Open rundveestal kan toch ammoniakemissiearm zijn
nieuwsToen in september en oktober vorig jaar brieven met code rood en oranje bij veehouders in de bus vielen, was dat voor velen een donderslag bij heldere hemel. De intensieve veehouderij kreeg zijn deel, maar ook rundveehouders bleven niet gespaard. En wat meer was, de rundveehouderij had op dat moment niet eens uitzicht op beschikbare en door de Vlaamse overheid erkende technieken om de ammoniakemissie uit hun stallen te reduceren. Dat rundveestallen open zijn, is goed voor het dierenwelzijn en het imago van de sector maar blijkt een extra obstakel om ammoniak ‘af te vangen’ of ‘op te sluiten’. Toch zijn er ook voor rundveehouderij technieken om de emissie te reduceren, waarbij er zowel gewerkt kan worden op voeder, management als stalconstructie. Over dat laatste vernamen we meer tijdens een studie-uitstap van Fedagrim.
Door de Europese natuurdoelstellingen en hun zware impact op de vergunningverlening aan landbouw worden boeren om de oren geslagen met nieuwe begrippen en afkortingen zoals IHD, PAS en SBZ. Het duurde even voor landbouwers de gevolgen voor hun bedrijven konden inschatten. Toen het besef doorsijpelde, reden ze met hun tractoren massaal uit naar de wielerklassiekers om hun protest kenbaar te maken. Intussen is het stof gaan liggen en wordt er naar oplossingen gezocht. Zo heeft de Vlaamse Landmaatschappij zijn verkenningsronde bij de rode bedrijven achter de rug, waarbij de vijf maatregelen uit het flankerend beleid (o.a. bedrijfsreconversie en -stopzetting) afgetoetst werden.
Voor de rundveehouderij die in dit dossier minstens zo zwaar getroffen wordt als de intensieve veehouderij is het goed nieuws dat het wetenschappelijk comité momenteel zijn beoordeling afrondt van technieken om de ammoniakemissie door rundvee te reduceren. Ook melk- en vleesveebedrijven met code rood en oranje staan immers voor die opdracht bij het verstrijken van hun milieuvergunning. Bij gebrek aan erkende technieken – op een open rundveestal kan je geen luchtwasser plaatsen zoals op een varkensstal – was de rundveehouderij in een juridisch vacuüm beland.
Er is niet één wonderoplossing om de ammoniakemissie uit een rundveestal te reduceren zodat we ons mogen verwachten aan een maatregelenpakket. De gewenste reductie zal met andere woorden op meer dan één manier bereikt kunnen worden. Zeker is wel dat ‘hardware’, technieken in de stalconstructie, daarbij een belangrijke rol zal spelen. Op dat moment komt de toelevering aan landbouw in beeld want het zullen stallenbouwers en andere toeleveranciers zijn die de maatregelen moeten uitwerken tot haalbare en liefst betaalbare technieken die in een nieuwbouw, en best ook in een bestaande stal, toegepast kunnen worden.
Tijdens een studie-uitstap naar Nederland, waar dergelijke technieken vandaag reeds geïmplementeerd worden, liet Johan Colpaert als voorzitter van toeleveranciersfederatie Fedagrim zijn licht schijnen over het ammoniakdossier. “De perceptie leefde dat het voor rode en oranje veebedrijven einde verhaal is, wat een zeer negatieve impact had op de investeringsbereidheid. Ondertussen weten we dat er voor die groep bedrijven oplossingen bestaan.” Zodra er duidelijkheid is over de Vlaamse aanpak om de ammoniakreductie te realiseren, verwacht Colpaert dat landbouwers de knoop zullen doorhakken of ze afhaken of investeren met het oog op de toekomst. De versnelde evolutie binnen de sector die hij voorspelt, komt in feite neer op een door de ammoniakproblematiek gedreven herstructurering.
Hoe die emissiearme (rund)veehouderij er in Vlaanderen zal uitzien, is op vandaag moeilijk te voorspellen maar een studie-uitstap van Fedagrim naar moderne melkveebedrijven bij onze noorderburen licht een tipje van de sluier. Lees het verslag ‘Industrie zoekt mee naar oplossingen voor ammoniakprobleem’ in geVILT.