nieuws

Toomuniformiteit: onderzoek wijst de weg naar sterkere biggen en minder uitval

nieuws

Uniforme tomen bij varkens kunnen de biggensterfte doen afnemen en de keten efficiënter en duurzamer maken. Dat stelt doctoraatsonderzoeker Katrijn Hooyberghs (KU Leuven). “Uniformere tomen zijn mogelijk, maar alleen als we tegelijk kijken naar hoe we meten, welke dieren we selecteren en hoe we ze managen”, stelt ze. “Jarenlang lag de nadruk op méér biggen per worp. Dat heeft zijn grenzen bereikt.”

Vandaag VILT-redactie
Lees meer over:
Varkenstoom

Een toom bij biggen is de benaming voor een hele worp. De voorbije jaren is het aantal levend geboren biggen per zeug sterk toegenomen tot 15,5 dieren per worp. Grotere tomen gaan gepaard met lagere geboortegewichten, meer variatie en een hogere uitval. Lichte biggen sterven vaker en groeien trager. Ze hebben het moeilijk om hun temperatuur op peil te houden en kunnen minder goed concurreren om biest en melk. Ook voor de boer heeft dat gevolgen: trager groeiende dieren verhogen de kosten en bemoeilijken de planning. Slachthuizen belonen niet-uniforme groepen minder goed.

“Jarenlang lag de nadruk op méér biggen per worp. Dat heeft zijn grenzen bereikt. Grotere tomen leveren niet automatisch grotere opbrengsten op wanneer steeds meer biggen te licht of te kwetsbaar zijn”, aldus Katrijn Hooyberghs over haar onderzoek op toomuniformiteit in de varkenshouderij, uitgevoerd aan KU Leuven in samenwerking met ILVO, binnen het VLAIO LA-project Unipig.

De onderzoekster ging er in haar onderzoek van uit dat niet méér, maar sterkere en meer uniforme biggen de sleutel vormen tot een efficiëntere, duurzamere en diervriendelijkere keten.

Katrijn Hooyberghs 1

Spenen heeft grote impact op uniformiteit

Selecteren op gewicht is volgens Hooyberghs alvast een goede manier om de uniformiteit van een toom te beoordelen. “Een van de meer praktische bevindingen uit het onderzoek is dat het percentage biggen onder 0,8 of 1 kg een bijzonder arbeidsvriendelijke en betrouwbare maat is om de uniformiteit in de kraamstal in te schatten. Dat maakt opvolging in de praktijk eenvoudiger en creëert een basis om gerichter te selecteren of bij te sturen”, klinkt het.

In de praktijk worden zwakkere biggen vaak verzet om op krachten te komen. Deze strategie is volgens Hooyberghs geen garantie dat de uniformiteit toeneemt. Volgens haar is vaak een combinatie van maatregelen nodig om een bestaande toom te uniformeren. “Daarbij blijkt dat uniformiteit bij geboorte en uniformiteit na het spenen twee verschillende eigenschappen zijn. We zagen dat een uniforme toom minder uniform werd tegen het spenen, maar ook de omgekeerde ontwikkeling kwam voor.”

Genetica en conditie van de zeug

Om tot een uniforme toom bij geboorte te komen, kan onder andere genetica een bijdrage leveren. Ze onderzocht ook of de huidige fokwaardeschattingen van Piétrain-eindberen (VPF vzw) uniformere tomen kunnen voorspellen. De resultaten zijn genuanceerd. Sommige fokwaarden correleren met lagere variatie en stabielere groeitrajecten, maar de voorspellende waarde van de huidige cijfers blijft beperkt. Dat betekent niet dat genetica geen rol speelt – wel dat de beschikbare selectie-instrumenten verfijnd moeten worden.“

Ook de conditie van de zeug speelt een rol. Eigenschappen zoals leeftijd bij eerste inseminatie, het aantal eerdere worpen (pariteit), borstomtrek, toomgrootte, conditieverlies tijdens lactatie en het aantal functionele spenen bepalen in hoge mate hoe uniform een toom uiteindelijk is.

De onderzoekster zegt hierover: “Uniformiteit verbetert bij zeugen met voldoende functionele spenen, terwijl grotere tomen en oudere zeugen net meer variatie creëren. De overlevingskansen van lichte biggen stijgen wanneer er voldoende spenen beschikbaar zijn en wanneer de zeug in goede conditie is vóór en tijdens de lactatie – een teken dat ze effectief melk produceert voor de volledige toom.”

Ondanks de genuanceerde conclusies ziet Hooyberghs hoopvolle aanknopingspunten in haar onderzoek. “Toomuniformiteit is een complex samenspel. We kunnen het verbeteren, maar alleen als we de puzzelstukjes juist combineren: de juiste zeugen, de juiste beren en het juiste management.”

Fokprogramma verbetert varkengezondheid van big af aan
Uitgelicht
Weinig eten en toch dik worden: bij mensen is het niet erg benijdenswaardig, maar bij varkens is het één van de belangrijkste genetische kenmerken waarop dieren worden gekweek...
14 mei 2024 Lees meer

Beeld: Katrijn Hooyberghs

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek