "opteren boeren in onveilige streken het makkelijkst voor de papaverteelt. Als er gevochten wordt, kunnen boeren met hun groenten en fruit niet naar de markt, de goederen rotten gewoon. Opium is anders: je oogst papavers en legt ze onder je bed. Na twintig of dertig jaar kan je ze nog verkopen".
Aan het begin van de zomer was al duidelijk dat het UNOCD-rapport vernietigend zou zijn voor de Afghaanse overheid. Begin juli trad de minister verantwoordelijk voor de strijd tegen drugs, Habibullah Qaderi, dan ook af. De minister, die in 2004 zijn functie opnam, zou kampen met gezondheidsproblemen. Zijn woordvoerder zei dat de man de afgelopen vijf maanden ziek was geweest. "Hij kon de last van het ministerschap niet aan".(GL)
Meer informatie: World drug report 2007
Bron: De Morgen