"Positie van vrouw in land- en tuinbouw moet beter"
nieuwsAmper iets meer dan 10 procent van de professionele land- en tuinbouwbedrijven in Vlaanderen wordt geleid door een vrouw, hoewel er meer dan 23.000 vrouwen in de sector werken. Om via gericht advies op maat bij te dragen aan de verbetering van de financiële en juridische positie van vrouwen in de sector, werd in 2016 Landelijk Infopunt voor Vrouwen (Liv) gelanceerd. “De vragen die we krijgen zijn vaak complex en bewijzen dat er een enorme nood is aan laagdrempelige adviesverlening”, aldus coördinator An Deneffe. Het project werd daarom door landbouwminister Joke Schauvliege met twee jaar verlengd.
In 2016 gaf minister Joke Schauvliege KVLV Vrouwen met Vaart de opdracht om een infopunt op te richten waar vrouwen die actief zijn in de land- en tuinbouw terecht kunnen voor juridisch advies, waar kennis verzameld wordt omtrent de positie van de vrouw in de land- en tuinbouw, en waar knelpunten kunnen gemeld worden. Op die manier wil Liv de emancipatie van vrouwen in de sector stimuleren. Na twee jaar projectwerking blijkt dat daar nog een enorme nood aan is.
Hoewel heel veel vrouwen in de sector actief zijn, fungeren ze amper in één bedrijf op tien als zaakvoerder. Om vrouwen in de land- en tuinbouw beter te ondersteunen bij hun wens te ondernemen, is een holistische visie nodig op het vrouwelijk ondernemerschap en is het belangrijk te weten wie die onderneemsters zijn en wat de drempels zijn voor het oprichten van een onderneming. In totaal kreeg Liv sinds 2016 tot vandaag 376 adviesvragen binnen. “Rode draad daarbij is de complexiteit van de vragen”, aldus coördinator An Deneffe.
“Het gaat heel vaak over de keuze van het sociaal statuut, halftime werken, de overstap naar hoeveproducent, vragen omtrent het feitelijk of wettelijk samenwonen, enzovoort”, aldus Deneffe. “In meer dan de helft van de gevallen gaat het over loopbaanplanning, en wat daarbij opvalt is dat heel wat vrouwen onvoldoende of zelfs helemaal niet op de hoogte zijn van hun eigen statuut en de implicaties daarvan. Hetzelfde blijkt ook uit de gesprekken die we hebben tijdens de vele vormingen die we geven.”
Specifiek wil Deneffe graag de aandacht vestigen op het ‘maxistatuut’, de wetgeving rond meewerkende partners die werd ingevoerd in 2005. Het gaat concreet om bijna 15.000 meewerkende echtgenoten, niet enkel in de landbouwsector maar bijvoorbeeld ook in andere sectoren zoals de kleinhandel. “Vrouwen die voor 1970 geboren zijn en in aanmerking komen voor deze gebrekkige overgangsregeling betalen sociale bijdragen maar krijgen daarvoor niets extra in de vorm van bijvoorbeeld pensioenopbouw."
"Op 15 jaar kan dat oplopen tot 18.840 euro, op 29 jaar tot 36.424 euro", zo weet Deneffe. "Het is een situatie die we al meerdere malen hebben aangeklaagd en waarvoor er ook over de politieke partijgrenzen heen begrip bestaat, maar die tot op vandaag helaas onopgelost blijft. Politici kunnen toch moeilijk blijven volhouden tegenover deze groep vrouwen dat het de bedoeling van de wetgever is om hen een solidariteitsbijdrage op te leggen ten gunste van de zelfstandigen in hoofdberoep?”
“Op andere vlakken is er wel vooruitgang”, aldus nog Deneffe. “Zo is er een voorstel ingediend dat de meewerkende partner op landbouwbedrijven automatische ‘beheerrechten’ toekent. Op die manier krijgen partners automatisch consultatierechten op het e-loket, en is hun handtekening ook verplicht bij “gevoelige handelingen” zoals de overdracht van betalings- en premierechten, de melding van een bedrijfsovername en het opgeven of wijzigen van een rekeningnummer. Het toekennen van een gedeeld inkomen in plaats van een afgeleid inkomen als twee partners samenwerken ligt nog op de politieke onderhandelingstafel.”
Daarnaast stipt Deneffe ook aan dat er nood is aan een permanente monitoring van het vrouwelijk ondernemerschap in land- en tuinbouw, een taak die Liv de voorbije twee jaren deels vervulde. “Een degelijke analyse van het profiel, de rol en de behoefte van het vrouwelijk ondernemerschap is een noodzakelijke vereiste voor efficiënte beleidsmaatregelen”, aldus Deneffe. “De invoering van een barometer van het vrouwelijk ondernemerschap in de land- en tuinbouw is een essentiële maatregel om te kunnen beschikken over gedetailleerde cijfers inzake de toestand van het vrouwelijk ondernemerschap in al haar vormen.”
“Ook de nood aan een multidisciplinair laagdrempelig infoloket geldt onverminderd”, aldus nog Deneffe. “De vragen die Liv ontvangt worden steeds complexer en vergen een diepgaandere analyse. De huidige dienstverlening benadert de problematiek meestal vooral theoretisch en dit vanuit de eigen beperkte invalshoek, wat vaak leidt tot niet werkbare of zelfs tegenstrijdige adviezen. Een roadmap voor de ‘klassieke’ dienstverlenende instellingen en organisaties zou een oplossing kunnen zijn. Via deze tool zou hun advies beter afgestemd kunnen worden op de complexe situatie waarmee vrouwen op bedrijven geconfronteerd worden.”
Landbouwminister Joke Schauvliege is alvast overtuigd van het nut en noodzaak van het werk van Liv en concludeert dat Liv “heel actief is geweest op een korte tijdsspanne”. “Het werk is echter niet af, en daarom heb ik beslist om hun werking nog twee jaar te ondersteunen met een subsidie van 182.000 euro”, zo meldde Schauvliege tijdens een vergadering van de Landbouwcommissie van het Vlaams Parlement. Die periode ging in september vorig jaar in. De minister bevestigt dat er een ‘roadmap’ zal worden opgemaakt, en dat er verder ook gewerkt zal worden aan een “professionalisering van een multidisciplinair laagdrempelig infoloket’.
Meer info: Liv
Beeld: KVLV