Vermindering budget praktijkcentra is slechts tijdelijk
nieuwsDe Vlaamse praktijkcentra moeten het in 2015 met zes procent minder financiering van de Vlaamse overheid stellen. “Maar het is niet de bedoeling dat we het budget voor de praktijkcentra in de toekomst verder afbouwen. Die zes procent is onderdeel van de generieke besparing die de Vlaamse regering heeft afgesproken”, antwoordde Vlaamse landbouwminister Joke Schauvliege op een parlementaire vraag van Jos De Meyer. Zij benadrukte het belang van een geïntegreerd onderzoeks- en innovatiebeleid voor de Vlaamse land- en tuinbouw.
Volgens Jos De Meyer, Vlaams parlementslid voor CD&V, leeft er bij de Vlaamse praktijkcentra grote ongerustheid over de financiering vanuit Vlaanderen. “Naast sterke steun vanuit de provincies en een belangrijke cofinanciering vanuit de sector, is erkenning en steun van de Vlaamse overheid zeer belangrijk. Nu die steun met zes procent is verminderd voor 2015, leeft de vraag of Vlaanderen de praktijkcentra wil herstructureren of heroriënteren. Nochtans is technische expertise en innovatiestimulering via het praktijkonderzoek en de voorlichting door de Vlaamse praktijkcentra van groot belang voor de Vlaamse land- en tuinbouwers”, meent hij.
Volgens Schauvliege is er geen sprake van een volledige afbouw van de Vlaamse steun voor de praktijkcentra. “We hebben voor 2015 enkel de generieke besparing van zes procent toegepast. Wellicht leeft er daarom ongerustheid bij de praktijkcentra, maar dat is niet nodig. Dankzij de praktijkcentra is er een goede doorstroming van het basisonderzoek naar de praktijk. Daar zijn wij top in. Vele lidstaten benijden ons daarom”, zegt de minister die benadrukt dat de Vlaamse overheid verder wil inzetten op deze centra.
Om de samenwerking tussen de praktijk- en proefcentra te optimaliseren, is men enkele jaren geleden gestart met de opmaak van vijfjarenplannen. “Intussen is ook Agrolink opgericht. Achttien partners van verschillende onderzoeksinstellingen in Vlaanderen willen in dit verband gaan samenwerken. Ze doen zowel fundamenteel als praktijkgericht onderzoek. De bedoeling is dat door deze samenwerking gemakkelijker Europese financiering kan binnen gehaald worden. Nu doen we daar vaak te versnipperd aan mee”, stelt Schauvliege.
De minister wijst in dat verband ook naar de Europese innovatiepartnerschappen, die deels door Europa en deels door Vlaanderen worden gefinancierd. “Sleutelelementen daarbij zijn operationele groepen. In zo’n groep organiseren land- en tuinbouwers, maar ook adviseurs, onderzoekers, ondernemers en andere actoren zich rond een bepaald specifiek probleem of vraagstuk dat ze willen oplossen. Deze maatregel heeft dus het stimuleren van de interactie tussen onderzoek en praktijk tot doel.”
Dat er bezorgdheid is bij de praktijkcentra over de afbouw van de Vlaamse steun, erkent Schauvliege. Maar volgens haar is het zeker niet de bedoeling om nog verder te besparen. “Integendeel, we geloven er sterk in. Maar dat neemt niet weg dat de generieke besparing voor hen ook voelbaar is. Het is dan ook belangrijk om na te gaan hoe er nog beter kan afgestemd en samengewerkt worden.”
De minister wil ook dat er bekeken wordt hoe de dienstverlening van de praktijkcentra kan verbeterd worden. “Zo denk ik dat er bijvoorbeeld inzake communicatie van de onderzoeksresultaten aan land- en tuinbouwers kan gebruikgemaakt worden van moderne, interactieve communicatiemiddelen. Op die manier kan de dienstverlening nog verbeterd worden”, klinkt het.