"Maat voor de toekomst van landbouw is groter"
nieuwsTechnologische innovatie zorgt voor arbeidsbesparing, het verhoogt de arbeidsproductiviteit en het houdt het inkomen op peil. Daardoor wordt het voor landbouwbedrijven mogelijk flink te groeien. “De maat voor de toekomst is vooral groter”, zegt de Nederlandse landbouweconoom Krijn Poppe, gevraagd naar zijn visie op de toekomst van de landbouwsector. “Maar grotere combines maaien niet alleen meer graan, ze maaien ook boeren weg”, aldus Poppe, die er met nadruk aan toevoegt dat groei niet de enige optie is. “Je kunt het ook over een andere boeg gooien.”
Het Nederlandse landbouwblad Boerderij pakt uit met een reeks interviews waarin verschillende stemmen hun visie over de toekomst van de landbouw uiteenzetten. Landbouweconoom Krijn Poppe is ook in Vlaanderen geen onbekende: de kans bestaat dat u hem al eens aan het werk zag tijdens een studiedag of een panelgesprek. Hoe ziet de landbouwsector er over pakweg twee decennia uit? “De ontwikkeling van de technologie gaat harder dan de groei van bedrijven”, stelt Poppe vast. “Klassiek zijn in de landbouw de bedrijven veelal te klein. Daardoor is er ook zo’n landhonger en zijn de grondprijzen zo hoog.”
De boer zal volgens Poppe zijn blauwe overall steeds minder dragen en steeds meer bureauwerk doen. ICT en robotisering zullen ervoor zorgen dat steeds meer handenarbeid op het boerenbedrijf geautomatiseerd wordt. “Nu al zie je dat er melkveehouders met een melkrobot zijn die zeggen dat ze tijd over hebben”, aldus Poppe. “Ze gaan er iets bij doen. Mijn vader let wel op en ik krijg op de telefoon te zien of er iets misgaat.” De tijd die overblijft, kunnen ze gebruiken om hun bedrijf verder uit te bouwen.
Want Poppe is er wel van overtuigd dat het gezinsbedrijf in de vorm van één bedrijf, één locatie, één ondernemer en één gezin achterhaald is. Landbouwbedrijven worden echte kmo’s, familiebedrijven met twee of drie broers of zussen die samen een bedrijf hebben op een of meerdere locaties en met personeel werken. “Je krijgt dan te maken met een ingewikkelde bedrijfsovername, met financiering en erfrecht”, aldus Poppe. “Het is bijvoorbeeld goed denkbaar dat broers en zussen als stille vennoot participeren in het bedrijf. Misschien zullen zelfs andere particulieren investeren, al zal dat afhangen van het rendement. Ik verwacht twee soorten bedrijven: industrie-achtige kmo’s en kleine, multifunctionele bedrijven.”
Wat als de groei te sterk wordt? Als de productie te fel stijgt, krijgt de markt het moeilijk, zo weet ook Poppe: “Groei van individuele bedrijven is niet altijd gunstig voor de hele sector. Overproductie is soms het gevolg, kijk maar naar de varkenshouderij. Aan de laatste 10 procent van de varkens verdienen varkenshouders niet veel. Sterker nog, deze dieren kosten geld, ook al omdat ze het mestoverschot vergroten. Maar niemand is eigenaar van die 10 procent teveel, dus wordt het niet opgelost en zoeken de varkenshouder en de keten het in uitbreiding om de kosten te drukken. Een dilemma. In Spanje zeggen ze: ‘een gemeenschappelijke koe wordt goed gemolken, maar slecht gevoerd’.”
Groei is dus niet voor iedere onderneming in elke sector de oplossing. “Er zijn meer wegen die naar Rome leiden”, gelooft Poppe. “Je kunt melk aan de zuivelfabriek leveren, maar je kan ook zelf kaas gaan maken. Er zijn voldoende voorbeelden van bedrijven die het over een andere boeg gooien. Zeker rond de grote steden en in gebieden waar toeristen komen, is dit een optie. En ook al lijkt dit voorlopig nog een niche, de groei is constant. Het zijn bovendien bedrijven die voor de hele sector van groot belang zijn. Ze voegen beleving toe en zorgen ervoor dat ze de burger betrokken houden bij de landbouw.”
In samenwerking met: Boerderij
Beeld: Cofabel