nieuws

Onzekerheid vreet aan veehouders met code rood

nieuws
In oktober vorig jaar ontvingen ruim 23.000 Vlaamse veehouders een brief van de overheid met daarin een inschatting van hun stikstofneerslag op Europees beschermde natuur. Voor 1.555 bedrijven, degenen die code rood of oranje kregen, was dat een pijnlijke confrontatie met een nieuwe – door de Europese en Vlaamse overheid – uitgetekende realiteit. Achter de bedrijven die getroffen worden door de instandhoudingsdoelstellingen voor natuur gaan mensen van vlees en bloed schuil. Twee landbouwers uit Geraardsbergen, Marnix Van Mello en Patrick Mertens, getuigen over de onzekerheid en de slapeloze nachten die nu al weken hun deel zijn. Een luisterend oor vonden ze bij de verantwoordelijke minister, Joke Schauvliege. Zij stelt alles in het werk om binnen de Vlaamse regering geld los te weken voor het financieren van oplossingen die zo veel mogelijk boeren nog boer laten zijn.
9 januari 2015  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:19
Lees meer over:

In oktober vorig jaar ontvingen ruim 23.000 Vlaamse veehouders een brief van de overheid met daarin een inschatting van hun stikstofneerslag op Europees beschermde natuur. Voor 1.555 bedrijven, degenen die code rood of oranje kregen, was dat een pijnlijke confrontatie met een nieuwe – door de Europese en Vlaamse overheid – uitgetekende realiteit. Achter de bedrijven die getroffen worden door de instandhoudingsdoelstellingen voor natuur gaan mensen van vlees en bloed schuil. Twee landbouwers uit Geraardsbergen, Marnix Van Mello en Patrick Mertens, getuigen over de onzekerheid en de slapeloze nachten die nu al weken hun deel zijn. Een luisterend oor vonden ze bij de verantwoordelijke minister, Joke Schauvliege. Zij stelt alles in het werk om binnen de Vlaamse regering geld los te weken voor het financieren van oplossingen die zo veel mogelijk boeren nog boer laten zijn.

De naam Marnix Van Mello doet bij de lezer mogelijk een belletje rinkelen want het was Marnix die de problematiek van de instandhoudingsdoelstellingen voor natuur ter sprake bracht tijdens een Radio 1-uitzending die volledig aan landbouw gewijd was. Sindsdien zijn er bijna twee maanden verstreken maar Marnix weet nog altijd niet of zijn bedrijf nog een toekomst heeft. Opdat beleidsmakers zouden beseffen dat die onzekerheid vreet aan een mens, overhaalt Boerenbond politici van verschillende strekkingen om te praten met de getroffen landbouwers. “Het is belangrijk dat politici de dialoog aangaan met boeren en niet alleen met de landbouworganisaties”, zegt voorzitter Piet Vanthemsche daarover.

Donderdagochtend kaartte Vanthemsche de problematiek aan bij Vlaams minister-president Geert Bourgeois en enkele uren later was hij er ook bij toen minister Joke Schauvliege ruim de tijd nam om te luisteren naar de grieven van veehouder Marnix Van Mello. Schauvliege erkende dat de instandhoudingsdoelstellingen voor natuur de landbouwsector in een lastig parket brengen. “De komende weken moeten we met de Vlaamse regering proberen het kader te scheppen voor een flankerend beleid voor de getroffen veebedrijven. De Vlaamse Landmaatschappij neemt poolshoogte van de verschillende bedrijfssituaties want naar oplossingen moeten we op zoek gaan op maat van ieder bedrijf.”

Voor het goede begrip vatte Anne-Marie Vangeenberghe, woordvoerder van Boerenbond, het IHD-dossier bondig samen. “Europa stelde natuurwaarden voorop en Vlaanderen bakende speciale beschermingszones af voor die Europees beschermde natuur. Veebedrijven in de buurt van die natuurgebieden stoten stikstof uit, wat het behalen van de natuurdoelstellingen bemoeilijkt. Via een brief met kleurcode informeerde de Vlaamse overheid veehouders over hun stikstofdepositie in natuurgebied. Het resultaat van de berekening was indicatief en informatief, maar het gaf de boeren een eerste inschatting van de problemen waarmee zij geconfronteerd kunnen worden naar aanleiding van een vergunningsaanvraag. De overheid hield rekening met de veebezetting in 2013 en niet met het (soms hoger) dieraantal dat vergund is. Een aantal bedrijven komt dus mogelijk harder in problemen dan de groene of oranje brief liet uitschijnen.

Een bedrijf met code groen heeft geen of geen betekenisvolle impact op de natuur. Wie code oranje heeft, levert een te grote bijdrage aan de stikstofneerslag en wordt gevraagd maatregelen te nemen om die uitstoot te minderen. De bijdrage van bedrijven met code rood is zo groot dat bijsturen niet altijd haalbaar is. Een aantal van deze bedrijven zullen hun activiteiten dan ook moeten stopzetten. Elk bedrijf kan weliswaar verder uitgebaat worden tot het verstrijken van de lopende vergunningstermijn. Meer dan 21.000 veebedrijven kregen een groene brief, 1.420 een oranje en 135 bedrijven een rode brief.

