header.home link

OESO: “Wereldwijd voor 600 miljard euro aan landbouwsteun”

20 september 2021

Naar aanloop van de World Food Summit van de VN verschijnen er heel wat rapporten over de impact van landbouwsubsidies. Op Twitter licht OESO-onderzoeker Koen Deconinck het landbouwrapport van de OESO toe.

Globaal gezien gaat er jaarlijks 600 miljard euro aan ondersteuning in brede zin naar de landbouw. Dat betekent dus niet alleen rechtstreekse steun met belastinggeld, de klassieke subsidies, maar ook tarieven op import en export en publieke middelen voor onderzoek en ontwikkeling en voedselhulp. Alles samen vertegenwoordigen de steunmaatregelen een bedrag dat overeenkomt met een kwart van de toegevoegde waarde in de landbouw. In een kleine groep van landen zijn de lasten groter dan de steunmaatregelen.

EU op het OESO-gemiddelde

Opvallend is dat een aantal landbouwreuzen zoals Argentinïë, Vietnam en Oekraïne relatief weinig tot geen subsidies geven. Terwijl het juist rijke landen zoals Noorwegen en Zwitserland zijn waar subsidies het grootste deel van de ontvangsten van de boeren uitmaken Algemeen gezien bouwen rijke landen hun landbouwsteun af en gaat hij in ontwikkelende landen juist omhoog.

oeso1

Drie kwart van alle landbouwsteun gaat naar de producenten, het grootste deel daarvan zijn geen rechtstreekse betalingen maar manieren om de prijs te ondersteunen (Market Price Support) in het voordeel van de producenten. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de vorm van importtarieven. “Anders dan bij rechtstreekse betalingen is dat geld dat je geen andere bestemming kan geven”, zegt Deconinck.

Als meest verstorende maatregelen noemt de OESO steun die gekoppeld is aan een bepaalde productie of aan het gebruik van bepaalde inputs zoals gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest. De belangrijkste Europese subsidies zitten in de tabel onder “Other producer support” in de vorm van directe betalingen. Deconinck: “De EU zit ongeveer rond het OESO-gemiddelde wat betreft steun aan landbouwers, maar de samenstelling van die steun is minder verstorend dan het gemiddelde en minder verstorend dan vroeger. Maar het blijft allemaal relatief uiteraard – de EU besteedt een pak meer dan de VS bijvoorbeeld.”

Aan productie gekoppelde steun

De Britse krant The Guardian baseerde zich op de cijfers uit het rapport van de OESO om te zeggen dat het vleesvee en melkproductie zijn die in de rijke landen het meeste steun krijgen, maar die conclusie is wat kort door de bocht. Deconinck: “Voor wat betreft rundsvlees zie je inderdaad dat dit vrij sterk gesteund wordt, niet alleen in de EU, maar in heel de wereld. Ongeveer 25% van de opbrengsten in de vleesveesector in de EU is te danken aan invoerheffingen. Steun voor schapen en melk is een pak minder in de EU. Melk werd vroeger vrij sterk gesteund, maar er zijn inmiddels hervormingen geweest zoals het einde van de quota. Belangrijk hier is dat het hier om steun aan een bepaald product gaat. De grondgebonden directe betalingen zijn hierin niet opgenomen.”

oeso2

Een goeie 20% van de landbouwsteun op wereldvlak is gekoppeld aan de productie van specifieke gewassen. Binnen die gewassen is suiker de grootste slokop, met meer dan een kwart van alle steun. Maar ook vlees en granen zijn belangrijk. Even opvallend is wat er niet in de lijst staat: groenten en fruit krijgen geen steun. Het is contra-intuïtief, maar voor Deconick een belangrijk inzicht: “Men gaat er vaak van uit dat het beleid van overheden erop gericht is om voedsel goedkoop te maken en daardoor bijdraagt aan problemen zoals obesitas, maar dat verhaal is zeker genuanceerder. Bij een product als suiker of vlees wordt de prijs hoog gehouden door invoerheffingen. We vinden weinig effect van maatregelen die producenten ondersteunen op obesitas.”

OESO3

Farm-to-Fork

Specifiek voor Europa heeft de denktank van de ontwikkelende landen nog een paar aanbevelingen in haar rapport. De ambities van de Farm-to-Fork-strategie zijn de juiste, maar het is niet altijd duidelijk hoe de gekozen doelstellingen (denk aan de 25% bio of het verlaagde pesticidegebruik) een impact gaan hebben op productiviteit en duurzaamheid van de Europese landbouw en in welke mate ze gaan bijdragen aan de ambities op vlak van duurzaamheid en veerkracht van het voedselsysteem. Voor een warmer en droger wordend Europa gaat er bovendien te weinig aandacht naar de rol van een gezonde waterhuishouding.

Op vlak van subsidies blijft het bestaan van gekoppelde steun een doorn in het oog voor de OESO. De ruimte van nationale overheden om hier invulling aan te geven dreigt de invulling van de Farm-to-Fork-strategie in het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) te verstoren.

Het rapport van de OESO.

Het rapport van de FAO.

Bron: Eigen berichtgeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek