"Vleesveehouder mag niet in de kou blijven staan"
nieuwsTijdens het boerenprotest van afgelopen donderdag golden de varkens- en melkprijs steeds als voorbeeld van de malaise in de landbouw. Daarom wenst het Algemeen Boerensyndicaat te benadrukken dat het probleem van te lage rendementen ook andere sectoren zoals de vleesveehouderij treft. Rendabiliteitsstudies door de Vlaamse landbouwadministratie wijzen uit dat rundvee vetmesten al vier jaar zwaar verlieslatend is en dat het verlies jaar na jaar groter wordt. ABS houdt het hart vast wat de rendabiliteit anno 2015 en later betreft want de recente hervorming van de gekoppelde steun voor zoogkoeien laat ook zijn sporen na op bedrijven maar dit zit nog niet vervat in de cijfers. Ongeveer 90 procent van de rundvleesproductie wordt in eigen land verkocht zodat ABS op de goodwill van de distributie rekent voor een kostendekkende verkoopprijs. Van de slachthuizen wordt niet meer maar ook niet minder verwacht dan dat ze de wettelijke voorschriften naleven.
De huidige prijs van een runderkarkas moet met minstens 1 euro per kilo omhoog om een kostendekkende basisprijs te bereiken. Het Algemeen Boerensyndicaat rekent daarvoor op de retailers in ons land die samen ongeveer 90 procent van het Belgische rundvlees verkopen. Die ene euro per kilo is precies het verlies dat vleesveehouders vandaag maken als ze van hun schrale opbrengst de kostprijs aftrekken, zo is naar voor gekomen uit het ketenoverleg. “In de praktijk stellen we ook vast dat de consumentenprijs gemiddeld met 1 à 2 euro per kilo vlees gestegen is het laatste jaar terwijl de producent 0,5 tot 1 euro per kilo geslacht gewicht minder ontvangt. Wie is hier dan met de winst gaan lopen?”, vraagt ABS zich af.
Om aan te tonen dat een prijsverhoging hard nodig is, verwijst ABS naar het ondermaatse rendement in de vleesveehouderij zoals dat wordt blootgelegd in studies van de Vlaamse overheid. De hervorming van de gekoppelde zoogkoeienpremie, die vooral boeren treft met minder dan 20 kalvingen per jaar, gaat een nog diepere put slaan in de financiën van vleesveehouders. “Daarnaast kunnen we er niet om heen dat de markt verandert en dat er zekerheden verdwijnen, zoals het kwaliteitslabel Meritus dat jarenlang het stokpaardje was van de Vlaamse rundveehouderij en alom gekend bij de consument. Een goed alternatief voor het afgevoerde label is er niet. Het generiek lastenboek dat vooralsnog meer een last is dan een lust, zal zijn meerwaarde nog moeten bewijzen.”
Het Algemeen Boerensyndicaat lijkt teleurgesteld in het uitblijven van enig resultaat van de rundvleesprijsindex die ontwikkeld werd in de schoot van het ketenoverleg. “Die prijsindex moest nochtans als voorbeeld dienen voor andere sectoren.” Daarom stelde ABS zich sterk terughoudend op om verder te gaan rond de financiering van een interprofessioneel akkoord zonder concrete afspraken rond marktwerking en transparantie doorheen de voedselketen, in het bijzonder de rundsvleeskolom.
Het lijkt vreemd dat een landbouworganisatie aan een andere ketenpartner moet vragen om de wet na te leven, maar in het geval van de slachthuizen voelt ABS zich daartoe wel verplicht. Meer nog, het boerensyndicaat lijkt vooral op de overheid te rekenen om strenger op te treden opdat slachthuizen binnen de lijntjes zouden kleuren. De Vlaamse landbouwadministratie maakte recent immers bekend dat er in 2014 opnieuw grote tekortkomingen (o.a. correct wegen van levende dieren) waren in slachthuizen. Voor ABS kan het niet dat een landbouwer die zijn dieren geslacht verkoopt één dier op de twaalf gratis levert door de procentuele aftrek van gewicht die slachthuizen toepassen. Op andere problematieken, die van onterechte afsnijdingen van vleesdelen en karkasindeling, gaat ABS niet dieper in. “De slachthuizen kennen onze eisen en we vragen dan ook de correcte uitvoering van de wetgeving ter zake.”
Behalve een marktconforme prijs die de kosten dekt en correcte wegingen in slachthuizen (aan het begin van de slachtlijn, voor afsnijdingen) is het Algemeen Boerensyndicaat ook vragende partij voor uitbetaling van rundvee op basis van ‘warm’ gewicht (vandaag gebeurt er een omrekening naar ‘koud’, uitgelekt gewicht, nvdr.) en een oplossing voor zware runderen met een karkasgewicht van meer dan 630 kilo. Vandaag onderwerpt het Voedselagentschap die karkassen aan een controle op hormoongebruik terwijl het hoge gewicht zich volgens ABS-woordvoerder Guy Depraetere laat verklaren doordat het om oudere koeien of dekstieren gaat. “Maar de kosten van de staalname zijn wel weer voor de boer en bovendien moet het karkas tien dagen in het slachthuis blijven tot de uitslag bekend is. Resultaat daarvan is dat karkassen al eens een handje geholpen worden om net onder de grens van 630 kilo te blijven…”.
Verder zouden vleesveehouders gebaat zijn met aanpassingen aan het mestdecreet, meer aandacht voor de problemen in de zoogkoeienhouderij en meer chauvinisme bij de consument. “Wij moeten inzetten op rundvlees van dieren die geboren, gekweekt en geslacht zijn in ons land”, alsnog ABS.