Miraculeus herstel van akkerbouwteelten na droge zomer
nieuwsHoe snel de natuur zich kan herstellen, wordt duidelijk in de jongste editie van de ‘agrometeorologische berichten’. Door een kurkdroge zomer tot en met de eerste helft van augustus stonden landbouwgewassen weg te kwijnen op het veld. De omslag in het weer heeft de akkerbouwteelten doen herrijzen. Er worden geen grote opbrengstverliezen verwacht rekening houdend met weersgegevens, simulaties van gewasgroei en een vegetatie-index die door onderzoeksinstelling VITO afgeleid wordt uit satellietbeelden. Voor aardappelen en maïs liggen de opbrengstschattingen wel iets lager dan gemiddeld. Suikerbieten doen het daarentegen erg goed. De voorspelde opbrengsten liggen ruimschoots boven het gemiddelde van de voorbije vijf jaren.
De zomer van 2015 was opvallend droger dan normaal. Vooral eind juni en begin juli was het erg droog. Na 15 juli begon het geleidelijk aan weer te regenen. Begin augustus volgde nog een korte periode van droogte, waar de overvloedige regens van eind augustus definitief een einde aan maakten. Niettemin heeft de hitte in combinatie met tijdelijk ernstige neerslagtekorten op sommige plaatsen schade berokkend aan de gewassen. Op het veld leken de opbrengstverliezen soms dramatisch, en dat waren ze in een aantal gevallen ook voor teelten met een kort groeiseizoen zoals voorjaarsspinazie. Maar voor de grote akkerbouwteelten lijkt de schade al bij al mee te vallen. Dat is de teneur van de jongste uitgave van de ‘agrometeorologische berichten’ van het KMI, VITO, de Universiteit van Luik en het Waalse landbouwonderzoekscentrum CRA-W.
Uit de analyse van satellietbeelden blijkt dat het droge en warme weer uiteindelijk slechts beperkte gevolgen had. In grote delen van het land verloopt de gewasgroei nu nagenoeg normaal. Toch heeft de droogte wel degelijk een impact gehad. Doordat de neerslag erg verspreid viel in de vorm van plaatselijke onweersbuien, zijn er lokaal grote verschillen. Het zuiden van het land lijkt het ergst getroffen maar ook elders zijn er plaatsen waar de vegetatie-index onder het gemiddelde daalde. Tijdens de tweede helft van augustus maakte de regen een einde aan de droogtestress en nam de vegetatie-index overal weer toe.
De tarwe- en gerstoogst waren zeer geslaagd. De hitte van begin juli had nauwelijks effect op de opbrengst, tenzij op bodems met een dunne vruchtbare laag. Staalnames in suikerbieten wijzen op een suikeropbrengst rond 11,5 ton suiker per hectare, wat ruimschoots boven het gemiddelde van de voorbije tien jaren (9,8 ton) ligt. De regenval van eind augustus deed de wortelopbrengst plots ongezien sterk toenemen, tot 73,9 ton per hectare. Enkel in 2011 werd eind augustus een nog hogere wortelopbrengst genoteerd (75,8 ton). Anders dan de bieten hebben de aardappelen wel geweten van de droogte en de hitte. Vooral op lichte gronden is er opbrengstderving. Tenzij er beregend kon worden, valt de opbrengst van zowel vroege als late aardappelen kleiner uit. Bij gevoelige rassen is er ook doorwas opgetreden. Op sommige bintje-percelen is tot de helft van de knollen doorgeschoten.
In de voederwinning heeft het zomerweer vooral sporen nagelaten in de laat gezaaide maïs en in maïs gezaaid na gras. Deze percelen blijven over het algemeen achter in ontwikkeling. Maïs van slechts één meter hoog is in bepaalde regio’s geen uitzondering. De vroeg gezaaide percelen zijn beter ontwikkeld maar staan eerder heterogeen. De verwachting is een 10 tot 20 procent lagere opbrengst van stengel en blad. De korrelopbrengst zou wel in de lijn van het gemiddelde liggen. Samen maakt dat zo’n 5 tot 15 procent opbrengstverlies, wat plaatselijk veel hoger kan oplopen indien de onkruidbestrijding fout liep, de bodemstructuur te wensen overliet of er maïs na gras gezaaid werd.
Bron: Agrometeorologische Berichten