nieuws

Schaalvergroting aandachtspunt voor commissie Landbouw

nieuws
De commissie Landbouw van het Vlaams Parlement wil het komende werkjaar van schaalvergroting in de land- en tuinbouwsector een aandachtspunt maken. Volgens Joke Schauvliege, Vlaams minister voor Landbouw, is het belangrijk dat er over dit punt een ruim debat komt, maar ze wijst er wel op dat de overheid een bepaald landbouwmodel niet kan opleggen. “Ik geloof in de vrijheid van ondernemen en in de diversiteit van onze Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven”, klinkt het. “Maar het debat over schaalvergroting is één van de structurele discussies die we moeten voeren in verband met de marktsituatie die zich vandaag voordoet.”
1 oktober 2015  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:23
Lees meer over:

De commissie Landbouw van het Vlaams Parlement wil het komende werkjaar van schaalvergroting in de land- en tuinbouwsector een aandachtspunt maken. Volgens Joke Schauvliege, Vlaams minister voor Landbouw, is het belangrijk dat er over dit punt een ruim debat komt, maar ze wijst er wel op dat de overheid een bepaald landbouwmodel niet kan opleggen. “Ik geloof in de vrijheid van ondernemen en in de diversiteit van onze Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven”, klinkt het. “Maar het debat over schaalvergroting is één van de structurele discussies die we moeten voeren in verband met de marktsituatie die zich vandaag voordoet.”

De aanleiding voor de parlementaire commissie om meer aandacht te besteden aan het thema schaalvergroting vormt het rapport ‘Schaalgrootte en schaalvergroting in de Vlaamse land- en tuinbouw’ van het Departement Landbouw en Visserij. “Hoewel het rapport al begin 2014 verscheen, is het nog steeds zeer actueel”, legt CD&V-parlementslid Jos De Meyer uit. “Na het lezen rezen bij mij vanzelf een aantal vragen: Waar leidt het fenomeen schaalvergroting toe? Hoe lang kan die trend nog aanhouden? Hoeveel bedrijven blijven er dan nog over? En vinden we dat dan een normale of gewenste ontwikkeling of moeten we kijken of beleidsmatige bijsturing noodzakelijk is?”

De Meyer beseft dat die vragen niet eenvoudig te beantwoorden zijn. “Om daarin verder te geraken, moet het fenomeen dieper worden uitgespit per sector of op bedrijfsniveau. Daarnaast lijkt een brede discussie over deze problematiek zeer wenselijk, in elk geval binnen de landbouwsector, maar wellicht ook met de maatschappij.” Hij wijst erop dat het ook belangrijk is om aan te geven dat er naast schaalvergroting ook nog andere strategieën zijn die land- en tuinbouwers kunnen hanteren om voldoende inkomen te genereren of om de marge veilig te stellen. Het opnemen van verbredingsactiviteiten, de keuze voor een andere productiewijze of de productie van een nicheproduct zijn slechts enkele voorbeelden.

Een werkbezoek van de commissie Landbouw aan Nederland, waar de problematiek rond schaalvergroting al langer speelt, lijkt De Meyer een goede aanvulling op heel de discussie rond het thema. Hij krijgt meteen bijval van Bart Caron van Groen. “Ik zou het een fantastisch werkpunt vinden om in de werkzaamheden van deze commissie daar nog wat meer aandacht aan te besteden, bijvoorbeeld door eens met een aantal sectororganisaties of zelfs met buitenlandse experts, via hoorzittingen of een ander model, van gedachten te wisselen. Misschien kunnen we daar ook inspiratie, ideeën en voorstellen uit halen. Ik wil er dan ook echt voor pleiten om dit als werkpunt mee te nemen, ten bate van de landbouw, welk type landbouw dat ook is.”

