"Lijnzaad bezit heel veel potentieel"
nieuwsLijnzaadexperts. Zo noemen ze zich bij het familiebedrijf Vandeputte. "In het maken van olie en zeep zijn we al wereldtop, maar er liggen nog veel meer kansen. Dan gaat het om toepassingen in de voedingsindustrie, in de cosmetica of voor bioplastic", zegt Pierre Vandeputte, die de familieonderneming in Moeskroen leidt met zijn broers Christian en Luc.
De groeicijfers van het bedrijf zijn indrukwekkend: in tien jaar vervijfvoudigde de omzet tot 116 miljoen euro in 2008, in 15 jaar ging het personeelsbestand bijna maal tien en er staan tal van projecten op stapel. "Maar toch hebben we zwarte sneeuw gezien", zegt Pierre Vandeputte in De Tijd. "Maar soms moet je gewoon vooruit".
De geschiedenis van Vandeputte begon in 1887, toen de overgrootvader van de huidige generatie in zijn molen olie begon te persen uit lijnzaad. "Rond de Tweede Wereldoorlog was er een tekort aan onderhoudsproducten. Mijn vader en oom hadden daarom het idee om lijnolie te verzepen", vertelt Vandeputte. Onder het eigen merk Mousse de Lin groeide de zeepproductie uit tot de belangrijkste activiteit van de groep.
Maar in de jaren tachtig botste de firma stilaan op zijn eigen grenzen. De site in Rekkem raakte verouderd, de consumptiegewoonten veranderden en de concurrentie van multinationals werd steeds steviger. Het bedrijf besliste daarop om te starten met de productie van detergenten onder private label. Dat bleek een gouden zet te zijn. In 1993 werd 20 miljoen euro geïnvesteerd in een nieuwe fabriek in Moeskroen, waar de familie niet veel later ook een olieslagerij zou neerplanten.
Toen een industrieel de broers rond de millenniumwissel benaderde met een voorstel om uit lijnolie bioplastic te maken, roken de Vandeputtes een nieuwe groeikans. "We zijn een beetje begonnen als cowboys", blikt Vandeputte terug. "Het is echter snel fout gelopen. We hadden geïnvesteerd in een nieuwe productiedivisie, maar we hadden geen klanten. Het heeft er toen slecht uitgezien, maar we hebben doorgezet".
Er werd gezocht naar andere klanten en toepassingen. In 2003 stapte de Waalse investeringsmaatschappij SRIW in het kapitaal. "Sinds twee jaar is de afdeling oleochemicals rendabel", zegt Vandeputte. Maar bioplastic maakt de jongste divisie nog altijd niet. "We werken aan allerlei industriële toepassingen. We doen continu onderzoek, werken samen in Europese projecten en met universiteiten. Het is echt de bedoeling om pvc en petroleumderivaten te vervangen door grondstoffen op basis van plantaardig materiaal. Dat is misschien niet voor meteen, maar er komt een dag. En dan zullen we er staan".
"Lijnzaad is een natuurlijk product met veel potentieel", weet Pierre Vandeputte. "Het is rijk aan omega 3, dat biedt kansen in de voedingsindustrie. We denken verder aan cosmetica, douchegel of shampoo. Blijven innoveren op een traditioneel product, dat moeten we doen. Of dat dan onder eigen merk is of via een partnerschap met andere industrieën, dat ligt open".
Het zal vooral een kwestie zijn om alle ambities de komende jaren gefinancierd te krijgen. Er ligt een plan van 4 tot 5 miljoen euro op tafel voor de uitbreiding van de zeepfabriek. Wil de groep echt werk maken van toepassingen voor de voedingsindustrie, dan is nog veel meer nodig. "We hebben vreemd kapitaal nodig. De familie heeft nu 90 procent van de aandelen in bezit. Dat kan zakken als het moet".
Bron: De Tijd