VMM vindt twee neonicotinoïden frequent terug in water
nieuwsIn 2014 heeft de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) voor het eerst metingen uitgevoerd om een algemeen beeld te krijgen van de aanwezigheid van insecticiden, meer bepaald neonicotinoïden, in de Vlaamse waterlopen. Twee van de drie onderzochte stoffen komen frequent voor. Imidacloprid en thiamethoxam overschrijden de veiligheidsdrempels die in een Nederlandse studie gehanteerd worden zodat VMM een verstoring van het ecosysteem vermoedt. In 2013 werd op Europees niveau beslist tot een vergaande beperking van het landbouwkundig gebruik van imidacloprid, thiamethoxam en ook clothianidine. Wettelijke normen voor maximale concentraties van neonicotinoïden in het oppervlaktewater zijn er (nog) niet in Vlaanderen.
Neonicotinoïden zijn actieve stoffen van gewasbeschermingsmiddelen voor landbouwgebruik (zaadcoatings en sproeistoffen) en biociden voor ‘huishoudelijk’ gebruik (b.v. vliegenstrips). Ze worden steevast ingezet voor de bestrijding van insecten. Neonicotinoïden staan ter discussie vanwege hun vermeend negatief effect op de bijenpopulatie. Om die reden heeft de EU in 2013 besloten tot een moratorium op diverse toepassingen van deze middelen in de landbouw. Terwijl het risico voor honingbijen uitgebreid onderzocht is, weet men veel minder over de mate waarin ze voorkomen in het oppervlaktewater en de mogelijke schade die ze daar aan het milieu berokkenen. Ook in Vlaanderen zijn nog geen wettelijke normen voor neonicotinoïden in oppervlaktewater vastgesteld. Europese regels zijn er evenmin zodat VMM voor haar meting gebruikmaakte van Nederlandse toetsingswaarden.
De Vlaamse Milieumaatschappij onderzocht de concentraties van de drie neonicotinoïden imidacloprid, thiamethoxam en clothianidine in het oppervlaktewater. Ze deed dat op 92 meetplaatsen in Vlaanderen. De drie onderzochte insecticiden zijn op respectievelijk 90 procent, 44 procent en 26 procent van de meetplaatsen vastgesteld. VMM vermoedt een significant verstorend effect op het ecosysteem en baseert zich daarvoor op de frequente overschrijdingen van PNEC én MAC voor imidacloprid, en in mindere mate ook voor thiamethoxam. De PNEC-waarde staat voor ‘predicted no effect concentration’. Voor clothianidine is er nergens een overschrijding van deze waarde (65 nanogram per liter water) terwijl er voor thiamethoxam (140 ng/l) vijf procent overschrijdingen zijn. De hoogste gemiddelde concentratie (900 ng/l) wordt gemeten in de Zouw, op de grens van de Limburgse gemeente Riemst en Wallonië.
Problematischer zijn de resultaten voor imidacloprid, waarbij er in alle getoetste meetplaatsen een overschrijding is van de PNEC-waarde die voor deze stof 8 nanogram per liter water bedraagt. Een nanogram is overigens één miljardste van een gram. Gemiddelde concentraties imidacloprid van meer dan 100 nanogram worden vastgesteld op de Zouw (grens Wallonië en Riemst), de Maanhoevebeek (Sint-Katelijne Waver), de Rellenstroom (Evergem), de Pijnbeek (Bekkenvoort) en de Kleine Aa (Wuustwezel).
Bij de toetsing aan de MAC, de afkorting voor ‘maximum acceptable concentration’, worden eveneens de meeste overschrijdingen vastgesteld voor imidacloprid. Ongeveer 17 procent van de getoetste meetplaatsen overschrijden de MAC van 200 ng per liter water. Op sommige meetplaatsen, zoals in de Pijnbeek (Bekkevoort) en in de Bovenschelde (Avelgem en Pecq), worden concentraties van meer dan 600 ng per liter gemeten. Dit is een overschrijding van de MAC met een factor hoger dan drie, zet VMM in de verf. Voor imidacloprid worden overschrijdingen vastgesteld van zowel PNEC als MAC op 16 meetplaatsen (17%).
Sedert eind 2013 is het zaaien van behandelde zaaizaden van tarwe, gerst, haver, rogge, triticale en spelt niet meer toegelaten vanaf januari tot en met juni en iedere bespuiting in appelboomgaarden en sierteelten is vanwege de bescherming van bijen beperkt tot na de bloei. Toch mat VMM vorig jaar hoge concentraties imidacloprid in mei, alsook in augustus en oktober. Deze hoge concentraties komen voor in zowel kleine als in grote watersystemen.
In de komende jaren zal de verdere monitoring van deze stoffen door de Vlaamse Milieumaatschappij een beter beeld geven van de toestand van deze stoffen in de Vlaamse waterlopen en hun impact op het ecosysteem van onze rivieren. Met de resultaten van 2014 in het achterhoofd pleiten de Koninklijke Vlaamse Imkersbond (KonVIB), Natuurpunt en Groen reeds voor een handhaving van het Europese moratorium op het gebruik van neonicotinoïden. "We betreuren dat er nog geen wettelijke normen voor neonicotinoïden in ons oppervlaktewater zijn vastgesteld. Er moet veel meer op een curatieve en niet op een preventieve manier met pesticiden omgegaan worden", zegt Freek Verdonckt van Natuurpunt. Neonicotinoïden worden hoofdzakelijk in zaadcoatings gebruikt, puur preventief, "terwijl geweten is dat 80 procent van die coating in de bodem en het oppervlaktewater verdwijnt". Dit staat volgens Verdonckt haaks op de principes van geïntegreerde gewasbescherming (IPM).
De gewasbeschermingsmiddelenindustrie vindt een zaadbehandeling daarentegen niet in strijd met de IPM-principes, maar er perfect in passen met als belangrijkste voordeel het veel lagere en meer gerichte gebruik ten opzichte van een volleveldsbehandeling. De sector onderzoekt het VMM-verslag en wil in een eerste reactie al kwijt dat de gebruikte toetsingswaarden wel heel erg laag zijn. Zo ligt de PNEC-waarde van 8 nanogram imidacloprid per liter water bijvoorbeeld lager dan de drinkwaternorm (100 ng/l). "Wanneer je op zoek gaat naar 0,000 000 008 gram is het niet onlogisch dat je overschrijdingen vindt", klinkt het. Sectorvereniging Phytofar zal de dialoog met VMM en de landbouwsector aangaan om te kijken welke maatregelen mogelijk zijn om de situatie te verbeteren. "Algemeen is de waterkwaliteit de voorbije jaren aanzienlijk verbeterd, maar er is nog werk voor de boeg." Boerenbond wijst erop dat het om een eerste meting gaat, een soort nulmeting die belangrijk is om te zien of de reeds getroffen maatregelen (moratorium op neonicotinoïden, sensibilisering en de fytolicentie met daaraan gekoppelde opleiding) iets uithalen.
Meer info: VMM
Bron: eigen verslaggeving / Belga