"Uitzonderingen in beleid bedreigen open ruimte"
nieuwsOok al luidt de centrale visie van het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen dat we spaarzamer met onze open ruimte moeten omgaan, wat aangekondigd werd in de beleidsplannen staat haaks op wat de Vlaamse regering op het terrein heeft beslist. Dat vinden Guy Vloebergh en Tom Coppens, docent en hoofddocent Stedenbouw en Ruimtelijke Planning (UAntwerpen). “Er werden zoveel uitzonderingsregels gecreëerd dat de open ruimte nog meer bedreigd is”, zo klinkt het in De Standaard.
Sinds de aankondiging van de betonstop als onderdeel van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen vindt de idee dat komaf moet gemaakt worden met verdere ruimtelijke verrommeling brede ingang. Maar met welke regelgeving gaan we de huidige situatie te lijf? Guy Vloebergh en Tom Coppens, docent en hoofddocent Stedenbouw en Ruimtelijke Planning (UAntwerpen), verdiepten zich in de codextrein die eind vorig jaar werd goedgekeurd en zijn niet onder de indruk van de plannen van de Vlaamse regering om de open ruimte te redden. “Wat is de waarde van waardevol landschap nog?”, zo vragen ze zich af.
De academici vrezen dat de Vlaamse regering met de goedkeuring van de codextrein nieuwe afwijkings- en uitzonderingsregels heeft geschapen waardoor onze open ruimte “nog meer en sneller kan worden verknoeid”. Zo stellen Vloebergh en Coppens zich vragen bij de passage uit de codextrein waarbij gesteld wordt dat plannen die ouder zijn dan 15 jaar niet meer gevolgd hoeven te worden. “Deze regeling laat toe om ook op slecht gelegen locaties te verdichten en de open ruimte nog verder aan te snijden en is koren op de molen van vastgoedontwikkelaars.”
Ook de decreetswijziging waarbij uitdrukkelijk gesteld wordt dat ontwikkelingen in landschappelijk waardevolle gebieden – meestal landbouwgebieden – wel degelijk vergunbaar zijn, op voorwaarde dat ze landschappelijk inpasbaar zijn in het gebied, doet wenkbrauwen fronsen. “Weer wordt de planning uitgehold en zullen in veel waardevolle en onbebouwde gebieden gebouwen verschijnen die zogezegd landschappelijk inpasbaar zijn”, zo klinkt het. “In plaats van voor een planmatige aanpak te kiezen, laat de regering onze open ruimte over aan een ad-hocoordeel van de lokale vergunningverlener of, in beroep, van de deputatie.”
Ook het “nieuwe uitzonderingsinstrument”, het ‘planologisch attest’, kan op weinig begrip rekenen, omdat het inzetbaar is voor de regularisatie en uitbreiding van commerciële tuincentra in landbouwgebieden. “In plaats van niet vergunde en verouderde tuinbouwcomplexen en serres af te breken en de ruimte terug te geven aan de landbouw, heeft de regering het mogelijk gemaakt om kleinhandelsactiviteiten aan te trekken”, zo klinkt het. “Daardoor ontstaat concurrentievervalsing. Tuincentra die in het verleden netjes de regels hebben gevolgd en zich hebben gevestigd in daartoe voorziene zones, komen nu bedrogen uit.”
“De wijzigingen in de codextrein zijn de zoveelste uitzonderingsmaatregelen”, concluderen Vloebergh en Coppens. “Zo bouwen ze voort op een evolutie die al jaren aan de gang is: stedenbouwkundige plannen worden uitgehold. Dit geeft de gemeenten steeds meer de mogelijkheid om vergunning per vergunning te oordelen wat ze toelaten. Maar een vergunningenbeleid zonder een helder kader zet de deur open voor kortetermijnpolitiek, willekeur en dienstbetoon.” Bovendien hekelen de auteurs het feit dat stedenbouwkundige ambtenaren in gemeenten niet langer een diploma in stedenbouw en planning moeten hebben.
“Afschaffing van de stedenbouwkundige plannen en regels, meer ruimte voor ad-hocbeleid, een verzwakking van stedenbouwkundige diensten: je moet al van erg goede wil zijn om daarin een gedegen openruimtebeleid te vinden”, zo klinkt het oordeel. “Als de Vlaamse regering goede principes wil promoten, zoals verdichten bij knooppunten en de nog resterende open ruimte beschermen, moet ze ook daden stellen die in lijn liggen met die doelstellingen. Maak verdichten alleen mogelijk op de juiste locaties en schrap slecht gelegen woonvoorraden. Bescherm het landbouwgebied voor de professionele landbouw en schrap alle afwijkingsregels. En vooral: zorg voor de nodige expertise op gemeentelijk vlak.”
Bron: De Standaard
Beeld: Google Maps