Totaal geen draagvlak in biosector voor EU-verordening
nieuwsDe Europese bioboeren, vertegenwoordigd door Farmers Group IFOAM, luiden de alarmbel. Op dit moment nadert op EU-niveau de discussie omtrent de herziening van de verordening biologische landbouw zijn ontknoping. Hoewel er al vier jaar gesleuteld wordt aan de originele voorstellen van de Europese Commissie ervaart de sector ze nog steeds als onwerkbaar. “Meer nog”, communiceert BioForum, “de regelgeving die bedoeld was om de ontwikkeling van biolandbouw in Europa te ondersteunen zal net het tegenovergestelde bewerkstelligen en de groei van bio afremmen!” BioForum ondertekende samen met 17 zusterorganisaties een helder gezamenlijk standpunt met als hoofdboodschap dat het wetsvoorstel beter opgeborgen wordt.
Biolandbouw biedt antwoorden op hedendaagse problemen. Bio draagt bij aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen en helpt onze natuurlijke hulpbronnen beschermen. Boeren en burgers lijken dat steeds beter in te zien. Terwijl overal in Europa het aantal boeren afneemt, schakelen steeds meer boeren om naar biolandbouw. In Frankrijk schakelden tijdens de eerste helft van 2016 meer dan 21 Franse boeren per dag om naar biolandbouw, in Duitsland waren er dit jaar bijna 2.000 starters in de biosector. Ook op vlak van consumptie scoort bio goed: terwijl het Europese marktaandeel voor biologische voeding elk jaar groeit met zes à zeven procent stagneert de algemene markt voor voeding en dranken.
Schijnbaar op alle vlakken gaat het de sector dus voor de wind, alleen … zit de wetgever dwars. Vier jaar geleden vatte de Europese Commissie het plan op om de biolandbouw ‘future proof’ te maken. Het wetsvoorstel dat in Brussel het licht zag, kon de brede biobeweging allerminst overtuigen. Eén van de grote struikelblokken was de decertificeringslimiet voor bioproducten. Alle bioboeren zweren het gebruik van pesticiden af, maar voor de meeste boeren en belangenverdedigers is het moeilijk verteerbaar dat het biolabel verloren kan gaan door een piepkleine contaminatie. Aangezien de percelen van bioboeren meestal vlakbij percelen van gangbare collega’s liggen, is drift van gewasbeschermingsmiddelen immers een reëel risico. De Commissie wil dit risico volledig afwentelen op de bioboer met een strengere decertificeringsnorm.
“Onwerkbaar”, zo reageert Kurt Sannen, voorzitter van BioForum Vlaanderen, op het voorstel om bioboeren te laten opdraaien voor een eventuele contaminatie waaraan ze zelf geen schuld treffen. “Bovendien wordt het strenge controlesysteem met een verplicht jaarlijks controlebezoek voor elke schakel in de bioketen door Europa in vraag gesteld. Een afschaffing zou het consumentenvertrouwen in biologische voeding flink kunnen ondermijnen”, vreest Sannen. Verder is er bezorgdheid over de eventuele impact van het wetsvoorstel op het "cruciale concept" van grondgebonden plantaardige productie en over nieuwe regels voor import van bioproducten, waar kleinschalige producenten in ontwikkelingslanden naar verluidt niet beter van worden.
Van BioForum mogen de “misleidende onderhandelingen” staken, en vrijwel alle andere belangenverdedigers van bioboeren in Europa denken er ook zo over. Het meerderheidsstandpunt wordt op Europees niveau vertolkt door IFOAM en door landbouwkoepel Copa-Cogeca. De strengere decertificeringslimiet vindt alleen steun in Wallonië (bioboerenvereniging UNAB) en in Slowakije, aangezien de huidige voorzitter van de Europese Landbouwraad opnieuw met dit element uit het EU-wetsvoorstel op de proppen kwam. BioForum Vlaanderen contacteerde de Vlaamse en de federale minister van Landbouw met de vraag om zich tijdens de bijeenkomsten met de Europese collega’s te verzetten tegen het wetsvoorstel. “Bio verdient een wetgeving die de duurzame groei van bio voor de toekomst veiligstelt”, klinkt het nog.