Ook hun NV-A-collega Jelle Engelbosch schaart zich achter dit voorstel. “Maar we moeten het debat wel zonder taboes durven voeren. Het enige wat voor ons niet kan, is dat door schaalvergroting de milieudruk zou vergroten. Het is ook zeer belangrijk dat wij de huidige werking van de markt in de landbouwsector in vraag durven stellen.” Hij verwijst daarbij naar het voorstel rond warme sanering voor de varkenshouderij. “We moeten zien dat we geen pervers effect krijgen door vandaag financiële ondersteuning voor een warme sanering te geven en binnen een aantal jaren ondersteuning te geven voor de uitbreiding van de sector en schaalvergroting”, stelt Engelbosch.

Ook vanuit Open Vld is er animo om extra aandacht te besteden aan schaalvergroting. “Daarbij moeten we wel een aantal factoren voor ogen houden”, stelt Herman De Croo. “Ten eerste blijft de landbouwoppervlakte beperkt. Die zal niet meer verruimen, integendeel zelfs. Het is ook algemeen geweten dat het aantal beroepspersonen dat actief is in de sector, krimpt. En de ‘vervennootschappelijking’ van de sector is ook niet meer tegen te houden. Tegelijk moet er ook rekening gehouden worden met factoren als erosie, ruimtelijke ordening, natuur, enz.”, waarschuwt De Croo voor de complexiteit van het thema.

Volgens Vlaams minister van Landbouw Joke Schauvliege was het dan ook juist de bedoeling van de studie van de landbouwadministratie om een debat rond schaalvergroting op gang te brengen. “Het klopt dat in de studie veel vragen staan en niet altijd antwoorden. Maar ze bevat heel wat inzicht in de structuur van de belangrijkste land- en tuinbouwsectoren waarin de bedrijven de neiging hebben om te groeien. Er wordt vaak heel filosofisch over de landbouw gesproken, maar het is goed dat het op basis van objectieve gegevens gebeurt”, klinkt het.

Schauvliege wijst er op dat de discussie over de toekomstige ontwikkelingen van de landbouw op drie niveaus moet gevoerd worden. “Eerst en vooral binnen het bedrijf zelf. Vanuit de overheid kunnen we niet een bepaald bedrijfsmodel opleggen en betuttelend optreden. Elke ondernemer moet zelf beslissen welke strategie het meest geschikt is voor het eigen bedrijf.” Tegelijkertijd vindt de minister dat ook de bij de land- en tuinbouw horende toeleveraars, dienstverleners en afnemers aandacht moeten hebben voor het thema. “En tenslotte is er de omgeving: hoe gaan omwonenden om met grotere bedrijven en wat is de milieudruk? Met al deze aspecten moet rekening worden gehouden”, luidt het.

De minister benadrukt ook dat schaalvergroting niet de enige manier is om het inkomen te waarborgen als de marges dalen. “Alternatieve strategieën zijn verbreding of differentiatie, alternatieve productiewijzen of productie van nicheproducten. Iedere ondernemer moet zelf bekijken wat voor hem het meest haalbaar is binnen de op het bedrijf aanwezige interesses, capaciteiten en mogelijkheden”, stelt ze. Voor Schauvliege moet er gestreefd worden naar diversiteit bij de bedrijven. “Maar een duidelijke strategie hebben is niet voldoende, het is ook belangrijk om goed met cijfers om te kunnen gaan. Voldoende financieel en bedrijfseconomisch inzicht is cruciaal. Ook de behoefte van landbouwers voor het afdekken van prijsrisico’s, neemt toe.”

Volgens de minister is het dan ook meer dan waardevol om het debat over schaalvergroting aan te gaan. “Dat behoort ook tot de structurele discussies die we moeten voeren over de marktsituatie die zich vandaag voordoet. Maar het zou fout zijn om vanuit de overheid een bepaald bedrijfsmodel op te leggen. Daar geloof ik niet in. Het is aan de vrijheid van de ondernemer om daarover te beslissen. Maar waar we kunnen, moeten we als overheid die ondernemer wel ondersteunen.”

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek