nieuws

"Nood aan toegevoegde waarde in plaats van meer omzet"

nieuws
Als je bij Wervel van één ding zeker mag zijn, dan is het dat de organisatie geen blad voor de mond neemt. In de strijd voor een rechtvaardige en verantwoorde landbouw sneuvelen heilige huisjes, wordt ‘het regime’ aangespoord om meer te doen dan de scherpe kantjes er af vijlen en kan Wervel geen begrip opbrengen voor ‘greenwashing’. Tegenwoordig lijkt alles duurzaam, tot je zoals Wervel dieper graaft en dan ontdek je hardnekkige systeemfouten. Jeroen Watté: “We moeten een aantal zaken verregaand in vraag durven stellen. Europa moet de wereld niet voeden want dat kunnen we eenvoudigweg niet. Zie maar hoe afhankelijk de veehouderij is van grondstoffenimport. Wij staan een landbouw voor die met meer handen meer waarde creëert.”
16 november 2015  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:24

Als je bij Wervel van één ding zeker mag zijn, dan is het dat de organisatie geen blad voor de mond neemt. In de strijd voor een rechtvaardige en verantwoorde landbouw sneuvelen heilige huisjes, wordt ‘het regime’ aangespoord om meer te doen dan de scherpe kantjes er af vijlen en kan Wervel geen begrip opbrengen voor ‘greenwashing’. Tegenwoordig lijkt alles duurzaam, tot je zoals Wervel dieper graaft en dan ontdek je hardnekkige systeemfouten. Jeroen Watté: “We moeten een aantal zaken verregaand in vraag durven stellen. Europa moet de wereld niet voeden want dat kunnen we eenvoudigweg niet. Zie maar hoe afhankelijk de veehouderij is van grondstoffenimport. Wij staan een landbouw voor die met meer handen meer waarde creëert.”

Ondanks de perikelen met Rusland vertoonde de Belgische handelsbalans voor agrarische producten in 2014 een ruim overschot van 4,6 miljard euro. En van alle industriële sectoren in ons land is de voedingsindustrie de grootste werkgever. Gaat het daarom goed met de agrovoedingsindustrie in ons land? Volgens Wervel niet, omdat je daarmee enkel aantoont dat er veel omzet gegenereerd wordt maar geen flauw benul hebt van de toegevoegde waarde die doorheen de keten gerealiseerd wordt.

Qua meerwaarde scoren landbouw en voedingsindustrie volgens Wervel-medewerker Jeroen Watté niet goed, ook al pakken we in het buitenland graag uit met de Belgische kwaliteit. Watté doet daar niet denigrerend over maar hij noemt het “kwalitatieve bulk”, niets minder maar ook niets meer. Vergelijk het met een wit brood van een industriële bakkerij waar niets op aan te merken valt maar dat qua smaak niet kan tippen aan een zelf gebakken zuurdesembrood. “Er is nog veel onontgonnen terrein op vlak van productdifferentiatie”, zegt Watté, dromend van meer variatie in het voedselaanbod. Nu denkt de consument vaak dat hij veel keuze heeft maar wie smaak en inhoud kritisch beoordeelt, constateert dat de dozen vol ontbijtgranen zich nauwelijks van elkaar onderscheiden.

Een gevarieerd en smaakvol voedselaanbod past in het grotere verhaal van agro-ecologie dat een nieuwe wind doet waaien bij organisaties zoals Wervel. In het verleden legde Wervel vaak de klemtoon op wat er misloopt in de landbouw: een grote afhankelijkheid van overzeese soja om al het vee te voeden dat goedkoop vlees moet produceren, onderzoeksbudgetten die grotendeels voor de gangbare landbouw gereserveerd worden, vleespromotie terwijl we met zijn allen nog te veel vlees eten, enz. In de toekomst mogen we meer positieve boodschappen verwachten. Wervel is namelijk één van de ngo’s die actief en vooral positief campagne gaat voeren voor agro-ecologie. “Op het middenveld blijft iedereen (BioForum, Vredeseilanden, Velt, Greenpeace, Wervel, enz.) zijn eigen rol spelen maar een deel van onze acties krijgen agro-ecologie als gemeenschappelijke noemer.”

