header.home link

Vlaamse begonia steelt de show in Brusselse bloementapijt

2 augustus 2022

Na een afwezigheid van 4 jaar keert het bloementapijt komend weekend terug naar Brussel en viert het zijn vijftigste verjaardag. Het tapijt, dat aanvankelijk alleen uit begonia’s bestond, behoort tot de grootste toeristische trekpleisters van de stad en is daarmee een goed uithangbord van de begonia die bij de pronkstukken van de Vlaamse sierteelt gerekend mag worden. Johan Aelterman werkt al 30 jaar mee aan het tapijt en is derde generatie begoniateler. Hij heeft de sector de voorbije decennia sterk zien veranderen. Ondanks een ferme inkrimping is Vlaanderen mondiaal nog steeds leidend in de begoniateelt.

Lees meer over:

De bloemen van knolbegoniateler Johan Aelterman staan er verschroeid bij na een hittegolf in juli. “30 graden kunnen ze nog wel aan, maar 37 graden is erover”, vertelt de teler die in Destelbergen samen met zijn broer Kris en echtgenote Ann Verhoeven het bedrijf van zijn moeder overnam in de jaren '90. In die jaren kende Vlaanderen en bloeiende begoniateelt met een geschat areaal van 180 hectare en meer dan 100 actieve telers. De begonia en azalea behoorden na de Tweede Wereldoorlog tot de pronkstukken van de Vlaamse sierteelt.

In de voorbije decennia vond een sterke schaalvergroting plaats in de sierteelt en zag Aelterman een hoop collega’s wegvallen terwijl ook het areaal inkromp door de groeiende concurrentie van andere bloemen en planten. Inmiddels telt Vlaanderen niet meer dan 8 telers, samen goed voor zo’n 80 hectare. “Maar deze telers hebben wel nog steeds 50 procent van de wereldmarkt in handen”, vertelt Aelterman die aangeeft dat behalve België alleen Nederland en Duitsland nog begoniatelers kennen, respectievelijk 2 en 1. Belangrijke afzetmarkten voor de bloem zijn Amerika, Europa en in mindere mate China en Japan.

Johan Aelterman portret

De verkoopprijs licht op hetzelfde niveau als 25 jaar geleden. Een indexatie is dit jaar absoluut noodzakelijk om de gestegen kosten het hoofd te bieden

Johan Aelterman - Begoniateler

Wat er in de voorbije 25 jaar niet veranderd is, is de verkoopprijs, vertelt de Oost-Vlaming. “Deze ligt al die jaren op hetzelfde niveau. Alleen met schaalvergroting een efficiëntieverbeteringen door bijvoorbeeld automatisering konden telers hun boterham blijven verdienen”, aldus de sierteler die aangeeft dat een indexering dit jaar absoluut noodzakelijk is om de gestegen kosten het hoofd te bieden.

De teelt op het bedrijf start traditioneel begin februari als het begoniazaad over trays wordt uitgezaaid. Bij een temperatuur van 20 graden ontkiemt het plantje en wordt deze na 6 weken verspeend (overplanting naar een tray met meer ruimte, red). Weer 6 weken later gaat de plant naar buiten en bloeit hij na enkele weken de hele zomer door. Tijdens de bloeifase bestaat het werk van begoniatelers voor een belangrijk deel uit onkruid wieden. Aelterman: “de voorbije jaren zijn een aantal bestrijdingsmiddelen uit de markt gehaald waardoor we nu aangewezen zijn op mechanische onkruidbestrijding.”

S_Johan Aelterman_begioniateler4

Marketingstunt

Een andere zomerbezigheid van begoniatelers is het leggen van het bloementapijt in Brussel, een tweejaarlijks terugkerend event. “Met zo’n 8 familieleden plukken we daags tevoren de bloemen om deze vervolgens zelf in het tapijt te verwerken”, vertelt Aelterman die al 30 jaar deelneemt aan de traditie die teruggaat tot 1971 en een belangrijke toeristische trekpleister is voor onze hoofdstad.

De ontstaansgeschiedenis van het tapijt gaat een jaar verder terug, tot 1970 toen 2 Brusselse schepenen dat jaar het bloementapijt van Oudenaarde bezochten. Snel groeide het idee dat de hoofdstad ook een eigen tapijt moet krijgen. Etienne Stautemans, de toenmalige voorzitter van de beroepsvereniging voor Vlaamse sierteelt en groenvoorziening (AVBS), kreeg de opdracht om het eerste tapijt te creëren. Na een succesvolle eerste editie is AVBS het evenement steeds trouw gebleven.

Als eerbetoon aan Stautemans, reconstrueert de organisatie van het bloementapijt dit jaar het eerste ontwerp uit 1971. Alle elementen van dit eerste ontwerp komen terug in het tapijt van 2022, inclusief de aartsengel Sint-Michiel en de Belgische leeuw. Alhoewel de begoniateelt de voorbije decennia aan belang heeft ingeboet, blijft het bloementapijt onveranderd een belangrijke toeristische trekpleister voor de stad Brussel en zijn de verwachtingen hooggespannen. “Briefkaarten met het bloementapijt erop zijn de meest verkochte kaartjes in Brussel”, weet Aelterman.

Niet meer alleen begonia

Waar het bloementapijt in de eerste decennia alleen uit begonia’s bestond, zijn daar de laatste jaren ook dahlia's bijgekomen. “Er is niet genoeg begoniaproduct meer beschikbaar om het tapijt te vullen”, vertelt Aelterman die begioniaveredeling als reden aanvoert. “In de beginjaren was de begonia een perkplant met grote bloemen, inmiddels is er met de veredeling ingezet op het terras en heb je nu ook de hangplant. De bloempjes van deze planten zijn veel talrijker, maar ook kleiner dan voorheen waardoor ze niet zo goed dienen voor het maken van het tapijt.”

Dit jublilieumjaar zijn er nog meer in Vlaanderen geproduceerde bloemen in het bloementapijt verwerkt, zoals chrysanten. “Dit om de veelzijdigheid van onze sierplantproductie in de verf te zetten", zegt Filip Fontaine, algemeen directeur van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM), hoofdsponsor van deze editie.

Het Bloementapijt wordt vrijdag 12 augustus tussen 09.00 en 13.00 uur opgebouwd. De officiële opening met klank- en lichtspel vindt diezelfde dag plaats om 22.00 uur. Ook de 2 dagen erna is dit spektakel telkens 's avonds te zien tussen 21.00 en 23.00 uur. Tickets voor het panoramisch zicht vanaf het balkon van het stadhuis zijn te koop via flowercarpet.

Rooien van de bollen

Voor Aelterman en de 7 anderen begoniatelers in Vlaanderen begint het echte grote werk in oktober als de bollen van de planten, die in januari gezaaid werden in trays, gerooid worden. “Het rooien is vergelijkbaar met de aardappelteelt. Het loof wordt verwijderd en de knollen worden opgeraapt”, zegt Aelterman.

In de bedrijfsloods worden de knollen vervolgens gekalibreerd (gesorteerd op maat, red.) en worden ze ook schoongemaakt. Na een droogperiode van enkele weken is de knol vervolgens klaar voor verkoop en wordt hij naar alle uithoeken van de wereld verscheept. “40 procent van onze productie gaat per schip naar Amerika”, weet Aelterman van zijn afnemer Troch uit Oostakker. De samenwerking met deze bloemen- en plantenexporteur gaat 3 generaties terug. “Tradities zijn er om in stand te houden”, besluit Aelterman.

Johan Aelterman2

Bron: Eigen verslaggeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek