Vergunningsdossiers voor grondwater worden steeds complexer en duurder
nieuwsCaptatieverboden op waterlopen halen bij droogte vaak veel aandacht. Maar voor tal van land- en tuinbouwers ligt de grootste bezorgdheden echter bij grondwater, de belangrijkste waterbron voor de sector. Door de opeenvolgende droge jaren en de dalende grondwaterstanden worden aanvragen voor een grondwatervergunning steeds kritischer beoordeeld. Wie vandaag grondwater wil oppompen, moet zich daarom vaak door lange procedures en lijvige dossiers worstelen.
Water is een onmisbare grondstof voor de land- en tuinbouw. Het wordt gebruikt om gewassen te irrigeren, vee van drinkwater te voorzien, oogsten te wassen maar ook om stallen en machines te reinigen. Uit een recente bevraging van Boerenbond blijkt dat ongeveer de helft van de landbouwers regenwater opvangt op het eigen bedrijf.
Volgens de enquête is ongeveer een kwart van het waterverbruik van de leden afkomstig van regenwater. De officiële cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) gaan uit van een iets lager aandeel (6%)
Naast hemelwater is ook oppervlaktewater een mogelijke waterbron voor de sector. Jaarlijks wordt zo’n zes procent van het waterverbruik uit bevaarbare en onbevaarbare waterlopen onttrokken in de sector. Dat aandeel ligt relatief laag omdat niet elk perceel grenst aan een waterloop met voldoende debiet en een goede waterkwaliteit. Vandaag kunnen landbouwers enkel nog water onttrekken van de bevaarbare waterlopen, uitgezonderd van de IJzer.
Ook leidingwater wordt gebruikt in de land- en tuinbouwsector. Volgens Boerenbond komt 15 procent van het waterverbruik uit de leiding, de cijfers van VMM duiden op tien procent.
Belangrijkste waterbron lang niet meer zo zeker
Het grootste deel van het waterverbruik in de land- en tuinbouw komt echter uit zelf opgepompt grondwater. Volgens de Vlaamse Milieumaatschappij zou dit 75 procent van het volledig waterverbruik innemen. De resultaten van de Boerenbond-bevraging komen uit op een lager aandeel: bij hun leden is 51 procent van het waterverbruik afkomstig van grondwater. Dit grondwater wordt vooral door veehouders gebruikt als drinkwater voor hun dieren. Voor irrigatie gaat de voorkeur meestal uit naar regenwater. “Al zuiveren steeds meer veehouders het regenwater verder op, zodat het ook als drinkwater voor de dieren kan dienen”, vertelt waterexpert bij Boerenbond, Joris De Nies.
De ondergrondse reservoirs van grondwater vertonen op korte termijnen niet zo snel een tekort
Grondwater is al jaar en dag een stabiel reservoir voor land- en tuinbouwers. “Deze ondergrondse reservoirs vertonen op korte termijnen niet zo snel een tekort. Voor een captatieverbod op grondwater moet er dus geen schrik zijn”, geeft De Nies mee. Op lange termijn is dit een ander verhaal. Verschillende grondwaterlagen in Vlaanderen staan onder druk door droogte, klimaatverandering en hoge onttrekkingen. “In vergelijking met tien jaar geleden worden daarom minder snel oppompvergunningen afgeleverd voor de diepere lagen”, klinkt het bij Boerenbond.
Ook bij SBB Accountants & Adviseurs merken ze die evolutie op. "Grondwater is de voorbije jaren uitgegroeid tot een belangrijk thema binnen het Vlaamse waterbeleid", zegt Gert Van Thillo, business manager landbouw bij SBB. "Er wordt steeds kritischer gekeken naar de impact van de grondwaterwinning op de omgeving. Sinds 2024 beschikt Vlaanderen ook over de zogenoemde 'grondwatertrein', een pakket maatregelen dat het gebruik van grondwater beter moet opvolgen en verduurzamen.”
Oppompvergunning niet louter meer een formaliteit
Landbouwers mogen niet zomaar ongelimiteerd gratis grondwater oppompen. Voor grondwater moeten ze betalen, een kost die elk jaar duurder wordt. En wie jaarlijks meer dan 500 kubieke meter grondwater wil onttrekken, heeft daarvoor een vergunning nodig. Waar vroeger een aanvraag hiervoor vaak een formaliteit was, vraagt ze vandaag een uitgebreid en goed onderbouwd dossier waarbij vaak adviesbureaus geraadpleegd worden.
“Land- en tuinbouwers moeten aantonen waarom grondwater noodzakelijk is en bewijzen dat ze eerst alle alternatieve waterbronnen hebben onderzocht. Voor de tuinbouw is de eerste piste altijd het opvangen van hemelwater of het hergebruik van water op het eigen bedrijf", legt Van Thillo uit. "Pas dan kan grondwaterwinning in beeld komen. Daarnaast moet in de aanvraag ook worden aangetoond welke impact de grondwaterwinning heeft op het milieu en op nabijgelegen kwetsbare natuurgebieden."
Om het risico op verdroging van kwetsbare natuur aan te tonen zijn screening- en simulatortools van de overheid voor handen. Al volstaan deze niet vaak niet voor de vergunningverlener. “In veel dossiers moeten we beroep doen op een milieustudiebureau dat een meer nauwkeurige impact moet schetsen of welke impact er kan zijn”, aldus Van Thillo.
De beoordeling is sterk afhankelijk van de toestand van de grondwaterlaag, maar evengoed of er kwetsbare natuur in omgeving is
Zeer regio-afhankelijk
Boerenbond en SBB benadrukken dat het vergunningsproces erg afhankelijk is van regio tot regio. Elke regio heeft zijn eigen karakteristieken. "In West-Vlaanderen kennen ze bijvoorbeeld problemen met verzilting bij dieptegrondwaterwinning", aldus De Nies. "En in de ruime regio van Sint-Niklaas hebben ze te maken met een 'depressietrechter', ontstaan in diepere grondwaterlagen door intensieve onttrekking van onder meer industrie, drinkwaterproductie en landbouw. Omdat de waterlagen door klei afgesloten zijn, kan het systeem er maar traag herstellen. Daardoor worden vergunningen om grondwater op te pompen er niet of slechts zeer beperkt toegekend. Een effect dat zich tot in de Mechelse regio laat voelen."
“De beoordeling is sterk afhankelijk van de toestand van de grondwaterlaag. Om welke soort bodem en reservoir het gaat, of de waterlagen al zwaar belast zijn”, bevestigt Van Thillo. “Maar evengoed of er kwetsbare natuur in omgeving is.”
Groeiende complexiteit, maar nog geen grondwaterstop
Net als bij de stikstofdossiers neemt de complexiteit rond oppompvergunningen toe. De bewijslast wordt steeds zwaarder en impactstudies worden belangrijker. "Er zijn ook meerdere overheidsdiensten bij de beoordeling betrokken, waaronder de VMM, het Agentschap Natuur en Bos en lokale besturen. Waar ze in het verleden eerder flexibeler waren, handhaven ze nu een eigen strengere visie", aldus Van Thillo. "De algemene complexiteit rond de vergunningen geeft veel land- en tuinbouwers vandaag kopzorgen."
Dat vergunningen minder vanzelfsprekend zijn geworden, betekent echter niet dat er een algemene 'grondwaterstop' geldt. “Afhankelijk van de regio worden zeker nog oppompvergunningen verleend", geeft Van Thillo mee.
Nieuwe tendens: meer bufferbekkens
Doordat ook grondwater onder druk staat, merken zowel SBB als Boerenbond een stijgende interesse in bufferbekkens op. "Die evolutie zagen we eerst in West-Vlaanderen, waar de verziltingsproblematiek al langer speelt. Intussen groeit de belangstelling ook in de andere provincies", zegt De Nies. "Daarnaast zien we ook steeds meer initiatieven waarbij landbouwers samenwerken om water op te slaan en te gebruiken."
Ook bij SBB leeft het thema steeds sterker. "Onze klanten zijn zich almaar bewuster van de uitdagingen rond water. Ze maken zich zorgen over de vergunningsverlening, maar ook over de stijgende kostprijs van grondwater", vertelt Van Thillo. "Bufferbekkens kunnen in de toekomst zeker een deel van de oplossing zijn."
Toch zijn ook bufferbekkens geen evidentie, merkt De Nies op. "Voor de aanleg van bufferbekkens is vaak eveneens een vergunning nodig en ook die procedures verlopen niet altijd vlot. Bovendien vragen zulke investeringen een aanzienlijk budget. Daar zien we een duidelijke faciliterende rol voor de overheid."