Voor het grote publiek moet zo duidelijker worden wat agro-ecologie precies inhoudt. Wervel gaat daarvoor uit een ander vaatje tappen en naast de moeilijke thema’s (soja, vrijhandel, machtsconcentratie bij toeleveranciers en afnemers, enz.) consumentvriendelijk communiceren over voeding en de kwaliteit daarvan. Jeroen Watté: “Dat kan door producten in de kijker te zetten of door mensen een andere manier van aankopen en eten aan te leren. Voorbeelden zijn ‘zondag vleesdag’ en het werk dat we nu verrichten rond ‘beter brood’. Naast die publieksgerichte acties blijven we kennis opbouwen rond de alternatieve wegen die Vlaamse landbouwers kunnen bewandelen. Ook willen we die alternatieven tonen: door boeren met elkaar in contact te brengen of een voedingswinkel te bezoeken die er geen lage-prijzen-strategie op na houdt maar zich op een andere manier weet te onderscheiden.”

Bij Wervel geloven ze dat er grote veranderingen op til zijn binnen de landbouw. Voor een transitie moet de druk op ‘het regime’ verhogen vanuit ‘het landschap’ en ‘de niches’. Volgens Jeroen Watté is die spanning ondertussen hoog opgelopen en zijn de randvoorwaarden voor een transitie nog nooit zo gunstig geweest. Hij verwijst naar de grote prijsdruk in de gangbare landbouw (“het lijkt erop dat er geen vette jaren meer zijn, alleen nog magere”), de opgelegde vergroening van het landbouwbeleid, de dalende vleesconsumptie en naar niches die een steeds groter marktaandeel wegkapen. De maatschappij stelt almaar hogere verwachtingen. Het regime – de gangbare landbouw – probeert daar een antwoord op te formuleren. “Meestal komt men niet verder dan de scherpe kantjes er af vijlen. De problemen worden niet ten gronde aangepakt”, meent Watté.

Hij bestrijdt niet dat er goede initiatieven genomen worden door overheid en sector maar dat heeft soms veel weg van dweilen met de kraan open. Voor een voorbeeld grijpt Watté terug naar het oude stokpaardje van Wervel: de omvangrijke sojastroom die via de havens de veebedrijven bereikt. “De gebrekkige lokale eiwitvoorziening van de veehouderij los je niet op met hectaresteun voor vlinderbloemigen als soja goedkoop Europa blijft binnenstromen. En waarom is die soja zo goedkoop? Omdat externe kosten (milieu, sociaal) niet in rekening gebracht worden.”

Heel wat schijnbaar onoplosbare problemen in de sector kunnen volgens Wervel opgelost worden als externe kosten mee deel gaan uitmaken van de prijs van een voedingsproduct. Dan hoeft niemand nog te verwijzen naar de dualiteit tussen de burger die veel eist maar er als consument niet voor wil betalen. “Vijf jaar geleden, tijdens de VN-top over biodiversiteit in het Japanse Nagoya, heeft de internationale gemeenschap afgesproken om alle subsidies die de biodiversiteit schaden af te schaffen. Mocht dat vandaag gebeurd zijn, dan leefden we in een gans andere wereld.” Daar is Jeroen Watté stellig van overtuigd.

Luidop droomt hij van een CO2-taks die op tafel komt tijdens de klimaatonderhandelingen in Parijs. In het huidige landbouw- en voedingsmodel draaien de hoofdrolspelers niet op voor de lasten. Het gevolg is dat de consument verleid wordt door verkeerde prijssignalen. Ongezonde of weinig duurzame voeding is vaak goedkoper dan het gezondere of duurzamere alternatief. Met een CO2-taks kan je het prijsverschil wegvagen. De overheid zou nog een stap verder moeten durven gaan. “Waarom zou je de opbrengsten van die taks niet laten toekomen aan degene die CO2 capteert, bijvoorbeeld een landbouwer die aan agroforestry doet?” Zelfs al komt het in Parijs niet tot een CO2-taks, één ding weten ze bij Wervel wel zeker: “De druk op ‘het systeem’ verhoogt met ingrijpende bijsturingen tot gevolg. Daardoor zal het landbouwers steeds duidelijker worden dat schaalvergroting niet de enige keuze voor de toekomst is.”

Meer weten? Lees geVILT '25 jaar Wervel: van luis in de pels tot inspirator'

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek