VMM: "Minder druk op milieu door mest en pesticiden"
nieuwsLawaai blijft de belangrijkste bron van hinder in Vlaanderen. Maar het gewest moet ook bijkomende inspanningen doen tegen bodemafdichting én de toestand van het oppervlaktewater blijft een aandachtspunt. Met de milieudruk door bemesting en pesticidengebruik gaat het de goede richting uit. Dat staat in het jaarlijkse milieu-indicatorrapport (MIRA) van de Vlaamse Milieumaatschappij.
Het Milieurapport Vlaanderen (MIRA) geeft aan de hand van een 100-tal indicatoren een overzicht van de staat van het leefmilieu in Vlaanderen. "Lawaai is de belangrijkste bron van hinder in Vlaanderen, maar het aantal mensen dat overlast ervaart, vertoont een dalende trend ten opzichte van 2001", zegt Bart Van Besien, woordvoerder van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). "Lawaai is na fijn stof de belangrijkste bron van gezondheidseffecten vanuit het leefmilieu."
In de periode 2007-2009 was 175.967 hectare of 12,9 procent van de Vlaamse bodem afgedicht. "Bodemafdichting vermindert de waterberging in de bodem en heeft een negatieve invloed op de biodiversiteit", klink het. "Op Malta na heeft België met 7,4 procent de hoogste graad van bodemafdichting in Europa."
In de Westhoek, Zuid-Limburg, Zuid-Oost-Vlaanderen en het Meetjesland is het afdichtingspercentage lager dan tien procent. De meeste gemeenten in de Vlaamse Ruit (Gent, Antwerpen, Leuven en Brussel) zijn meer dan tien procent afgedicht, en de regio's van de steden Brugge, Roeselare, Kortrijk, Gent, Aalst, Antwerpen, Mechelen en Leuven meer dan 20 procent.
Er zijn ook positieve evoluties. Zo is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tussen 1990 en 2010 met ongeveer de helft verminderd. "Dat blijkt ook uit de beduidend lagere meetwaarden voor een aantal giftige pesticiden in de waterlopen", aldus Van Besien. Deze verbetering is te danken aan verschillende maatregelen zoals geïntegreerde gewasbescherming en biologische ziekte- en plaagbestrijding, betere producten en gebruiksbeperkingen of een verbod op voor het milieu gevaarlijke producten.
Voorts dalen de bemestingsdruk en de ammoniakemissies naar water en lucht, onder meer omdat de mestverwerking en mestexport sinds 2000 gestaag toenam. De belasting van het oppervlaktewater door gezinnen neemt gestaag af dankzij de nutriëntenverwijdering in de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Toch blijven landbouw en huishoudens de belangrijkste bronnen van watervervuiling met nutriënten. Tot slot blijkt uit MIRA dat Vlaanderen binnen Europa heel goed scoort met 70 procent van het huishoudelijk afval dat naar materiaalrecuperatie gaat.
Meer info: MIRA Indicatorrapport 2012
Bron: Belga/eigen verslaggeving