nieuws

VLM informeert over perceelspecifieke fosfaataanpak

nieuws
Landbouwers die per brief ingelicht werden over de basisprincipes van het vijfde mestactieprogramma (MAP5) vernamen van de Vlaamse Landmaatschappij of zij in 2015 als focusbedrijf beschouwd worden omdat meer dan 50 procent van hun areaal in nitraatgevoelig gebied ligt. Verder worden de fosfaatbemestingsnormen toegelicht want ook op dat vlak brengt MAP5 een belangrijke herziening. De fosfaatplafonds worden verder verlaagd zodat landbouwers minder dierlijke mest mogen aanwenden. Waar er voor nitraat gesproken wordt van een gebieds- en bedrijfsgerichte aanpak, gaat het voor fosfaat in feite om een perceelspecifieke aanpak aangezien percelen ingedeeld worden in vier klassen met bijbehorende norm.
15 juli 2015  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:22
Lees meer over:

Landbouwers die per brief ingelicht werden over de basisprincipes van het vijfde mestactieprogramma (MAP5) vernamen van de Vlaamse Landmaatschappij of zij in 2015 als focusbedrijf beschouwd worden omdat meer dan 50 procent van hun areaal in nitraatgevoelig gebied ligt. Verder worden de fosfaatbemestingsnormen toegelicht want ook op dat vlak brengt MAP5 een belangrijke herziening. De fosfaatplafonds worden verder verlaagd zodat landbouwers minder dierlijke mest mogen aanwenden. Waar er voor nitraat gesproken wordt van een gebieds- en bedrijfsgerichte aanpak, gaat het voor fosfaat in feite om een perceelspecifieke aanpak aangezien percelen ingedeeld worden in vier klassen met bijbehorende norm.

Het hoofddoel van het Mestdecreet is de verontreiniging van grond- en oppervlaktewater door meststoffen uit agrarische bronnen voorkomen. Er is al een hele weg afgelegd maar toch worden de waterkwaliteitsdoelstellingen nog niet overal gehaald. De bemestingspraktijken moeten dus verder verfijnd worden. Waar er een te hoge uitspoeling is van nitraat, in de zogenaamde focusgebieden, opteert de Vlaamse overheid voor een bedrijfsgerichte aanpak door extra voorwaarden op te leggen aan bedrijven met een areaal dat voor meer dan 50 procent in focusgebied ligt. De Vlaamse Landmaatschappij spreekt van “een bewarende maatregel” om de waterkwaliteit ook in die streken op een aanvaardbaar niveau te brengen.

Wat de bemestingsnormen betreft, maakt de brief gewag van een belangrijke nieuwigheid. De huidige stikstofbemestingsnormen blijven in MAP5 ongewijzigd, behalve voor aardbeien en vroege aardappelen, maar ze gelden niet meer strikt op perceelniveau. Een bedrijfsbenadering komt in de plaats, zij het dat een landbouwer nooit meer dan het dubbel van de normaal toegelaten stikstofgift mag opbrengen op een perceel. Bovendien zijn er drie uitzonderingen waar hij rekening mee moet houden: percelen in grondwaterwingebied van type 1, weiden waarvoor geldt dat ze door niet meer dan twee grootvee-eenheden begraasd mogen worden en percelen waarop een beheerovereenkomst is afgesloten met een bemestingsbeperking. Met de vrijheid op perceelniveau moet alleszins oordeelkundig omgesprongen worden zodat het nitraatresidu na de oogst zo laag mogelijk is, wat de beste garantie is tegen uitspoeling.

Ook voor de bemesting met fosfor is de bedrijfsbenadering van toepassing. Daarnaast zet MAP5 verder in op de uitmijning van fosfaat. Door minder fosfor toe te dienen dan de plant vraagt, moeten planten de beschikbare fosfaat in de bodem aanspreken. Alle percelen worden ingedeeld in een bepaalde fosfaatklasse. Er is een inschatting gemaakt van de historisch opgebouwde voorraden op Vlaamse landbouwpercelen. Hoe meer plantbeschikbare fosfaat er in de bodem zit, hoe hoger de klasse waar een perceel onder valt en hoe lager de bijbehorende fosfaatbemestingsnorm is. Dat zal zich vooral bij drijfmest van varkens laten voelen gelet op de ongunstige stikstof-fosforverhouding.

Een landbouwer die met bodemstalen kan aantonen dat zijn perceel beter scoort dan de referentie krijgt meer bemestingsruimte. Een landbouwer kan dus aantonen in welke fosfaatklasse zijn percelen echt thuishoren. De Mestbank betaalt een deel van de bodemanalyse terug als voldaan is aan een aantal voorwaarden. Aangezien percelen zonder beschikbare bodemanalyse ingedeeld worden in klasse 3 en vanaf 2017 zelfs in klasse 4 (P-norm tussen 45 en 70, nvdr.) hebben landbouwers weinig andere keuze dan een analyse laten uitvoeren. Behalve van de fosfaatklasse hangt de bemestingsnorm ook af van de hoofdteelt. Zo is de norm scherper voor bieten dan voor maïs en mag grasland op zijn beurt iets rijker bemest worden dan maïs. In fosfaatverzadigd gebied blijft als algemene regel de norm van 40 kilo fosfaat per hectare van toepassing.

Meer info: Mestbankloket & presentaties voorlichtingsvergaderingen MAP5

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek