nieuws

Rechtszekerheid voor grasstrook in beheerovereenkomst

nieuws
De bedrijfsplanners van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) hadden het de voorbije maanden niet gemakkelijk om nieuwe beheerovereenkomsten bij de landbouwers aan de man te brengen. VLM-diensthoofd Bert Van Wambeke wijt dat aan de aanslepende onduidelijkheid omtrent de relatie tussen vrijwillige beheerovereenkomsten en verplichte vergroeningsmaatregelen in het kader van de hervorming van het Europees landbouwbeleid. Landbouwers kunnen hun afwachtende houding nu laten varen. “Op grasstroken die aangelegd worden in het kader van een beheerovereenkomst rust na vijf jaar geen instandhoudingsverplichting”, verzekert het beleidsdomein Landbouw en Visserij. Dat een boer na afloop van de verbintenis de ploeg wil zetten in een grasstrook is ook voor het Agentschap voor Natuur en Bos - op mogelijks een enkele uitzondering na - geen probleem.
16 juli 2014  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:16

De bedrijfsplanners van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) hadden het de voorbije maanden niet gemakkelijk om nieuwe beheerovereenkomsten bij de landbouwers aan de man te brengen. VLM-diensthoofd Bert Van Wambeke wijt dat aan de aanslepende onduidelijkheid omtrent de relatie tussen vrijwillige beheerovereenkomsten en verplichte vergroeningsmaatregelen in het kader van de hervorming van het Europees landbouwbeleid. Landbouwers kunnen hun afwachtende houding nu laten varen. “Op grasstroken die aangelegd worden in het kader van een beheerovereenkomst rust na vijf jaar geen instandhoudingsverplichting”, verzekert het beleidsdomein Landbouw en Visserij. Dat een boer na afloop van de verbintenis de ploeg wil zetten in een grasstrook is ook voor het Agentschap voor Natuur en Bos - op mogelijks een enkele uitzondering na - geen probleem.

Het Europees en Vlaams besluitvormingsproces over de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) nadert stilaan zijn eindfase. Vanaf september start het beleidsdomein Landbouw en Visserij met een brede informatiecampagne over alle wijzigingen op het vlak van de toeslagrechten, randvoorwaarden, vergroening, investeringsmaatregelen, agromilieumaatregelen, enz.

Ook de behoudsverplichting voor blijvend grasland zal dan verduidelijkt worden. Landbouwers zijn al jaren vertrouwd met de instandhoudingsverplichting voor blijvend grasland, het individueel referentieareaal dat ze minimaal dienen aan te houden en de wijze waarop een perceel blijvend grasland gescheurd en vervangen mag worden door een ander. Nu het behoud van blijvend grasland vanaf 2015 deel gaat uitmaken van de door Europa verplichte vergroeningsmaatregelen in ruil voor inkomenssteun roept dat opnieuw een aantal vragen op omtrent de invulling die Vlaanderen daaraan zal geven.

Tijdens de infosessies over het GLB is dat één van de thema’s die aangesneden wordt. Vandaag is evenwel al duidelijk dat gras, aangelegd in het kader van een vrijwillige vijfjarige beheerovereenkomst of agromilieumaatregel (erosiestrook, bufferstrook naast een kwetsbaar landschapselement, vluchtstrook voor vogels in weidevogelgebied, grasklaver, enz.), na afloop van de verbintenis terug omgezet kan worden in akkerland of land voor ander gebruik. “De GLB-vergroeningsregels voorzien dat zo’n grasstrook na omzetting niet gecompenseerd moet worden door het inzaaien van gras op een ander perceel”, aldus het beleidsdomein Landbouw en Visserij.

Een landbouwer die blijvend grasland wil scheuren volgens de regels van de kunst (lees: het landbouwbeleid), moet er zich altijd van vergewissen of dat op perceelniveau niet verboden is door het Vlaams natuurdecreet. Daarom vroegen we het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) of dit ‘probleem’ zich ook kan stellen voor bijvoorbeeld een bufferstrook die al vijf jaar naast een kwetsbaar landschapselement zoals een beek of bos ligt. “In zuiver agrarisch gebied is er geen probleem om die grasstroken te ploegen en terug om te zetten naar akkerland”, stelt ANB gerust.

Als er in het verleden al problemen waren met het scheuren van tijdelijke grasstroken vanwege hun vermeende natuurwaarde, dan zou dat door het nieuwe natuurdecreet en meer bepaald door het in kaart brengen van de historisch permanente graslanden, in eerste instantie in de kustpolders, opgelost moeten worden. Eerder uitzonderlijk kan een tijdelijke grasstrook nog beschermd worden tegen scheuren. Daarvoor moet de strook gelegen zijn binnen een speciale natuurbeschermingszone (Natura 2000) én moet het gras zich ontwikkeld hebben tot een beschermd habitattype uit de Habitatrichtlijn of een beschermd leefgebied van een soort uit de Vogelrichtlijn. Bescherming is er ook in het geval dat de grasstrook veranderde in een ander beschermd vegetatietype: heide, moeras of duinvegetatie. “De kans dat grasstroken zich op een termijn van vijf jaar ontwikkelen naar dergelijke beschermde vegetatie is heel gering”, voegt het Agentschap voor Natuur en Bos er zelf aan toe.

Namens de Vlaamse Landmaatschappij reageert Bert Van Wambeke, diensthoofd Beheerovereenkomsten, zeer tevreden op de klare wijn die de Vlaamse administraties voor landbouw en natuur schenken. Duidelijkheid omtrent het statuut van de door VLM gepromote grasstroken noemt Van Wambeke een groot pluspunt voor de beheerovereenkomsten, die al jaren een “succesvol instrument voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer” zijn. Hij drukt nog de hoop uit dat landbouwers - nu deze duidelijkheid er is - hun bestaande beheerovereenkomsten zullen verlengen of nieuwe overeenkomsten zullen sluiten  met de Vlaamse Landmaatschappij. Tellen we alle erosie- en andere grasstroken in het kader van bestaande beheerovereenkomsten bij elkaar op, dan spreken we voor 2014 over 2.200 hectare tijdelijk grasland.

Meer info: Infosessies GLB & Beheerovereenkomsten in een nieuw jasje

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek