Regering vindt in FEVIA partner in bekampen obesitas
nieuwsEén op drie mensen op deze wereld heeft overgewicht en één op de tien is zelfs zwaarlijvig. Dit is ook een Vlaamse problematiek want 35 procent van de volwassenen in onze regio heeft overgewicht terwijl 13 procent als zwaarlijvig omschreven wordt. In de strijd tegen obesitas is er een breed engagement nodig. Daarom is Vlaams minister van Volksgezondheid Jo Vandeurzen verheugd met het engagement van de voedingsindustrie. Sectorfederatie FEVIA Vlaanderen ondertekende een nieuwe collectieve gezondheidsovereenkomst. Op het vlak van productsamenstelling, -informatie en -publiciteit zal de voedingsindustrie eigen acties afstemmen op het beleid van de Vlaamse regering.
Wereldwijd schat de Wereldgezondheidsorganisatie het aantal vermijdbare sterftes door fysieke inactiviteit op 1,9 miljoen mensen. Een gezonde voeding en voldoende beweging worden door de WHO aanbevolen in de strijd tegen overgewicht, obesitas en gerelateerde chronische aandoeningen zoals cardiovasculaire aandoeningen, type II diabetes en verschillende soorten kankers zoals darm- en borstkanker.
Gelet op de problemen met overgewicht, zwaarlijvigheid en bewegingstekort bij de bevolking zijn er beleidsinspanningen nodig. Daarom keurde de Vlaamse regering een nieuwe collectieve gezondheidsovereenkomst goed tussen bevoegd minister Jo Vandeurzen en de Federatie Voedingsindustrie (FEVIA Vlaanderen). “In de strijd tegen overgewicht hebben we het engagement van iedereen nodig. Ik ben verheugd dat ook de koepel van Vlaamse voedingsbedrijven zich inspant om de Vlaming de weg te wijzen naar een gezond voedingspatroon. Op die manier draagt de sector zijn steentje bij aan de gezondheid van de bevolking”, zegt minister Vandeurzen. Deze overeenkomst kadert ook in de vernieuwing van de gezondheidsdoelstellingen die Vlaanderen formuleerde.
Nadia Lapage, secretaris-generaal van FEVIA Vlaanderen, noemt obesitas een “reëel probleem met tal van oorzaken”. Samenwerking tussen alle betrokken actoren ziet zij als de enige manier om tot een echte oplossing te komen voor deze complexe uitdaging. Op dezelfde manier werkt de voedingsindustrie samen met andere overheden. De sterke reductie van het zoutgehalte in voedingsmiddelen zoals vlees, brood en bereide maaltijden is bijvoorbeeld te danken aan het feit dat de fabrikanten zich schaarden achter de strategie van de FOD Volksgezondheid. Momenteel wordt er samen met de federale overheid ook gewerkt aan een convenant rond energiereductie. “In verschillende productcategorieën bestuderen we geval per geval hoe het gehalte aan vet en suiker omlaag kan”, licht FEVIA-woordvoerder Nicholas Courant toe.
De collectieve gezondheidsovereenkomst die FEVIA ondertekende met Vlaams minister Vandeurzen houdt een drieledig engagement in voor een looptijd van 18 maanden. Inzake productsamenstelling, productinformatie en publiciteit zullen de acties van de voedingsindustrie afgestemd worden op het Vlaamse beleid. Concreet spant FEVIA Vlaanderen zich verder in voor het bereiken van een productsamenstelling die bijdraagt aan een gezond voedingspatroon bij de bevolking. Het volgt daarbij de aanbevelingen van de actieve voedingsdriehoek. Daarbij kunnen kwantitatieve doelstellingen worden geformuleerd. De sector kan ook het initiatief nemen om de portiegrootte van bijvoorbeeld kant-en-klare maaltijden beter af te stemmen op de voedingsaanbevelingen.
Productinformatie slaat op de etiketten. Die moeten volledig en juist zijn zodat de consument een geïnformeerde keuze kan maken. Voedingsbedrijven kunnen vrijwillig overgaan tot het vermelden van referentie-innames van voedingsstoffen. Indien er gezondheidsclaims vermeld worden op de verpakking moet daar wetenschappelijk bewijs voor zijn. Het derde luik, productpubliciteit, grijpt terug naar de reclamecode voor voedingsbedrijven en ‘The Belgian Pledge’. Hierin nemen voedingsfabrikanten vrijwillig het initiatief om geen reclame te maken naar kinderen onder 12 jaar, behalve voor producten die aan bepaalde nutritionele voorwaarden voldoen.
Beeld: Frigilunch