Spreiding verre afzet redde voedingsindustrie na boycot
nieuwsHet Russisch handelsembargo heeft de Belgische voedingsindustrie vorig jaar 63 miljoen euro aan export van verwerkte voedingswaren gekost, ook al werd het pas in augustus ingesteld. Tijdens de voorstelling van het economisch jaarverslag van voedingsfederatie FEVIA verklaarde algemeen directeur Chris Moris dat Rusland maar bijvoorbeeld ook China (politiek) onzekere exportbestemmingen zijn, waaraan een bijkomend risico kleeft in de vorm van wisselkoersen. Belgische voedingsbedrijven weten daarom maar al te goed dat ze hun exportbestemmingen best diversifiëren. Daardoor kon er snel geschakeld worden, steeg bijvoorbeeld de uitvoer naar de VS van 390 naar 458 miljoen euro, en kon het verlies als gevolg van het embargo opgevangen worden.
In 2013 voerde de Belgische voedingsindustrie nog 208 miljoen euro uit naar Rusland. Rusland was daarmee, na de VS, de op één na grootste uitvoerbestemming buiten de EU voor de Belgische voedingsbedrijven. In 2014 is die uitvoer gezakt naar 145 miljoen euro, als gevolg van de handelsboycot ingesteld door de oplopende spanningen tussen Europa en Rusland omwille van de crisis in Oekraïne. Rusland tuimelde naar plaats drie in de verre-export-top. Vooral in de vleesexport slaat de handelsboycot diepe wonden. Ter verduidelijking: in de cijfers van FEVIA zit niet de uitvoer van verse voeding, bijvoorbeeld groenten en fruit. Die sector is veel zwaarder getroffen door het Russische handelsembargo.
Het embargo bracht vooral de export van varkensvlees schade toe, vertelt Nadia Lapage, international business director van FEVIA. Die uitvoer kwam in 2014 op nul uit als gevolg van het embargo. Dat was ook het geval voor de uitvoer van zuivel en kippenvlees. Maar ook woog het embargo indirect op de sector van de diepvriesgroenten, waar de prijs onder druk kwam te staan door het embargo. Toch relativeert de federatie van de voedingsindustrie de gevolgen. Door de grote diversiteit in de exportbestemmingen van de sector kon het verlies als gevolg van het embargo worden opgevangen. Zo steeg de uitvoer naar de VS, onze belangrijkste verre afzetmarkt, van 390 miljoen euro in 2013 naar 458 miljoen euro in 2014. De top vijf van verre uitvoermarkten wordt vervolledigd door Japan (173 miljoen euro), Brazilië (139 miljoen euro), Algerije (138 miljoen euro) en China (121 miljoen euro).
De Verenigde Staten behoort tot de belangrijkste groeimarkten voor Belgische voedingsproducten, net zoals Brazilië en China. De uitvoer naar de VS is aan een steile en continue groei bezig (+73,2% ten opzichte van 2010) maar Brazilië (+64,6%) en vooral China (+115,9%) moeten daar niet voor onderdoen. Tussen 2013 en 2014 steeg ook de uitvoer naar Algerije sterk (+80,4%). Andere verre groeimarkten, in absolute cijfers van een kleinere omvang maar met groeipercentages die er dikwijls nog een flinke schep bij doen, zijn Irak, Cuba, Mexico, Chili, Nigeria, Jordanië en Thailand.
Meer dan 14,8 procent van de totale uitvoer in 2014 kwam op rekening van de verre uitvoer. In totaal werd er in 2014 voor 3,4 miljard euro naar verre bestemmingen geëxporteerd, wat een stijging is met 12,5 procent in vergelijking met het jaar voordien. Naar onze belangrijkste verre uitvoermarkten, de Verenigde Staten en Japan, zijn het vooral chocoladeproducten en dranken (bieren) die een belangrijk aandeel innemen in de export. Maar het palet aan Belgische voedingswaren dat geliefd is in het buitenland is veel groter dan dat. Naar de VS gaan ook graanbereidingen, naar Brazilië meel- en moutproducten en groenten- en vruchtbereidingen. Naar Algerije worden opvallend veel zuivelproducten verscheept, net als naar China waar de klassieke exporttoppers zoals chocolade en bier het ook goed doen.
Algemeen is op de verre uitvoermarkten ten opzichte van 2010 een sterke groei zichtbaar van dranken (+105%), bereidingen van groenten en vruchten (+69%), zuivel (+58%) en vleesbereidingen (+51%). Granen (-57%), suiker (-44%) en vlees (-15%) zijn de enige drie productgroepen die er in de exportcijfers op achteruitgaan ten opzichte van 2010.
Bron: eigen verslaggeving / Belga