“Als belangenvereniging willen we voor de grote meerderheid van de bedrijven een leefbare toekomst. Onze boeren hebben plannen maar ze kunnen niet investeren als ze niet weten waar ze aan toe zijn”, aldus Vanthemsche. Ondervoorzitter Sonja De Becker voegt daaraan toe dat ‘verder boeren’ op de bestaande locatie het eerste streefdoel van het flankerend beleid moet zijn. Een verplaatsing van de bedrijfszetel kan voor sommige maar niet voor alle bedrijven een oplossing betekenen. Ze laat in het midden welk bedrag nodig is voor een gedegen flankerend beleid. “Zolang de zoekzones niet definitief afgebakend zijn, kan je geen precieze som vooropstellen. Bovendien is dat ook sterk afhankelijk van de keuzes die de met code rood geconfronteerde landbouwers maken. Wat we nodig hebben, is een engagement van de Vlaamse regering om voldoende budget ter beschikking te stellen op het moment dat het nodig is.”

Bij Marnix Van Mello en Patrick Mertens, die allebei een gemengd bedrijf met melk- en vleesvee en akkerbouw runnen aan de voet van de Bosberg, viel een brief met code rood in de bus. Hun boerderijen zijn erg precair gelegen: te midden van de speciale beschermingszone die afgebakend is voor het bos. Tot voor kort had de overheid daar geen moeite mee: vergunningen voor nieuwe stallen werden afgeleverd en het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds subsidieerde zelfs de nieuwbouw. Sinds oktober staat het leven van Marnix en Patrick en dat van hun gezin op zijn kop. Zij ontvingen beiden een brief van de Vlaamse overheid met ‘code rood’ als boodschap. Tot het einde van de huidige milieuvergunning kunnen zij voortdoen maar daarna is hervergunning van de huidige activiteiten uitgesloten. “Alleen de akkerbouwtak van mijn bedrijf voortzetten, is niet leefbaar”, zegt Marnix, die beroep doet op Schauvliege om snel duidelijkheid te forceren over een bedrijfsverplaatsing of andere vorm van compensatie.

Terwijl de bedrijfszetel van Marnix in de speciale beschermingszone (SBZ) voor natuur valt, is de boerderij van Patrick Mertens bij de afbakening eruit gelicht. Maar veel beter is hij er niet aan toe. De volledige huiskavel van 15 hectare ligt in SBZ en de 180 runderen stoten volgens de overheid zoveel stikstof uit dat het schadelijk is voor het bos dat vooral bestaat uit es en beuk, boomsoorten die beter gedijen op arme gronden. “Als je boerderij pal naast een bos ligt, dan weet je dat je moet samenwerken met de natuurjongens. Ook leg je je neer bij een aantal beperkingen, maar je verwacht niet dat ze je bedrijf doodknijpen”, getuigt Patrick.

In 2007 zette de 40-jarige landbouwer het bedrijf van ouders en schoonouders voort. Drie jaar later bouwde hij een nieuwe stal voor het melk- en vleesvee. “Dan heb je het idee dat je voor lange tijd voort kunt, maar binnen twaalf jaar is mijn veehouderij hier niet langer gewenst.” In 2027 loopt de huidige milieuvergunning af. Patrick is dan 52 jaar: te jong om met pensioen te gaan en misschien te oud om de kracht te vinden om eenzelfde bedrijf van nul herop te bouwen. Uitzicht op een opvolger zou tegen dan het verschil kunnen maken tussen stoppen of doorgaan, maar de kinderen van Patrick Mertens en zijn echtgenote Nadine Devos zullen nog te jong zijn om te weten waar hun toekomst ligt. “De overheid mag van ons ook niet verwachten dat we overschakelen op plantaardige productie alsof het niets is”, reageert Nadine. “De zware en erosiegevoelige gronden hier in de streek zijn minder geschikt voor groenteteelt. Bovendien ligt onze stielkennis in de veehouderij.”

“Al 200 à 300 jaar wordt er op deze locatie aan landbouw gedaan, zonder dat de natuur daar last leek van te hebben. Plots zou dat niet meer lukken”, zegt Patrick. Hij doet dat op een manier waaruit je kan afleiden dat hij de zin of onzin van de IHD-regelgeving maar moeilijk kan begrijpen. Zo slecht leek de ligging van zijn boerderij niet. “Tot honderden meters ver in de straat zijn er geen buren die overlast van mijn bedrijf kunnen ervaren. Dat is bijna uniek in Vlaanderen, waar gaat de overheid nog zo’n locatie voor me vinden”, vraagt Patrick zich af. “Bovendien kunnen ze me geen 50 kilometer verderop droppen want de percelen buiten SBZ wil ik verder blijven bewerken.” In vijf jaar tijd hebben Patrick en Nadine meer dan één miljoen euro geïnvesteerd in hun bedrijf. De recentste investering is een loods die een bedrijfsgebouw vervangt dat twee jaar geleden vernield werd door brand. Vandaag is er geen ambtenaar of minister die Patrick kan vertellen of het zinvol is om de laatste hand te leggen aan de loods...

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek